
Wie wordt de nieuwe stadsdichter van Heerlen? Wie mag in de voetsporen treden van Harrie Sevriens, die zijn oeuvre en stadsdichterschap van tragikomische aforismen, bekroond zag met een koninklijke onderscheiding? Volgens de gemeente Heerlen moet de nieuwe stadspoëet worden gekozen door “de inwoners van Heerlen”. Toch mogen op facebook ook niet-Heerlenaren een stem uitbrengen. Het typeert de rommelige gang van zaken rond het stadsdichterschap. Een van de kandidaten heeft zich inmiddels teruggetrokken.
Hooguit via de Stadskrant kan de beoogde doelgroep een voorkeursstem geven. Het maandelijkse gemeenteblad valt uitsluitend in de bus bij de inwoners van Heerlen. Intussen zijn de finalisten aan de slag gegaan met een door henzelf bedacht charmeoffensief om de kiezer voor zich te winnen. Het laat zich raden dat de een makkelijker in staat is zichzelf en zijn werk te verkopen dan de ander. John Bovendeert, een van de drie overgebleven gegadigden, houdt het voor gezien. Op zijn faceboekpagina schrijft hij dat hij “steeds meer het gevoel kreeg dat het niet meer ging om geschiktheid, maar om de hoeveelheid mensen die men weet te mobiliseren. Het draait eerder om kwantiteit dan om kwaliteit. Voor een dergelijk circus laat ik mij niet lenen.”
De procedure rond de voorselectie verliep op zijn zachtst gezegd slordig. Deelnemers kregen pas een maand na aanmelding een deelnamebevestiging; genomineerden ontvingen op het allerlaatste moment, een dag tevoren, een uitnodiging voor een gesprek met de jury. Ook op digitaal gebied ging het een en ander mis. De pagina waarop via de gemeentesite kon worden gestemd was na een paar dagen verdwenen. Volgens een persbericht werd er met stemmen gemanipuleerd: “er kwamen per uur ruim 9000 stemmen binnen, ook ’s nachts.” Het in goede banen leiden van het project ‘nieuwe stadsdichter’ heeft blijkbaar niet de hoogste prioriteit bij de beleidsmedewerkers van Cultuur en Communicatie. Beide gemeenteafdelingen zijn verantwoordelijk voor de gang van zaken omtrent de verkiezing van de nieuwe stadsdichter.
De onprofessionele aanpak van de functionarissen aan de Geleenstraat zou eigenlijk niemand hoeven verbazen. Wie weleens tentoonstellingen, concerten of andere voorstellingen in Heerlen bezoekt, zal het zijn opgevallen dat de cultuurambtenaren schitteren door afwezigheid. Vermoedelijk is het bestuderen van het loonstrookje belangrijker dan het doornemen van de kunstagenda. Voorts melden bronnen dat de selectiecommissie met de grootst mogelijke moeite geschikte kandidaten kon vinden, omdat het niveau van veel inzendingen schrikbarend slecht was. Toch zijn er schrijvers gevonden die om de eer van de stadsdichter Heerlen mogen gaan strijden. Ondanks dat Bovendeert zijn medewerking heeft ingetrokken, zullen we zijn werk samen met dat van de twee overgebleven aspirantstadsdichters, eens nader onder de loep nemen.
John Bovendeert (Heerlen, 1944) schrijft in dialect. Uit de gedichten van de voormalige onderwijzer met opvallend brilmontuur, wordt niet altijd duidelijk waar ze over gaan en òf ze ergens over gaan; meer dan dat ze het dichterschap willen benadrukken. Het valt niet mee om dialect te lezen en tegelijkertijd begrip, waarde en gevoel ervan tot je te laten doordringen. Dichten in dialect krijgt dan iets kneuterigs. Bovendeert maakt gedichten waarbij de woorden zijn gekozen op klank in plaats van betekenis.

Amber-Helena Reisig
Amber-Helena Reisig (Heerlen, 1992) is ondanks haar jonge leeftijd iemand die haar hand niet omdraait voor korte verhalen, gedichten en ander proza. Een debuutroman is in aantocht. Voor wie gevoel heeft voor gevoel, sluipt de melancholie en de rauwe werkelijkheid haast ongemerkt haar teksten binnen. Dat de schrijfster in Amsterdam woont kan in haar nadeel werken. De stadsdichter moet immers acte de présence kunnen geven tijdens uiteenlopende Heerlense gelegenheden die vaak meerdere malen per week en ‘s avonds plaatsvinden.

