February, 2011


27
Feb 11

Niki de Saint Phalle in Schunck*: heimelijke wonden

Niki de Saint Phalle (foto: Lothar Wolleh)

Ook toen ze beroemd werd als kunstenaar is Catherine Marie-Agnès zich blijven noemen naar de koosnaam die ze van haar moeder kreeg. Al was het maar omdat ze dondersgoed wist dat ze haar familie ermee kon ergeren. Zo pleegde ze haar eerste daad van verzet, want die familie ja daar moest Niki de Saint Phalle op zeker moment niks meer van hebben. Ondanks de goede komaf – haar vader was bankier – wilde ze zo snel mogelijk ontsnappen aan haar zo bleek later, traumatische jeugdervaringen. Er zouden nog vele verzetsdaden volgen.

Continue reading →


26
Feb 11

In beeld: Pancratiusplein Heerlen, Parkstad

René Bradwolff


19
Feb 11

In beeld: Promenade Heerlen, Parkstad

Promenade Heerlen

Anita Hondong


18
Feb 11

Wijze lessen tijdens De Vagina Monologen

Vol indrukken keer ik terug van een zinderende avond over het vrouwelijk lichaam. V-Day Maastricht University speelde donderdagvond in een uitverkocht Derlon Theater te Maastricht. Het stuk bestaat uit zeventien onderdelen, variërend van monologen, ‘vagina facts’ tot muzikale intermezzo’s.

Bij binnenkomst staan dertien dames al klaar op het podium. Ze stralen arrogantie uit. Zelfvertrouwen. Kracht. Het stuk opent met muziek. Een melodisch trompetgeluid vult de ruimte. Dan branden de vrouwen los. “We are worried. Worried of our vagina’s”. Vervolgens leren we o.a. wat ‘vagina farting’ is en komen er zo’n twintig synoniemen voorbij van het vrouwelijk geslachtsdeel. Na deze korte introductie start de eerste monoloog. Er komen steeds andere vrouwen aan het woord. Meestal individueel, soms met twee of vier.

Continue reading →


15
Feb 11

The Qemists onconventionele drum ‘n’ bass geboren uit noodzaak

Omdat The Qemists gebruikmaken van een live drum ‘n’ bas-set met gitaren en een echt drumstel worden ze wel eens vergeleken met grote voorbeeld Pendulum. Maar Liam Black, Dan Arnold en Leon Harris halen de inspiratie ook elders vandaan; uit gitaarrockbands Rage Against The Machine, Nirvana en Soundgarden. The Qemists ontmoeten elkaar in de jaren negentig op de middelbare school in Brighton. De drie besluiten een band te beginnen, volgens Liam Black geboren uit noodzaak om zo de verveling van hun “slapende stad” te verzachten. Niet voor niks zijn de drie schoolkameraden vaak te vinden op een van de vele underground drum ‘n’ bass raves in de Britse badplaats.

The Qemists mixen beide stijlen tot live drum ‘n’ bass-beats. Door toeval komen ze in contact met notabene het Ninjatune-label dat niet echt bekend staat om deze ‘zachte’ variant van drum ‘n’ bass. Samen met Faith No More’s Mike Patton, zangeres Jenna G en vele anderen wordt het eerste album Join the Q in 2009 uitgebracht, waarna een Europese tour volgt. The Qemists zijn een van de hoogtepunten van Drum and Bass XL in de Nieuwe Nor in Heerlen. Blijkbaar maakt datzelfde jaar ook het optreden op het befaamde Dour Festival indruk. In de zomer van 2011 zijn ze namelijk weer van de partij op het meerdaagse festival in Belgïe. Intussen is er het  album Spirit In The System dat dankzij meer gastbijdragen een stuk toegankelijker klinkt dan het debuut.

