Eén album op je palmares en dan toch al in kunststad Heerlen mogen optreden. Asra wordt gevormd door de Belg Timo van Luijk en de Nederlander Raymond Dijkstra; beide muzikanten zijn al jaren actief onder hun eigen naam of onder pseudoniem. Asra is de ineensmelting en speurtocht naar muziek en klanken die ze afzonderlijk van elkaar nog niet zijn tegengekomen.
Het is muziek die men lange tijd verborgen heeft weten te houden, die zich misschien daarom niet snel leent voor een vergelijking, al was het maar omdat de muziek zijn gelijke niet kent, maar wel nadrukkelijk onnadrukkelijk om aandacht vraagt. Wie die moeite neemt hoort, nee voélt hoe klank en de muziek bezit neemt van ruimte, tijd en omgeving, langzaam de toehoorder achter het nekvel grijpt en de geest omsluit. Niet voor niets luidt de subtitel van de Asraplaat ‘this record is dedicated to all hallucinations’. En dat veroorzaakt door voorwerpen, effecten, niet muzikale instrumenten.
Timo van Luijk (Asra)
Asra (3 oktober 2010, (h)ear-Experimental Audio Research, Heerlen)
Hij is alomtegenwoordig, maar hij is vooral overal en nergens: Frans Timmermans, Limburgs boegbeeld van de PvdA, de partij die het zo zwaar te verduren heeft en aan alle kanten wordt bekritiseerd. En nòg heeft Timmermans niks in de gaten.
Dat de PvdA wordt verweten niet meer de partij van de arbeiders te zijn is bekend. Dat de laatdunkende houding van de PvdA jegens de eigen achterban niet iets van de laatste jaren is, of sinds Pim Fortuyn er gewag van maakte, blijkt uit een persoonlijk getint verhaal van Timmermans, waarin hij begint over zijn opa en oma, die zich miskend voelden door diezelfde PvdA. Toen al, we spreken over de jaren zeventig.
Vermoeid schuift de jonge filmmaker Michael Kolenbrander aan tafel. Maandenlang werkte hij aan de voltooiing van zijn film Clair de Lune die zijn première beleefde tijdens het Heerlense Cultura Novafestival afgelopen zomer. Clair de Lune is een verbluffende film waarmee de kijker zich makkelijk zal identificeren. De aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht afgestudeerde Kolenbrander laat met zijn eerste speelfilm vooral zijn eigenheid als filmmaker zien.
Open Call staat voor de kunstenaars die zich naar aanleiding van de John Cagetentoonstelling in SCHUNK*, lieten inspireren door de grensverleggende muziektheorieën van de enigmatische componist-filosoof. De inzendingen zijn niet alleen op de website van SCHUNCK* te zien; een selectie zal tot 28 november 2010 worden uitgevoerd in het cultuurpaleis van Heerlen.
Volgens het persbericht zullen “in een reeks concerten, installaties, lezingen en performances artiesten van nu hun interpretatie op Cage’s oeuvre geven: zij tonen wat er is en wat het had kunnen zijn.” Vandaar dus de subtitel John Cage Of what is and what might have been. John Cage wilde die grensverlegging van hem, hoe onwennig deze in het begin ook leek, boven alles geaccepteerd krijgen. Hij nam niet zonder meer genoegen met bestaande klanken en muziek, maar wilde deze ombuigen naar zijn eigen maatstaven en denkbeelden, desnoods door de snaren van een vleugel vast te draaien met schroefjes, boutjes en moertjes. De weg naar acceptatie was voor Cage ook een filosofische verkenning van een esthetiek die zich losmaakte van conventies, van smaak en traditie.
De vraag is of dat grensverleggende in relatie tot Cage wel aanwezig is bij de ruim honderd inzenders. Een snelle blik leert dat nogal wat kunstenaars de weg van de minste weerstand kiezen. Veel werken zijn bepaald niet actueel, laat staan dat ze speciaal zijn gemaakt voor Open Call; werk dat de kunstenaars nog hadden liggen in hun atelier zeg maar.