Martin Wings
Bij Martin Wings (Brunssum, 1949) is het zaak hem te beoordelen op zijn gedichten en niet op zijn columns, waarin hij meer dan terloops een neerbuigend toontje hanteert ten aanzien van de (vrouwelijke) medemens. Helaas zijn ook z’n gedichten niet veel meer dan ‘wel aardig’. Veelbelovend en beeldend vangen ze aan maar eindigen op een andere plek en situatie dan waar ze beginnen. Dat geeft zijn gedichten een verdwaald gevoel. Toch laat zijn werk zich makkelijk hardop voordragen; ideaal dus voor optredens die horen bij het stadsdichterschap.
Mijn stem gaat echter uit naar Reisig. Haar gedichten worden ver opgetild boven het maaiveld. Omdat haar woordkeuze uitdaagt en prikkelt, kan een strofe zomaar zonder aankondiging vooraf, een onverwachte wending nemen. Als je tot zoiets in staat bent op je twintigste word je vast een hele grote. De uitslag volgt op 14 oktober.
Meer informatie: Heerlen Stadsdichters Martin Wings Amber Helena Reisig
Tekst: Harry Prenger
Foto Amber-Helena Reisig: René Bradwolff
Tags: stadsdichter




De rommelige gang van zaken even daargelaten; ik vind dat de stadsdichter van Heerlen op z’n minst in Heerlen moet wonen en zijn of haar inspiratie uit Heerlen en haar inwoners moet halen. En dat kan je volgens mij alleen maar, door in Heerlen te leven, er de geur op te snuiven en er dagelijks de sfeer te proeven. Dat vertaald in ontroerende, humoristische, hilarische of diepgaande gedichten of verzen typeert voor mij de stadsdichter.
Helemaal mee eens. Door deze rommelige en oneerlijke gang van zaken heb ik besloten om geen stem uit te brengen. Hoe goed ik de gedichten van Amber-Helena ook vind. Jammer. Gemeente Heerlen loopt normaal altijd voorop bij dit soort culturele manifestaties, maar laat het bij deze wedstrijd behoorlijk afweten.
Weer een pittig stuk Harry. Je hebt gelijk. Door de diverse manieren van stemmen is het fout gegaan. Stemmen op de site had makkelijk via IP-adres gekund, zodat iedereen maar 1 stem kon uitbrengen. Nu was het een kwestie van geschiedenis wissen en doorstemmen. Daar schrijf je vervolgens een programmaatje voor. Via facebook is toch niet telbaar man. Een foto liken.
Verder is het sowieso een lastige keuze. Na gewacht te hebben op de stadskrant (wanneer?! wanneer?!) is het kiezen tussen Wings en Reisig. Ik snap de keuze van Bovendeert echter wel. Jammer, want ik was absoluut fan.
De reden om te laten stemmen via Facebook is niet ingegeven door het idee dat er dan een eerlijke winnaar uitkomt hoor, tenminste zo dom zijn de ambtenaren bij de gemeente Heerlen nu ook weer niet.
Stemmen via sociale media is bedoeld om een evenement te maken van de verkiezing en er de aandacht op te vestigen. Het gaat om amusement, weet je wel.
Verder kun je natuurlijk een menig hebben over de eisen die er gesteld moeten worden aan een stadsdichter. Blijkbaar zijn de eisen in Heerlen bepaald soepel: de dichter hoeft niet in (de buurt van) de stad zelf te wonen, een omvangrijk oeuvre is ook geen noodzaak. De stad Heerlen is opdrachtgever, dus die bepaalt. Fijn zo.
Wel jammer. Ik ergerde me rot aan het feit dat Joost Zwagerman, stadsdichter van Alkmaar, vrijwel nooit (meer) in die stad was. In Haarlem – waar ik best lang heb gewoond – woonde de stadsdichter gewoon bij me om de hoek. Daardoor was hij in stad buitengewoon scherpe kritiek te leveren op de stad en de dingen die er gebeurden. Zie ik iemand die 200 kilometer verderop woont niet doen.
Ach, elke stad krijgt de stadsdichter die de stad verdient. Toch?
Hoe kan een deelnemer denken dat als het een publieke stemming is het iets anders is dan een populariteitswedstrijd? In de krant stelt hij te hebben gedacht dat hij door het publiek (lees de Heerlenaar) zou worden beoordeeld op zijn kwaliteit en geschiktheid? Nu heb ik nog best een redelijk hoge pet op van de Heerlenaar, maar hiertoe is zij niet in staat (‘Vox Populi’ van sir Francis Galton en alle boeken over ‘crowd wisdom’ die daar op volgde ten spijt) . Kortom een naïeveling.