The Qemists (24 februari 2011, De Nieuwe Nor, Heerlen)

Meer info: De Nieuwe Nor

Cynthia Smeets


14
Feb 11

Gender, seks & seksualiteit tijdens Queer It Up Festival

Van dinsdag 15 februari tot en met zondag 20 februari vindt er op diverse plaatsen in Maastricht het Queer It Up festival plaats. Het is een festival over gender, seks en seksualiteit. Gender heeft alles te maken met geslacht, niet zozeer de biologische kenmerken, maar verschillen tussen man en vrouw op sociaal – cultureel niveau. Queer It Up is een onafhankelijk project georganiseerd door studenten van de Universiteit Maastricht. De festivalsite meldt dat er te weinig aandacht wordt besteed aan homoseksualiteit en LGBTI (lesbians, gays, bisexuals, transgender en intersex). De hele week zijn er in Maastricht evenementen georganiseerd om de stad te prikkelen.

Continue reading →


13
Feb 11

In beeld: Heerlen, Parkstad

René Bradwolff


11
Feb 11

Voorspelbare voordrachten tijdens Saint Amour

Kees van Kooten en Remco Campert

Een kruisje in plaats van een handtekening, meer zit er niet in vanavond. Zijn schrijfhand zit in een mitella verborgen onder zijn overhemd. Met bibberende linkerhand signeert Remco Campert de boeken die zijn bewonderaars geduldig voor hem op tafel leggen.  Naast Campert zitten Kees van Kooten en Connie Palmen. Literatuurkanonnen binnen handbereik. Ze zijn net van het podium gelopen om boeken te signeren na een lange avond Saint Amour; een rondreizend literatuurfestival dat elke aflevering een ander thema kent. Vanavond was het de beurt aan het of de onbereikbare. En dat in Heerlen, hoe toepasselijk en eigenlijk ook weer niet. De geschiedenis over de wederopstanding van de voormalige mijnstad mag onderhand genoegzaam bekend zijn.

Continue reading →


9
Feb 11

DeWolff pakt even uit

Niet meer kunnen horen of zien. Spuugzat en om te kotsen zo langzamerhand. Het r-woord! Voor me zitten drie jongens zichzelf redelijk in toom te houden vlak voor een optreden dat dus hoe dan ook gaat knallen. Een cameraploeg volgt ze al maanden op de voet en blijft stug doorfilmen in de kleinknusse kleedkamer in De Nieuwe Nor in Heerlen. Aan de manier waarop ze naast elkaar op de bank zitten en aan de rustige, bijna gelaten houding merk je dat ze vaker interviews hebben gegeven. Hun hoef je niks meer wijs te maken. Maar wat blijft is de verwachting en het verlangen over wat komen gaat, straks daar beneden, de trap af, naar het podium waar het allemaal moet gebeuren. Stoom afblazen. De gitarist: “Je wilt echt iets goed neerzetten als de show is uitverkocht. In het begin speelde je in een kroeg voor tien mensen en dan kun je nog wat kletsen op het podium maar bij grote concerten zitten mensen daar niet op te wachten. Dan moet je gewoon laten zien wat je kunt. Op het moment dat je hoort dat een zaal is uitverkocht is echt te gek.”

De bespeler van het Hammondorgel staart naar iets in de nabije verte dat voor ons gewone stervelingen wel voor altijd onzichtbaar zal blijven. Misschien naar een plek waar zich nòg meer inspiratie aandient voor een album waarmee het r-woord voorgoed de mond wordt gesnoerd. Het is nu wel mooi geweest. “Ik snap het ook niet echt als mensen zeggen dat we een jarenzeventig band zijn”. Met een grijns herhaalt de gitarist een citaat uit een recensie: “’Poison is net Led Zeppelin’. Dat vind ik echt absurd”. Dan, zelfverzekerd: “Ik heb wel weer zin in een nieuwe plaat”. Dat we het weten. Eerst morgen lekker repeteren. Zelfs naar het spelen in de oefenruimte hunkert deze band hartstochtelijk. Verder schaven aan het talent dat zich nu al in niet te bevatten hoeveelheden aandient. De drummer maakt zich niet zo druk: “We maken muziek die we zelf vet vinden om te maken en dan hoor je van anderen dat dat ook wel te zien is op het podium.” Eerder op de middag schafte hij een plaat aan van Balthazar, net zo’n jong nog, onbevangen en talentvol, maar anders.

