Column: de Verlichting van Parkstad

detail Maankwartier (nieuw treinstation in aanbouw, Heerlen)

In april 2012 verscheen er in het NRC Handelsblad een mooi artikel over een Renaissance die zich momenteel zou ontvouwen in Zuid Limburg, en dan met name Heerlen. Dat Parkstad een enorme culturele bloei doormaakt is onmiskenbaar. Zelfs het honkvast te noemen Koninklijk Concertgebouworkest kiest voor een jaarlijks terugkerend optreden in Parkstad Theater Heerlen.

In plaats van een Renaissance, een wedergeboorte van een cultuur die was, zou ik liever spreken over een Verlichting. Immers, er wordt niet zozeer teruggegrepen op een cultuur die er was, er worden culturele invloeden van ver buiten Zuid Limburg geïmporteerd, getransformeerd en toegepast in onze streek. Of het nu gaat om de Amerikaanse straatcultuur van The Notorious IBE breakdancefestival of het al bijna dertig jaar steeds weer vernieuwende Cultura Nova. Het is steeds, relatief, nieuw voor Parkstad en haar wijde omgeving. Van een culturele Verlichting is zeker sprake.

De Verlichting moet echter niet louter cultureel zijn, verre van. De Verlichting dient een bredere intellectuele lading te hebben. Voorzichtig begint de Verlichting zich te verspreiden, architectonisch bijvoorbeeld. Of men nu voor of tegenstander is, Michel Huismans Maankwartier is, qua vormgeving, een onmiskenbaar radicale breuk met wat er al is gerealiseerd in Parkstad en omstreken. Mogelijk is juist dit de reden dat er vanuit gevestigde architectonische kringen weerstand is.

De grootste en meest radicale intellectuele vooruitgang wordt misschien wel geboekt in het reflecteren op het mijnverleden. De literaire (zoals In En Onder Het Dorp van schrijver Wiel Kusters), muzikale (Ademnood van het Kerkraadse kunstproject Sjtub) en wetenschappelijk werken (Mijnwerkers In Limburg. Een sociale geschiedenis), zijn tekenend voor deze vooruitgang. Deze culturele artifacten staan niet meer bol van de afschuw van de mijnbouw, noch van het overromantiseren, ze zijn meer beschouwend van aard en lijken zo meer recht te doen aan de werkelijkheid.

Laat deze voorlopers van de Verlichting andere gebieden aansteken, we kunnen wel wat radicale denkers (en doeners) gebruiken. Lang leve de Verlichting, lang leve het land van het Zwarte Goud.

Maarten van Wesel is medewerker digitale onderwijs- en onderzoeksondersteuning bij de Universiteit Maastricht

    Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Geef dit als tip aan je Hyves-vrienden Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je MySpace-vrienden Deel met je LinkedIn-contacten

    Tags: ,

    19 comments

    1. Het bouwwerk van Huisman zou ik dan eerder scharen onder renaissance. Wil van Heerlen iets maken dat het vroeger was en grijpt opzichtig terug.

      Van een verlichting is een beetje sprake, maar zoals je terecht schrijft zit verlichting ‘m in een radicaal andere manier van denken, in een mentale omslag. Die zie ik nog niet gebeuren. Voor radicale denkers is Heerlen niet geschikt. Althans, nog niet. De stad is in zichzelf gekeerd, intellectueel wil de stad maar niet tot bloei komen en er wordt klein gedacht.

      Onze discussie over het openbaar vervoer naar Aken vind ik daar een goed voorbeeld van.

      Radicaal denken is: er moet vier keer een trein rijden naar een belangrijke stad als Aken. Heerlens denken is: ach, er rijdt wel een trein per uur, laten we daar blij mee zijn.

      Er moet nog veel gebeuren om die verlichting in gang te zetten. Ik wens jou niet alleen een geweldig 2013, Maarten, maar ook veel geluk met het starten van de Heerlense verlichting.