De afgelopen jaren is in Heerlen regelmatig aandacht besteed aan graffiti en straatkunst. Aan de hand van tentoonstellingen en workshops toonde cultuurpaleis SCHUNCK* aan hoe onterecht het is dat deze ‘urban art’ door veel mensen nog steeds met vandalisme in verband wordt gebracht. Intussen zijn graffiti en street art uit de subcultuur gehaald en uitgegroeid tot een volledig erkende kunstvorm. De ontwikkeling van Heerlen vormt met zijn herrijzenis na de mijnsluitingen, werkloosheid, drugsoverlast en zelfbeklag, een aardige link met de groei die graffiti en street art doormaakte; van verdomhoekje naar acceptatie.
“Hee, heb je zin in een meisje?” Wanneer ik me omdraai zie ik een jongedame die afgaand op haar uiterlijk en schaarse kleding een verkoopster is van de lichte zeden. Als geboren en getogen Heerlenaar was ik onderhand wel gewend aan dergelijke toenaderingen, al dacht ik heel even dat ze me vroeg of ik zin had in een ijsje. En dat had ook zomaar gekund daar in de Willemstraat, hartje zomer.
Eigenlijk gaat Prettige Vooruitzichten 26 september pas in première. In de bovenzaal van Paradiso in Amsterdam, om precies te zijn. Toch is de voorstelling van Rick Treffers morgen al te zien in Theater Lexor te Heerlen. Moet dan wel een, eh, voorpremière zijn, of niet? Toch niet. Die vond reeds plaats in het voorjaar. Rick Treffers is er dus helemaal klaar voor, morgen in Heerlen.
Goed advies? Gaan. Prettige Vooruitzichten is een tragikomische rockumentary over zanger en held Rock Truffels en over het verlangen de banden met je geboortegrond te verbreken. Paul de Munnik, Dorine Wiersma, Peter Kolpa, Josse de Pauw, Leo Blokhuis, Jeroen de Haan-Rißmann, Marcel Roelfsema, Henk Hofstede, Yasmin Kedar, Serge van Duijnhoven en Ingrid Wender spelen een rol in de rockumentary. Rick Treffers schreef de liedjes. En dat kan ie als de beste.
De rol van Rock Truffels is hem op het lijf geschreven. Ook Treffers worstelde met een vertrek naar het buitenland – in Spanje was zijn band Mist razend populair – maar bleef toch trouw aan zijn Nederland. Tegen wil en dank. De eerder dit jaar uitgekomen cd, met muziek die ook in de voorstelling is te horen, is prachtig. Beter dan HP/De Tijd kan ik het niet verwoorden: “En zo werd Prettige Vooruitzichten een een indrukwekkende liefdesverklaring aan het land dat hij wil ontvluchten, maar vanwege de klevende klei maar niet verlaten kan.”
Prettige Vooruitzichten van Rick Treffers, zondag 19 september, Theater Lexor, Heerlen.
Toon Hermans was de man die nergens bij hoorde maar generaties aan zich wist te binden met tijdloze humor. Wat in de jaren vijftig gold als experiment is nu gemeengoed in het cabaret. Wat Hermans deed was nooit eerder vertoond. Hij was de bedenker van de onemanshow en wordt daarom gezien als pionier van het Nederlandse cabaret, als lichtend voorbeeld voor Freek de Jonge en vele anderen. Over Hermans is een overzichtstentoonstelling gemaakt door museum Het Domein. De manier waarop de expositie is ingericht heeft veel weg van een eerbetoon aan de in Sittard geboren komiek, die te clownesk was voor cabaret. Hijzelf zei erover: “Een cabaretier is teveel wijsneus en te weinig feestneus”.
De Nederlandse Aphex Twin? Ach, Henk van Zwol begrijpt ‘t wel. Maar nee, de lading dekken doet de vergelijking niet. De geboren Fries, komende zaterdag hoofdgast bij Technorm in De Nieuwe Nor te Heerlen, maakt de laatste tijd juist muziek met meer structuur. En live is er altijd die vierkwartsmaat als basis. “Die houdt de mensen hopelijk in beweging.”