Platen kopen. Ook zoiets. Liever niet in de bakken met de r van je weet wel. De gitarist: “We speelden laatst een instore bij Sounds in Venlo en ik heb daar voor 150 euro aan platen gekocht. Meestal ga ik kijken bij de nieuwe platen. Ik heb die lp van The Low Anthem meegenomen. Ik heb niet altijd lp’s gekocht. Ik ben begonnen met luisteren naar bands als Smashing Pumpkins en Metallica. Op gegeven moment kreeg ik een cd van Jimi Hendrix, toen speelde ik zelf ook al gitaar. Tot drie jaar geleden heb ik alleen maar cd’s gekocht. Nu koop ik alleen nog lp’s en wat alles wat ik vet vond op cd heb ik ook op lp aangeschaft. Ik luister naar van alles, ook naar rustige muziek, verschillende dingen.”

Wat we hóren is het omvallen van de platenkast. Maar de platen op de grond gaan als vanzelf één geheel vormen, sterker dan de gemakzuchtige luisteraar het zou willen. Die dan dus bij gebrek aan beter het vermaledijde woord prevelt dat begint met de r en eindigt op de o. Niet willen of kunnen begrijpen dat DeWolff muziek uit het verleden speelt alsof het verleden nooit bestaan heeft. “We willen niet puur teruggrijpen naar vroeger maar gewoon goede muziek maken. Ik beschouw onze composities vooral op de laatste plaat niet echt als standaard. Het zijn altijd dezelfde vergelijkingen waar recensenten mee aankomen, met bands waar we al lang niet meer naar luisteren. We zijn gewoon op zoek naar een lekkere sound, dat het lekker klinkt en niet per se dat het oud is of zo. We houden nou eenmaal niet van drumcomputers en synthesizers.” Aldus de gitarist.

Dan gebeurt het. Ergens diep in het tweede deel van het optreden na het interview. De zaal is afgeladen, benauwd. Vlak voor het podium heupwiegen jonge meiden in trance. De alcoholbesprenkelde vloer plakt aan de schoenen van de toeschouwers. Ze zien hoe de zanger-gitarist akkoorden in mineur aanslaat en maar blijft herhalen en herhalen net zolang totdat vanuit de vintage versterkers het mengsel psychedelisch helemaal losgaat. Wat je noemt vet. Live hier ter plekke èn uitvergroot in Silver Lovemachine. De geladen trek op het gezicht van de gitarist, de geloken ogen van de man achter het Hammondorgel, de drummer die zijn blik even, heel even zijwaarts richt op zijn oudere broer waarna hij zijn op ooghoogte zwevende sticks laat neerdalen. Zo’n moment dus. Nu is nu. DeWolff kan niet anders. Drie jongens keren de tijdmachine ondersteboven om het r-woord per gestold en zich naar binnenzuigend vacuüm voorgoed op enkele reis te sturen. DeWolff pakt even uit. Geeft zichzelf een cadeautje. Ik zie het, ik voel het, ik duw een meisje naar voren.

Tekst: Harry Prenger
Foto’s: Jeff Jaspar

(met dank aan Cynthia Smeets)


7
Feb 11

Dansen op fijne liedjes met Lucky Fonz

Lucky Fonz is altijd vrolijk

Daar, op het podium van de Nieuwe Nor, staat een verlegen meisje. Eefje de Visser is de naam, zij is vanavond het voorprogramma van Lucky Fonz & De Felle Kleuren. Otto Wichers, aka Lucky Fonz, kondigt haar aan (‘Ik ben allang blij dat ik een voorprogramma heb, jullie zijn vast allemaal voor haar gekomen!’). Met de gitaar die ze van Lucky Fonz leent, speelt zij haar liedjes. Liedjes over treinreizen, hartslagen en rode krullen. Gezongen door een prachtige stem die koel en warm tegelijkertijd is. Kwetsbaar, en ontzettend mooi. Dat lijkt het publiek ook te vinden, een groot deel van de albums die ze had meegebracht belandt namelijk in de tassen van toeschouwers. Lucky Fonz mag zich gelukkig prijzen met een voorprogramma als Eefje.

