Een oase van rust in stadse omgeving: Weltervijver

Tussen de huizen door leidt een smal straatje naar een stukje groen. Dikke oude bomen langs een korte laan vormen de entree naar de Weltervijver. Het is een brug tussen twee werelden, de stad en het park. Alsof het verborgen ligt. De weide naast het pad staat vol appelbomen, die hier en daar nog een verdwaalde en verschrompelde appel dragen van vorig jaar. Herfst en lente vechten om de overheersing op deze plek waar de rottende kastanjes zich tussen het ontluikend groen verstoppen.

Op de achtergrond razen auto’s voorbij over de snelweg. Enkele moedige vogels proberen het monotone gezoem te overstemmen met hun lied. Je hoort ze van alle kanten, om de beurt nemen ze het voortouw in de strijd tegen het lawaai. Lange, slanke populieren vol maretakkenbollen fungeren ondertussen als geluidsmuur en schermen het gebied enigszins af.

Midden voor de appelbomen pronkt de Strijthagenshof. Een oude villa die ooit deel was van een groter geheel. Het is de opvolger van een kasteel dat vroeger waarschijnlijk een 250 meter ten zuidoosten ervan stond. In de negentiende eeuw werd het gebouw ingrijpend aangepast naar een villa in eclectische stijl. Romantische zuilen trekken de aandacht, terwijl het ronde raam op zolder ongetwijfeld een machtig uitzicht geeft over de appelgaard met daarachter de Weltervijver.

Langs het wandelpad verraden de plukken wol in het prikkeldraad dat de schapen het gras rond het water kort houden. Een verdwaalde sloep ligt aan de kant van de oever. Schijnbaar achteloos neergekwakt naast een boom, tussen het hoge riet. In het komen en gaan van honden die worden uitgelaten trotseren enkele hardlopers de mistige kou. Hun blik strak vooruit, het rimpelende water negerend. Op een schiereiland laten statige kale knotsen van wilgen zich zien. Hun gesnoeide kruin ligt netjes opgebonden naast de stammen. De ganzen aan de waterkant staan precies voor de bomen, alsof zij samen een plaatje vormen voor de denkbeeldige impressionistische schilder aan de overkant. Die kunstenaar is eigenlijk een visser in zijn stoeltje. Geduldig en precies kijkt hij naar de dobber in het water. De visser naast zijn windscherm oogt net zo vanzelfsprekend als de ganzen aan de overkant, hij hoort bij het meubilair.

Ooit waren er twee vijvers hier. Het lege waterbekken ligt er nog. Vol gras en modder. Een klein heuveltje dat voornamelijk bestaat uit bomenwortels staat fier overeind. Alsof het de koning is van dit verlaten gebied. Een bruggetje leidt over een beekje naar een stukje moeras. Het is er duister. Donkerder dan in de rest van het park. Haast onheilspellend. De slanke populieren lijken zich te buigen over het gebied en houden het zonlicht weg. Tegelijkertijd trekt het aan. Doodse bomen staan stil in het modderige water. Er lijkt een zachte wind te waaien die er op het pad zelf niet is. Aan de andere kant roept een grasvlakte. Badend in het licht. In het groen staat een bijzondere boom met doorkijk. Het lijkt haast een man. De natuur en de tijd creëren samen bijzondere kunstwerken.

Weltermolen

Langs een verhard pas met houten paaltjes komt de Weltermolen in zicht. Ooit behoorde het gebouw tot het naburige kasteel dat nu niet meer staat. Met haar statige torentje en blauwe schoepenrad kijkt het gebouw uit over de vijver. Rustgevend, landelijk en tevreden. De molensteen voor de deur onderstreept de functie van het pand en brengt sfeer in het plaatje. Het is op deze plek dat de vogels hun stem nog meer lijken te verheffen dan voorheen. Maar de snelweg is vergeten, het geraas lijkt voorbij. In dit stukje groen tussen het asfalt.

Tekst: Irene van Wesel
Foto’s: Fred Ileck

    Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Geef dit als tip aan je Hyves-vrienden Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je MySpace-vrienden Deel met je LinkedIn-contacten

    Tags: ,

    Leave a comment