Aristarch Lentoelov – Moskou (1913, olieverf, kleurenfolie op doek, 179x189cm)
door Harry Prenger
Eeuwenlang waren ze in de greep van de Byzantijnse beelden. Het maken van iconen met de kerk als opdrachtgever bleek van grote invloed op Russische kunstenaars. Totdat de grote Ruslandvernieuwer Peter de Grote er schoon genoeg van had. Hij was van mening dat zijn land aansluiting bij Europa moest zoeken. Kunstenaars werden erop uitgestuurd om in het westen de schilderkunst te bestuderen en opleidingen te volgen.
Verfpotjes, tubes en kwasten zijn nog volop in gebruik voor de schilderijen waaraan ze gewoon doorwerkt. Alleen aan de ingepakte canvassen in het gangpad van haar atelier valt te merken dat ze gaat verhuizen. De rust van de Maastrichtse wijk Bosscherveld wordt verruild voor een werkruimte vlakbij het centrum.
In de tot museumzaal verbouwde fabriekshal is het onverwacht en aangenaam broeierig warm. Bij een tv met een zwart scherm staan Joep Vossebeld, Charlotte Lagro, Jörg Theissen, Chaim van Luit en Guusje Sijbers. Samen zijn ze Studio Oneindigheid, een kunstenaarsgroep die sinds hun afstuderen van de kunstacademie als collectief werken. Met zeven andere jonge kunstenaars exposeren ze in ECI Cultuurfabriek in Roermond werk dat op de tentoonstelling Nachtfahrt van het Bonnefantenmusem de dialoog aangaat met de videokunst van Roman Signer.
Good Vibrations – Mary Heilmann (101,6 x 152,4 cm) (foto: Alex Delfanne)
Het is verdomd irritant werk, die schilderijen van Mary Heilmann. Zo kinderachtig geschilderd, zo makkelijk allemaal. Ik wil het zo graag slecht vinden, maar dat lukt me niet. Ze staat daar een beetje nonchalant lachend aan de rand van de geschiedenis van de moderne kunst.
Normaal gesproken treedt in het leven van de verzamelaar een moment op van bezinning. Het besef dat het niet meer om de verzameling gaat, dat de verzamelaar als het ware zichzelf heeft teruggevonden te midden van zijn collectie. Toch was het Martin Visser te doen om de kunst en de werken die hij bijeen vergaarde. Verzamelen volgens het credo van Kierkegaard, dat “het leven voorwaarts moet worden geleefd maar achterwaarts moet worden begrepen”.
Een goede zaak voor het Bonnefantenmuseum, een slechte voor Schunck*. De geruchten dat Stijn Huijts het cultuurpaleis van Heerlen ging verruilen voor het statige museum in Maastricht werden de voorbije weken steeds sterker. In een interview met ZwartGoud refereerde Huijts nog enigszins cryptisch op de vacature binnen het Bonnefanten na het ruim tevoren aangekondigde vertrek van huidige directeur Alexander van Grevenstein.
“Meneer, weet u wat de betekenis van kleur is in dit schilderij?” Een klas middelbare scholieren loopt met een lijst vragen over de kunstwerken rond door het museum. Een meisje uit de klas stelt me deze vraag en wijst daarbij naar een schilderij van Robert Mangold. In de kunst is er geen weten en geen objectieve betekenis, dus die vraag kan ik niet voor haar beantwoorden. Maar dit soort vragen roepen de werken in de tentoonstelling Extended Drawing in het Bonnefantenmuseum wel op.
In de duo-tentoonstelling van Jeroen van Bergen (1979) en Rik Meijers (1963) in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, worden we door twee zeer verschillende kunstenaars meegenomen naar de uithoeken van de menselijke geest. Van Bergen toont strakke architectonische sculpturen en Meijers morsige schilderijen van mensfiguren. In de contrasten tussen het werk van de beide in Maastricht werkende kunstenaars schuilt een verhaal over de overeenkomsten en verschillen tussen hen en daarmee ook een verhaal over de thema’s vernieuwing en concept uit moderne kunst van dit moment.
Veel van wat Francis Alÿs maakt krijgen we niet te zien. Duwt hij in de straten van Mexico een blok ijs voor zich uit. Geeft hij instructies aan honderden mannen hoe ze in een woestijn stapsgewijs een hoopje zand moeten scheppen. Kunst, want dat is het, die zich afspeelt buiten de omheining van museums, in omgevingen waar kunst meestal ver te zoeken is; op straat of in een woestijn desnoods. De omgeving als expositieruimte. Wel worden er van zijn performances opnamen gemaakt die tijdens tentoonstellingen en op internet te zien zijn.
