Open Call staat voor de kunstenaars die zich naar aanleiding van de John Cagetentoonstelling in SCHUNK*, lieten inspireren door de grensverleggende muziektheorieën van de enigmatische componist-filosoof. De inzendingen zijn niet alleen op de website van SCHUNCK* te zien; een selectie zal tot 28 november 2010 worden uitgevoerd in het cultuurpaleis van Heerlen.
Volgens het persbericht zullen “in een reeks concerten, installaties, lezingen en performances artiesten van nu hun interpretatie op Cage’s oeuvre geven: zij tonen wat er is en wat het had kunnen zijn.” Vandaar dus de subtitel John Cage Of what is and what might have been. John Cage wilde die grensverlegging van hem, hoe onwennig deze in het begin ook leek, boven alles geaccepteerd krijgen. Hij nam niet zonder meer genoegen met bestaande klanken en muziek, maar wilde deze ombuigen naar zijn eigen maatstaven en denkbeelden, desnoods door de snaren van een vleugel vast te draaien met schroefjes, boutjes en moertjes. De weg naar acceptatie was voor Cage ook een filosofische verkenning van een esthetiek die zich losmaakte van conventies, van smaak en traditie.
De vraag is of dat grensverleggende in relatie tot Cage wel aanwezig is bij de ruim honderd inzenders. Een snelle blik leert dat nogal wat kunstenaars de weg van de minste weerstand kiezen. Veel werken zijn bepaald niet actueel, laat staan dat ze speciaal zijn gemaakt voor Open Call; werk dat de kunstenaars nog hadden liggen in hun atelier zeg maar.
Neem Ron Strouken. Zijn improvisatieachtige stuk voor keyboard mist simpelweg de klankrijkdom van Cage’s muziek. Zou Strouken ooit wel eens werk van Cage gehoord hebben? Het voorstel van Eric Lamers om 4.33, Cage’s beruchte ode aan de ‘stilte’ uit te laten voeren in een remix van dj’s, samplers en draaitafels, blijft wat onduidig en theoretisch.
Zoals men zelf al aangeeft lijkt het Nijmeegse Kapotte Muziek het meest verwant aan het gedachtegoed van Cage. Met contactmicrofoons geplaatst op voorwerpen en niet-muzikale instrumenten wil men geluiden en klanken voortbrengen die als vanzelf de richting opgaan van het toeval en het ongehoorde.
Andere deelnemers volstaan met het inzenden van partituren die er net zo cartoonesk uitzien als sommige notaties van Cage. Nadeel is dat de zeggingskracht pas zal blijken bij een eventuele uitvoering. Dat geldt ook voor de vele instructies waarmee sommige inzendingen vergezeld gaan. Er is veel aandacht voor theorie, concept en gebruiksaanwijzing, weinig voor houvast, beeld en iets tastbaars. Ongetwijfeld is er goed over nagedacht door de kunstenaar, maar tussen theorie en opvoering in de praktijk zit natuurlijk een groot verschil.
Bijzonder is de poging van de jonge Oostenrijker Richard Eigner om de decibellen van noisemuziek plus het omgevingslawaai van verkeer, om te vormen tot een eigen compositie van bijna stilte. Denoising Noise Music/Denoising Field Recordings heet zijn werk waarmee hij met speciaal ontworpen software bestaande geluidsbronnen reduceert naar een eigen creatie.
Ook Kaza Poorter refereert met haar acrylschilderij van papegaaien naar de stilte van 4.33. En ja, zo kun je van alles gaan verzinnen om een verband te leggen met het werk van Cage, net als gastcurator van de tentoonstelling Julia Robinson dit deed door de transparantie van het glasgebouw van SCHUNCK* te vergelijken met het open karakter in het werk van de componist. Nee dan Frank Bezemer. Hij wil in datzelfde volgens hem nogal rumoerige gebouw een geluidsarme kamer bouwen, benadrukt met een aantal reliëfachtige stiltekunstwerken.
Kapotte Muziek
Hans Willem Gijzel bedacht een variant op het werk dat Cage maakte onder de noemer prepared piano. In zijn werk Prepared People laat hij een drietal mannen of vrouwen samen een lied zingen. Verder houdt zijn uitleg in: “alledrie hebben ze een magneet boven hun hoofd. Door middel van Transcranial Magnetic Stimulation (TMS) wordt het spraakgedeelte in de hersenen van de zangers in de war gebracht, waardoor de uitkomst van hun zang volkomen onvoorspelbaar wordt. Het publiek schakelt, middels een knop, de TMS in en uit.” Op zijn minst een bijdrage waarvan de uitleg nieuwsgierig maakt naar de uitvoering.