Dan de zaak van de fraude; tja ik vind het meer iets zeggen over diegene die veel stemde dan over de ambtenaren van de gemeente Heerlen die blijkbaar wel in de goedheid van mensen geloven.
Overigens dat je met filteren op IP-adres er voor zou zorgen dat iedereen maar eenmaal kan stemmen is natuurlijk pertinent onzin. Er zijn vele technische geavanceerde en minder technisch geavanceerde manieren waarmee een persoon vanuit meerder IP-adressen zijn stem kan doen gelden.
Overigens vraag ik mij af of Amber-Helena Reisig wel aan de eisen voldoet die zijn gesteld aan de stadsdichter, namelijk drie gepubliceerde gedichten, dit kan ik niet zo een-twee-drie op haar site vinden. (zie voor de ‘spelregels’ http://www.heerlen.nl/Pub/Home/Home-Nieuwsberichten/Home-Nieuwsberichten-Griffie/nieuwsberichten-griffie-2011/Actueel-CMS-Folder-(vervangen-door-echte-thema)-Actueel.html?jaar=2012&maand=3&dag=15)
Maarten, via Facebook filteren op ip-adressen is niet mogelijk (simpelweg omdat Facebook dat niet toelaat).
Dat je kritiek hebt op de deelnemer die zich terugtrekt, soit, maar niet om deze reden: het is dankzij hem dat er nu over de selectieprocedure wordt gediscussieerd. Daarbij mag ik zulke mensen: een relatief naïeve manier van kijken tegen de wereld (‘de gemeente zal wel het beste voor hebben’) is bijzonder waardevol in een met cynisme gedrenkte poel van gitzwart overleven (laten we dat neoliberalisme noemen).
Chapeau dus voor de deelnemer die stopt. Mijn stem heeft ie.
Mijn kritiek gaat er niet om dat hij zich terug trekt, verre van, mijn kritiek is dat hij naïef er in ging, dit soort stemming geen per definitie om het mobiliseren van je netwerk en niet om je kwaliteiten, daar is Heerlen nu eenmaal niet groot genoeg voor. Wil je dat er puur op kwaliteit en geschiktheid geselecteerd wordt dan zul je een vakjury moeten inzetten (of helemaal geen wedstrijd moeten houden en gewoon iemand benoemen).
De gemeente heeft er voor gekozen om dit niet te doen, en dan is het belangrijk om je af te vragen waarom ze deze weg hebben gekozen. Niet omdat het de makkelijkste is, zo blijkt maar weer. Het zal een poging zijn om de burger te betrekken bij de stad, missie geslaagd lijkt mij, maar niet op de manier zoals bedoelt (of beter; operatie geslaagd, patiënt overleden).
Om nu hierop de gemeente aan te vallen zoals zowel de heer Bovendeert als ook Harry doen, tja, daar heb ik zo mijn bedenkingen over.
Mijn Chapeau is voor de gemeente, omdat ze tenminste pogen de burger bij hun stad te betrekken, dat de burger vervolgens hier misbruik van maakt….
Burgers bij een stad betrekken is moeilijk, maar zeker de moeite waard.
Om de wijze woorden van JFK te gebruiken; “We choose to go to the moon. We choose to go to the moon in this decade and do the other things, not because they are easy, but because they are hard, because that goal will serve to organize and measure the best of our energies and skills, because that challenge is one that we are willing to accept, one we are unwilling to postpone, and one which we intend to win, and the others, too.”
Ben het niet met je eens, Maarten. De gemeente heeft gekozen om er een publieke stemming van te maken én het stadsdichter-idee serieus te nemen. Dat kan niet allebei.
In Haarlem wordt de stadsdichter aangewezen door een raad van kritische stadsbewoners. Bewoners die weten wat het is om een luis in de pels van de stad te zijn. Het doel van een stadsdichter is niet alleen het bezingen van lof, maar ook om de stad, de bestuurders en de burgers een spiegel voor te houden. Dat te laten zien wat niemand wil zien. Zo’n stadsdichter krijg je per definitie niet wanneer je iedereen laat stemmen. Dan krijg je een stadsdichter die goed is in amusement.
Ik denk dat de gemeente eigenlijk zo’n stadsdichter wil: eentje die vooral lacht en de traan achterwege laat. Nu, dat noem ik dus laf.
Ik blijf erbij: alle lof voor de deelnemer die zich terugtrekt en een dikke foei (mooi woord, trouwens) voor de gemeente die nu juist een JFK’tje doet. Die stond er namelijk ook om bekend perfecte oneliners en fraaie vergezichten te beschrijven zonder er ook maar een iets aan te doen om ze uit te laten komen. Waarvan acte.