Er schuilt een flinke kloof tussen de muziek die Henk van Zwol als Olene Kadar uitbrengt én die hij live speelt. Logisch, in de studio zijn er immers veel meer mogelijkheden. “Dan wil ik soms wat moeilijker gaan doen”, legt Van Zwol uit. “Mijn live-sets zijn honderd procent dynamisch. Dat is een groot pluspunt omdat ik alles zelf in de hand heb, maar het beperkt me ook. Ik heb immers minder mogelijkheden dan dj’s die de meeste gefreakte breaks uit een tracks kunnen draaien. Ik ben beperkt tot mijn loops, waar ik er wel honderden van in mijn live-sets heb zitten.”
Toch even terug naar Aphex Twin. Die groeide op in Cornwell, ver van het hectische stadsleven en met alle ruimte om te experimenteren. Herkenbaar voor Van Zwol. Die bracht zijn jeugd door op Friese platteland. In Oldeholtwolde, om precies te zijn. “Ik kreeg pas heel laat internet. De enige muziek die ik tot mijn beschikking had waren de platen en cd’s die ik zo nu en dan kocht in de ‘grote’ stad. Ik had geen idee van de populaire stijlen binnen de elektronische muziek”, vertelt hij. Lachend: “Dus eigenlijk deed ik maar wat. Misschien is dat wel een soort van parallel.”
Andere belangrijke invloed? Zijn vader. Die speelde gitaar en probeerde zijn zoon voor het instrument winnen. “Dwars als ik ben koos ik juist voor elektronische muziek. Vanaf het moment dat ik een computer tot mijn beschikking heb gehad ben ik altijd bezig geweest met muziek maken. Daarvoor was ik al bezig met het maken van een soort van composities door het knippen en opnemen van allemaal verschillende stukken en soorten muziek op bandjes. het klonk nergens naar maar toch was ik er erg trots op dat ik iets kon maken wat ik zelf voor een groot gedeelte had gefabriceerd.”
Pas in Amsterdam, zijn huidige woonplaats, kreeg zijn muziek de huidige vorm. “Daar werd ik pas beïnvloed door andere producers. In Friesland stond ik tussen de koeien, heb ik nooit buren gehad, kon ik hard knallen en rammen in de studio en had ik geen vrienden die bezig waren met elektronische muziek. Ik ging helemaal mijn eigen weg.” Met zijn verhuizing naar Amsterdam leverde Van Zwol dus vrijheid in, maar spijt heeft hij nog geen moment gehad. “Dit is toch, zeg maar, het episch centrum van Nederland. Vanuit alle provincies trekken mensen naar de Randstad toe om hun geluk te beproeven.” Ideale omgeving dus voor Van Zwol die regelmatig draait in Sugar Factory en Studio 80, twee van de interessantste clubs die de hoofdstad rijk is.
De dynamiek in de stad bevalt hem. Want divers en mét gezonde concurrentie. “Dat houdt iedereen scherp.” Van Zwol is er trouwens niet alleen berucht om zijn lastig te plaatsen elektronische muziek. De Fries gooit ook zijn uiterlijk regelmatig in de strijd. Verbaasd: “Daar speel ik niet bewust mee hoor. Een paar jaar geleden heb ik mijn haar eraf geschoren en het daarna lang laten groeien.” Dat valt, in combinatie met zijn typische Berlijnse tweeweken-baard, op. “Ach, in hedendaagse techno is uiterlijk niet belangrijk”, nuanceert hij. “Er is genoeg muziek die ik mooi vind waarvan ik niet weet hoe de componisten er uit zien. En zou ik dat wel weten? Dan is de muziek nog steeds goed. Toch?”
Bericht onafhankelijk over kunst en cultuur in (Zuid) Limburg maar schroomt niet om geografische grenzen te overschrijden. Betrokken én kritisch. ZG werd opgericht op 20 augustus 2010. De redactie is gevestigd in Heerlen.