De kunst van Alÿs oogt nogal bescheiden. Maar vergis je niet. Betekenis en daadkracht sluimeren voortdurend onder de oppervlakte, dagen niet ogenblikkelijk uit maar zijn wel degelijk politiek geladen. Misschien is het beter te spreken van acties in plaats van performances. De omgeving is in Alÿs’ werk net zo belangrijk als de handelingen en gewaarwordingen die heel subtiel op de loer liggende conflictsituaties suggereren. Op de loer, omdat hij een lichte voorkeur heeft voor humor, ironie en het onbevangene. Alsof hij zichzelf wil blijven verbazen en deze verbazing wil overbrengen op de toeschouwer.
Ondanks dat zijn acties er makkelijk en soms wat onbeholpen uitzien, zijn ze zorgvuldig bedacht en gepland. Alÿs gaat op onderzoek uit dat pas na verloop van tijd, wanneer de handelingen lang genoeg hebben geduurd, een vergrootglas blijkt voor iets wat we eigenlijk niet willen weten: oefeningen in verveling, met de nadruk op herhaling. Zoals het leven van mensen in de stad een herhalingsoefening is, een ongekunstelde performance van winkelend publiek dat gretig ingaat op koopjes of, zonder erbij na te denken, de zondag doorbrengt op de woonboulevard, wars van zelfreflectie voor zijn eigen koopgedrag.
Alÿs is zo slim dit niet al te nadrukkelijk te weerspiegelen waardoor zijn beeldtaal iets poëtisch en zachtaardigs krijgt. Kunst die er niet uitziet als kunst en juist daarom op het verkeerde been zet. Bij Alÿs geldt de wet van het omgekeerde. Iets tonen door het niet te laten zien. Net zoals de shoppende medemens niet in de gaten heeft dat hij zich laat lokken en verleiden door de subliminale boodschap van marketing en advertenties. Schimmig en verborgen, net als Alÿs zelf. Hij heet eigenlijk Francis de Smedt.
In Guards filmt Alÿs de bekende Londense wachters van Buckingham Palace in het voor hen zo kenmerkende knalrode uniform met kingsize bontmuts. Eerst loopt er eentje verdwaald rond, op zoek naar een metgezel om een peloton van 64 wachters te vormen die in de slotminuten synchroon door de straten van Londen marcheren. Wat de film een meerwaarde geeft zijn de beelden; beurtelings vanaf het dak en vanuit het peloton genomen, de stilte door de afwezigheid van verkeer, waardoor het geluid van het marcherende ritme bijna fysiek wordt. Alÿs maakt er iets indrukwekkends van, een ‘choreografie van ritueel machtsvertoon’.
In het Bonnefantenmuseum is Alÿs door het hele gebouw zichtbaar en onzichtbaar. Dat levert voor de bezoeker nog een hele klus op. Een zoektocht aan de hand van monitors met videobeelden, bevestigd aan de muren als een soort richtingwijzers. Hoe dan ook beland je op gegeven moment in de grote zaal waar een ode aan de stilte is gedrapeerd. Silencio is een werk van driehonderd onderscheidelijk gekleurde deurmatjes, dat voor het eerst in zijn volledigheid wordt getoond. Het materiaal is van geluiddempend rubber, de afbeeldingen met zijn wijsvinger tegen de lippen, manen tot stilte. Iets benadrukken en laten zien wat er niet meer is. Stilte. Waar vind je het nog?
In samenspraak met Alÿs is ter gelegenheid van de aan hem toegekende BACA Award (de enige belangrijke prijs voor beeldende kunst in ons land), een kruisbestuiving aangegaan met werk van kunstenaars van de Jan van Eyck Academie in Maastricht. In enkele aangrenzende zalen levert dat volgens het Bonnefantenmuseum ‘de straat als een ruimte vol dubbelzinnigheden’ op. Becoming ahhh luidt deze masterclass voor kunststudenten voor wie de conceptuele kunst uitkomst biedt, een hulpmiddel is om zich te doen gelden in de veronderstelling dat idee en concept belangrijker zijn dan de kracht van het beeld. Een grove misvatting, zoals blijkt uit de werken waar je schouderophalend aan voorbij gaat in de hoop dat het nog wat wordt, met gebruiksaanwijzing.
BACA Laureaat 2010: Francis Alÿs (Bonnefantenmuseum, Maastricht t/m 27 maart 2011)
Bericht onafhankelijk over kunst, cultuur en samenleving in de regio Heerlen-Parkstad, maar schroomt niet om geografische grenzen te overschrijden. Betrokken én kritisch. Opgericht 20 augustus 2010. De redactie is gevestigd in Heerlen.