Dagblad Trouw won in 2012 de European Newspaper Award, prijs voor de krant met de beste vormgeving en het beste concept. Onze medewerkster Marjolein Welling bezocht de redactie van de krant en schreef er het volgende stukje over.
De hoofdredactie van kwaliteitskrant Trouw op een doordeweekse ochtend. Een fenomenaal uitzicht over de Amsterdamse grachten, de geur van verse cappuccino en het geruis van computers. De zon werpt zijn eerste lichtstralen door de heldere, brede ramen. Actuele kranten van over de hele wereld liggen verspreid op de bureaus. Alleen: er ontbreekt iets.
Geen rinkelende telefoons, gehaaste verslaggevers, de meeste schermen zijn zwart. Waar is iedereen? Volgens de chef van die dag mag ik er nog even van genieten. Het is een typisch voorbeeld van stilte voor de storm. “Dit is dagelijks ons enige rustpunt. Het is een momentje voor koffie, van wakker worden en een voorbereiding op de dag. Maar dat duurt niet lang.” Zo’n half uur later wordt duidelijk wat hij bedoelt. Uit alle hoeken en gaten lijken mensen binnen te stromen. Medewerkers lopen kriskras door elkaar waarbij botsingen nog net voorkomen kunnen worden. Ze begroeten elkaar in de vorm van een knikje en een ‘hallo’ of goedemorgen!’ Na een flits van los ritsende jassen, het uitstallen van laptops, gsms en ipads en een blik op de krant van vandaag is het personeel compleet.
Het zijn voornamelijk mannen, jong (tussen de twintig en dertig jaar), gekleed in lichtblauwe jeans, witte overhemden en sneakers in de meest uiteenlopende kleuren. Een enkeling verschijnt in pak, maar dan wel zonder stropdas. De spaarzame hoeveelheid vrouwen vormen een gevarieerde mix in leeftijd en kledingstijl, waarbij de meesten van hen in de kunst – en cultuurredactie werken. Elke medewerker heeft bij binnenkomst zijn eigen plek ingenomen. De redactieruimte heeft een vaste indeling. In het midden de hoofdredactie, opgesteld in cirkelvorm. Daar omheen de deelredacties, zoals de kunst- of binnenlandredactie. In totaal zijn er acht deelredacties met elk een eigen team van journalisten.
De leiding bestaat uit twee chefs. Journalisten kunnen altijd overleg met hen plegen en maken hier dan ook veelvuldig gebruik van. Er komt een verslaggever van de cultuurredactie naar de vrouwelijke chef toe met een voorstel voor een artikel. Terwijl ze praat kijkt ze naar een zestal tv-schermen die in de ruimte ophangen. De chef antwoordt: “Goed idee, maar dat is gisteren al ter sprake gekomen in Nieuwsuur. Jammer.” Een verslaggever belt uit Lima en vraagt hoeveel woorden hij mag tikken voor zijn stukje. “400, hoogstens 500. Succes!” Einde van het gesprek.
Dan komt er met vlotte pas een medewerker van de binnenlandredactie aangelopen. Hij praat afwisselend tegen de chef en zijn telefoon. “Momentje, ik ben zo terug. Ja, snap ik, een paar seconden dan ben ik er weer. Goedemorgen chef! Op de fiets viel me een gedachte in over een nieuwe invalshoek van Obama’s beleid. Kunnen we daar iets mee?” Chef: “Zeker. Begin er maar aan, over een uur wil ik het lezen.” De gesprekjes duren gemiddeld één tot twee minuten.
Veel medewerkers nemen na een dergelijk overleg een kleine pauze in de uiterste linkerhoek van de redactieruimte. Een houten plateau, die kraakt als je erop gaat staan, kijkt uit over de inmiddels ontwaakte binnenstad. Voor een kopje koffie - met eigen Trouw-suikerzakjes, servetten en kopjes -, even naar buiten staren, of het doen van rek- en strekoefeningen. Om vervolgens weer aan het werk te gaan. Het is de enige plek in de ruimte met een stukje natuur: twee paarse planten in volle bloei, reikend tot aan het plafond, bakenen het plateau af van de computervloer.
Tegen het middaguur is het tijd voor een vergadering met alle verslaggevers. De groep staat in een kring opgesteld naast een willekeurige deelredactie. Er zijn geen aparte vergaderruimtes of stoelen. Er wordt besproken wat er die dag in de krant komt en de chef voorziet de verslaggevers direct van onderwerpen. Hierbij is er geen oogcontact of mogelijkheid tot overleg. Veel deelnemers kijken tijdens de taakverdeling naar de grond, spelen met hun haar, of zijn actief gericht op hun telefoon. Deze wordt tijdens de vergadering meerdere malen gecontroleerd door bijna iedereen.
Naast het centrale gesprek, nemen de verslaggevers regelmatig hun telefoon op, of komen er geluiden uit het apparaat. Het lijken af en toe net kleine symfonieën, afgewisseld met korte pieptonen of er klinkt plots een stem die zegt: “New message received. You’ve got mail.”
Dan is het een paar meter verderop tijd voor de redactievergadering met dezelfde opstelling als de vergadering daarvoor. Naast telefoons zijn hier ook ipad’s en draagbare laptops in gebruik. De krant wordt per katern (cultuur, binnenland, buitenland, etc.) doorgesproken. De chef sluit af met de vraag of er nog aanvullingen zijn. Iemand heeft een idee voor een voorpagina-artikel. Een redacteur recht zijn rug, zet grote ogen op en reageert op dit idee met opgeheven vinger: “Luister jongeman, hier ben ik het dus niet mee eens. Ik vind dat we juist moeten kijken naar…”
Terwijl hij iets op zijn telefoon intoetst, reageert zijn collega met enige stemverheffing. “Ik vind dat we het over dit onderwerp moeten schrijven, omdat dat veel actueler is en aansluit bij onze kleur als krant.” Dan sluit de chef af: “Mensen, hier schieten we niks mee op. We blijven bij het eerste idee. Aan de slag!” Na tien minuten is de vergadering voorbij.
Iedereen keert terug naar zijn bureau. Deze lijkt op een mini-museum en geeft een glimp van het persoonlijke leven van de medewerker. Foto’s van dierbaren, antistressballetjes, knuffels, Aziatische theecollecties, post-it’s, kauwgomrestjes, souvenirs, sieraden, stapels kranten, uitpuilende agenda’s: de meesten liggen overvol en zeggen altijd wel iets over iemand. Een paar minuten na de vergadering word ik aangesproken door een verslaggever. “Gezellig hè, zo’n vergadering.” In het gesprek dat volgt, geeft hij zijn mening over de werksfeer. “Ik voel weinig vrijheid en betrokkenheid hier. Bij veel sturing, zoals tijdens de vergadering, ga je makkelijk achterover leunen. Er wordt toch wel verteld wat je moet doen.”
Op zoek naar de andere kant van het verhaal, ontstaat er een gesprek met een andere medewerker. “Als je voldoende initiatief toont, heb je hier veel vrijheid. Zeker als je eenmaal op pad gaat. Je krijgt de kans om mee te kijken in verschillende werelden van verschillende mensen. Het is een prachtig vak.” De ochtend erna ligt er weer een nieuwe Trouw-editie in de bus. Het is negen uur, de redactieruimte is leeg. Maar dat duurt niet lang.
Marjolein Welling
(de schrijfster studeert antropologie aan de Universiteit van Utrecht)