Lucky Fonz en Eefje

Een kwartiertje later staat dan de beste man zelf, of moet ik zeggen jongen, klaar om zijn kunstje te vertonen. Vergezeld door De Felle Kleuren (bestaande uit bassist Mark de Jonge en drummer Ro Halfhide) en gewapend met gitaar en mondharmonica betreedt hij het podium. Ze beginnen niet zomaar met spelen. Nee, eerst wat instructies met die altijd aanwezige grijns op zijn gezicht (‘Jullie mogen straks pas dansen als je dit deuntje hoort. Maar nu moeten jullie stil blijven staan’). Dat zet de toon voor een avond met een amicale sfeer, fijne liedjes en vooral veel humor. Liedjes als Jongens en Wat Ook Een Ander Zegt worden sterk neergezet. En vooral met plezier, veel plezier. Verhalen die ik heb gehoord over zijn onzuivere stem en een dommige presentatie verdwijnen als sneeuw voor de zon. Uiteraard wordt ook hitje Ik Heb Een Meisje ten gehore gebracht, mét behulp van publiek. Dat is ook de grote kracht van Lucky Fonz. Hij betrekt het publiek bij al zijn liedjes, en hij neemt de tijd om vragen te beantwoorden (‘Voor vragen met praktische aard moet je bij Ro zijn, spirituele vragen worden beantwoord door Mark en ik beantwoord de vragen over liefde en kunst’). Hij maakt dingen waar normaal overheen gekeken wordt, opeens belangrijk. Hij windt het publiek om zijn vinger bij Hou Je Nog Van Mij? en krijgt de zaal muisstil bij Hel. Hoe dat komt? Lucky Fonz is oprecht. Je kijkt naar hem en ziet dat hij het meent.

Lucky Fonz en de Felle Kleuren

Als hij in Wat Ik Zou Zeggen Als Het Kon al zingend een verhaal aan zijn oma vertelt, hangt iedereen aan zijn lippen. Ook muzikaal gezien weet hij te boeien. Gitaar, mondharmonica en piano, hij kan het allemaal. Als één van zijn snaren springt, gaat hij vrolijk door alsof er niks aan de hand is. Dat zijn stem af en toe een beetje uit de bocht vliegt, is hem ook vergeven. Dat hoort bij hem. Struikelt hij? (‘Hoort bij de show, jullie moesten eens weten hoe lang ik hierop oefen’) Geen punt. Hij lacht, de mensen lachen. Wanneer hij het publiek inkomt en iedereen om hem heen staat te mee te fluiten met het vrolijke All My Days, is het helemaal een feestje. Alsof we een grote vriendengroep zijn. Hij haalt Eefje er ook nog even bij, om samen met haar Poor Carolina te spelen. Met grote ogen kijkt iedereen toe, zo mooi passen hun stemmen bij elkaar. Bij het voorlaatste nummer Eigenlijk Wil Ik Dat Je Gaat (hoe ironisch) krijgt Lucky iedereen aan het dansen. Iedereen lacht, iedereen geniet. Hij sluit de avond af met Deur Op Slot, en verlaat het podium onder een verdiend, luid applaus. Lucky Fonz heeft met dit optreden bewezen dat hij een goede muzikant en een ras-entertainer is. Volgende keer weer, dan gaan we verder met dansen.

Gezien en gehoord: Lucky Fonz, De Felle Kleuren en Eefje, donderdag 3 februari 2011, Poppodium Nieuwe Nor, Heerlen.

Tekst: Simone van Hugten
Foto’s: Anita Hondong