Volgens Hans van Koolwijk is De Klankkaatser “een eivormige ruimte van tien meter hoog waar je met een paar mensen in kunt staan. Binnenin bevindt zich een lichtinstallatie en een geluidsmachine waaruit gecomponeerde klanken klinken. Doel is het teweegbrengen - door ontregeling van ogen en oren - van een overweldigende totaalervaring. De sfeer in de Klankkaatser is sober, subtiel en intens. Geen spektakel, geen sensatie, maar concentratie en contemplatie. Minimale acties, minimale middelen: eenvoud.”
Thank God For Meaningless Things kan doorgaan voor een opvatting van Cage, maar is in feite een credo van Trudy van Soest, waarmee ze mensen wil confronteren met hun eigen beperkingen. “Deze tekst in spiegelfolie op een muur; grootte: variabel, afhankelijk van desbetreffende plek, voorgestelde afmeting: minimaal 130 cm breed, hoogte in verhouding. Behalve dat de tekst een paradox in zich draagt, verwijst het naar (voor mensen) betekenisloze dingen waarin voor mij juist grote schoonheid en werkelijkheid schuilt. Het wil voor mij eigenlijk zeggen: dring je beperkt menselijk vermogen wat minder op aan alles en laat de dingen toe, zich kenbaar te maken zonder er automatisch begrippen aan te verbinden. Door het gebruik van spiegelfolie, wordt de toeschouwer/lezer zèlf gereflecteerd waardoor de tekst tevens op hemzelf betrekking heeft.”
Op Glaspaleis.nl zijn alle deelnemers en hun ingezonden werk te bekijken:
Open Call John Cage Of what is and what might have been (SCHUNK*, Heerlen t/m 28 november 2010)
Harry Prenger

Interessant, die high brow-inzendingen. Ik had liever meer popcultuur gezien. Welke invloed heeft Cage gehad op moderne dance? Hoe zien danceproducers het werk van Cage nu?
Helaas, dat is er niet van gekomen. Nog niet, moet ik zeggen. Dat is jammer, want ik ben helemaal niet geïnteresseerd in de zoveelste avantgarde-interpretatie.
Gemiste kans dus voor SCHUNCK* dat deze Cage-tentoonstelling ook interessant had kunnen maken voor talentvolle danceproducers uit de regio (en die zijn er), maar dat heeft nagelaten.
Beste Theo,
Wat let jou om de 4de muur van de andere kant te doorbreken, als journalist & socioloog het podium op te stappen?
Ik vertrouw erop dat je barst van de ideeën.
Cage is weg en ik kruip uit mijn schulp. Toch soms ook hunkerend naar een stukje muziek met lekkere lijntjes, dromerige klanken of opzwepende beats. Cage is weg en ook de OPEN CALL is weg. 147 Inzendingen waarover ieder het zijne mag denken, dat is de kunst van kunst. Als je er maar over denkt. Dank je Theo voor het meedenken. Dankje 147 inzenders voor het meedenken en aanzetten tot meedenken. Helaas onder hen maar heeeel weinig dansers. Dat is jammer. Ze wisten het allemaal en SCHUNCK* wilde in deze OPEN CALL (lees het woord goed) geen regie voeren. Dat is ook een kunst.
Ad,
Mijn meedenken hier lijkt op kritiek omdat het zo beknopt in een ‘comment’ staat. Ik heb genoten van de expositie. Er verheug me nu al op meer van zulke tentoonstellingen.
Met mijn ‘kritiek’ op de OPEN CALL probeer ik de oproep juist te zien in het licht van Marshall McLuhans idee over media: the medium is the message. De manier waarop een boodschap - in dit geval de OPEN CALL - wordt gedaan beïnvloedt het resultaat. Ik denk dat dat ook nu het geval is. De oproep mag dan wel inhoudelijk niemand uitsluiten maar de manier waarop (uiterlijk, communicatie, verspreiding, etc) ze werd gedaan zorgt - denk ik - wel degelijk voor een deelnemersgroep die zich buiten de popcultuur bevindt.
Dat vind ik jammer, juist omdat producers van bijvoorbeeld dubstep Cage kunnen zien als pionier (op de HvA waar ik lesgeef gebruik ik zijn werk ook als lesmateriaal). Maar goed, daar wil ik best wel eens samen een boom over opzetten.
Voor nu: laat ons alsjeblieft nog meer genieten van mooie tentoonstellingen in SCHUNCK*.
Maar Maarten,
Dat doe ik al wekelijks. De grenzen tussen hogere en lagere cultuur slechten is mijn belangrijkste werk.
Dit ging echter niet om mij, maar om SCHUNCK*.