    2. Beste Theo,

      Aller eerst jij ook de aller beste wensen voor 2013

      Huisman grijpt juist, qua vormgeving, niet terug. Hij heeft ergens eind 2006 begin 2007 bij het toelichten van zijn plannen aan de commissie ruimtelijke kwaliteit verteld dat hij zich liet inspireren door Zuid-Europese bouwsels (mogelijk daarom het ietwat op het Colosseum, of amfitheater, lijkende noord-kant).

      Juist omdat de stad in zich zelf gekeerd is is ze klaar voor radicalen. De radicaliteit die in Heerlen nodig is is minder extreem dan in Amsterdam. Ook in de verlichting waren het incrementele stappen. Was in het begin van de verlichting “Ik denk, dus ik ben” enorm radicaal, later was een deconstructie van het concept God en de staat nodig om nog enigszins in de spotlight te staan. (dit betekend overings niet dat er in Amsterdam ook spraken is van een verlichting, daar ken ik Amsterdam niet goed genoeg voor). Echter ik ben het wel met je eens dat Heerlen uiteindelijk te klein is om echt enorm radicaal te worden, uiteindelijk krijg je te snel consensus waardoor de wrijving verdwijnt (en juist de wrijving geeft glans). Maar grote zegt niet alles; Schotland met zijn 1,25 miljoen inwoners rond 1750, is een enorm vruchtbare voedingsbodem voor Verlichters gebleken, die zich kan meten met vele grotere landen.

      Onze discussie over de trein; als het me goed bijstaat was mijn punt niet dat het goed was zoals het nu is, maar dat het binnen afzienbare tijd gaat wijzigen. En dat het helaas nu niet mogelijk is om meer treinen te laten rijden omdat er te weinig capaciteit op het spoor tussen Heerlen en Aken is (veel enkel spoor). Mogelijk is dit probleem echter al eerder opgelost, als inderdaad Heerlen de Kissel uit de dienstregeling verdwijnt, waardoor er geen stop meer tussen Landgraaf en Heerlen zit.

      Zoek in mij niet de Decartes van de Heerlense Verlichting, daar ben ik waarschijnlijk niet radicaal genoeg voor.

    3. Mark Renne

      @Maarten: mooi dat je via Verlichting eigenlijk weer bij Renaissance uitkomt. Belangstelling mijnen en cultuur hoort daarbij. Mooi om daar via Sjtub en andere zaken aan mee te werken.

      @Theo: Heerlen nog niet rijp voor radicale denkers? Volgens mij moeten radicale denkers dat zelf uitmaken. Die durven te denken en zeggen. Ongeacht wat een ander ervan vindt. Heerlen is misschien wat klein, maar Parkstad niet. En daar schrijft Maarten eigenlijk over. Alhoewel hij in de collums ook niet alle Parkstad Verlichting kan behandelen.

    4. Nee nee Mark, de interesse die in tijdens de Verlichting voor historie en cultuur bestond was heel anders van aard dan tijdens de Renaissance.

      Tijdens de renaissance ging het om de wedergeboorte van de oude (romeinse) glorie. Tijdens de Verlichting ging het om de beschouwing van o.a. deze romeinse cultuur, dit is onderzoekend van aard. En juist dit onderzoekende is wat ik nu zie bij oa Sjtub

    5. Mark Renne

      Maarten, hoort het enigszins vermanend herhalen van “nee, nee” bij de Verlichting of Renaissance. Soi.

      Ik zou het eigenlijk helemaal niet zo over een woord, betekenisstrijd willen hebben. Zoals je weet heeft Frans Geraedts het meestal ook over de Renaissance van Parkstad. Daar sluit ik me bij aan.

