Daar sta je dan samen met fotograaf Jeff Jaspar. Meneer Robin Proper-Sheppard – hij is Sophia – wil dat fotografen geluidloze toestellen gebruiken, zonder flits; hij raakt uit zijn concentratie als hij het harde geklik van spiegelreflexcamera’s hoort. Tegen dit verzoek ingaan is de goden verzoeken; Proper-Sheppard heeft een beetje een reputatie van moeilijke, humeurige man, en hij is niet te beroerd om onruststokers persoonlijk aan te spreken – of uit te schelden – of zelfs een optreden te stoppen. Dus helaas, geen foto’s van deze avond.
Eerst even een korte geschiedenisboostersessie: Robin Proper-Sheppard was begin jaren negentig de voorman van de inmiddels in cultkringen legendarische indie/noiserockband The God Machine, die twee fenomenale albums uitbrachten die tot de beste platen van dat decennium (en daarna) behoorden. Helaas kwam de band vroegtijdig aan zijn einde toen de bassist stierf aan een hersenbloeding; waarna Proper-Sheppard besloot zijn gevoelens van zich af te schrijven in sombere, rustige, goeddeels akoestische liedjes onder de naam Sophia. Daar is hij vervolgens nooit meer mee gestopt; hoewel de rouw over zijn vriend en bandlid op een gegeven moment leefbaar was geworden, bleek dat nauwelijks het geval voor zijn eeuwige moeite met het onderhouden van relaties. Dat is voor artiesten een goede bron van inspiratie, maar Proper-Sheppard brengt zijn relationele realiteit zo direct en open onder woorden dat het bijna pijnlijk is.
Zo ook vanavond. Sophia speelde solo met alleen zijn akoestische gitaar – meestal heeft hij een hele band bij zich en soms trekt hij zelfs een blik strijkers open. Nu kan hij dus behoorlijk moody als hem iets niet zint, maar daar was vanavond gelukkig totaal geen sprake van. Niets van dat, hij stapte het podium op en begon te vertellen, en te vertellen, en na enkele minuten begon hij pas met een liedje. En eigenlijk was dat exemplarisch voor de hele avond. Proper-Sheppard is een hedendaagse troubadour – weliswaar een volledig op zichzelf gerichte – die ontzettend boeiend kan vertellen over zijn extreem hobbelige liefdesleven.

Robin Proper-Sheppard van Sophia (foto: Madelien Waegemans)
Op zeer ironische wijze maar ook wel vol zelfmedelijden verklaart hij aan de hand van anekdotes hoe hij tot een tekst is gekomen, waarom hij een bepaald nummer wel móést schrijven. Tijdens het praten is er direct contact met de zaal – het publiek allemaal heel fijn op stoelen en banken – maar eenmaal aan een liedje begonnen wordt de goede man compleet in zichzelf gekeerd, ogen dicht, en gaat hij totaal op in zijn muziek en tekst. Met als enige effect zijn interne pedaal, diep ingetrapt op standje “pijnlijk intens”. Bijna beklemmend om te ervaren hoe volledig en alomvattend Proper-Sheppard zijn muziek beleeft, alsof je als toeschouwer bijna gegeneerd je hoofd wilt afwenden.
Maar dat deden we met zijn allen bepaald niet, geboeid als we waren door zijn muziek, en ook zeker door zijn mooie, humoristische en soms ook confronterende verhalen over bijvoorbeeld de dood van zijn moeder en het stervensproces van Jimmy Fernandez, zijn God Machine bandmaat. Daarmee kiest hij bepaald niet voor de makkelijkste weg, wel voor de meest oprechte, en dat is precies wat op het publiek overkwam. Zijn albums van de laatste jaren zijn weliswaar mooi maar niet echt spannend meer te noemen, maar zolang hij zulke optredens kan geven mag hij nog jaren en jaren door blijven gaan. Zoals hij zelf zegt: “ook al zou ik echte liefde vinden, dat staat bij mij nooit gelijk aan gelukkig zijn”, dus die depri-liedjes blijven gewoon komen. Hij kan niet anders.
(Sophia, De Muziekgieterij, Maastricht, 7 november 2010)
Bas Ickenroth