      Nu weet ik dat een collumn kort en bondig hoort te zijn, maar volgens mij zijn er in jouw visie nog wel wat meer Verlichting, min of meer van buiten komende, voorbeelden te noemen. Dat van “buiten komen” is volgens mij redelijk betrekkelijk. Jouw voorbeelden waren niet mogelijk zonder regionaal voorwerk. De infrastructuur moet er wel zijn. Die is toch echt regionaal gemaakt. En al heel erg vroeg soms. Wanneer er destijds niet zo’n impossante schouwburg was gebouwd was Cultura Nova nu vast kleiner geweest. En ik dacht dat Notorious IBE vooral hierheen kon komen door voorwerk van Bart Temme?

      En Verlichting vraagt om een andere, radicalere manier van denken. Dat onderstrepen Theo en jij. Jullie vragen om radicale denkers en ruimte geven aan deze denkers. Daar ben ik het natuurlijk helemaal mee eens. Maar ik denk ook dat radicale denkers die ruimte zelf wel nemen. Misschien zijn ze maar met weinigen, maar ze zullen zich laten horen.

      Zonder te pretenderen dat ik een radicale denker ben, doe ik een kleine voorzet, die wel met jouw thema te maken heeft.
      De afgelopen Cultuurbrouwerij was in het kader van het Mijnfestijn in het Continium in Kerkrade en niet in de nieuwe NOR. Het ging over de vraag in hoeverre de mijnhistorie de muziek in de regio heeft beïnvloed of nog beïnvloedt. Een interessant programma. Goed voorbereidt door Joery Wilbers, Frans Geraedts en Kim Meijer. En het Continium had qua catering goed uitgepakt. Daar hadden eigenlijk veel mensen bij aanwezig kunnen zijn. Maar de opkomst was bedroevend laag. Zo rond de 20. Ik weet nog niet wat Joery ervan vond, maar Frans en ik waren erg teleurgesteld. Een mooi programma, een gastvrije plek en dan laten de “normale” cultuurbrouwerij bezoekers het afweten. De normale bezoekers vinden klaarblijkelijk dat de “cultuur alleen maar brouwt” in Heerlen, en dat is de grootste misrekening die je in de Verlichting kunt maken. Buiten Heerlen zijn veel mensen, organisaties en bedrijven namelijk erg veel “cultuur aan het brouwen”, misschien wel meer dan in Heerlen. De Verlichting die jij ziet en/of wenst is sterker wanneer die overdreven focus op Heerlen nu eens wegvalt. Heerlen én de rest van Parkstad, zijn sterker als één Parkstad met een krachtige centrumgemeente!

    6. @ mark: Misschien trek ik een grote broek aan maar vind mezelf een radicale denker. Heb dat anderhalf jaar gedaan, maar merk dat ik voor Heerlense begrippen te radicaal denk. De ruimte nemen? Ja, natuurlijk. Maar in het luchtledige roepen terwijl iedereen de andere kant op blijft kijken, is frusterend.
      Inmiddels denk ik weer radicaal in delen van de rest van het land. Dat is toch veel meer mijn plek. Niet erg hoor. Heerlen en ik houden toch wel van elkaar al is het, zoals een vriendin van me altijd zegt, duidelijk een haat/liefde-verhouding.

    7. Theo is geen radicaal denker. Hij is een eendagsvlieger, de ene dag dit (Occupy Heerlen, Limburg) de ander dag weer iets anders Vinyljunk. Hou toch op man. Jij kunt alleen in gelul wonen. Je hebt geen roots, waar was je toen jongerenkultuur in de Euregio werd opgebouwd. Wat weet jij van muziek, kultuur, alleen wat snobbistisch geneuzel, scheidt toch uit man. Volgende song is op iedereen van toepassing. Op Theo veel meer dan anderen: http://www.youtube.com/watch?v=5VnwL4-Ghn0

    8. @mark
      Jullie doen jezelf tekort als je het blijft hebben over een renaissance. In een renaissance probeer je terug te gaan naar een, grotere cultuur, die er was. In de meeste gevallen poog je de Romeinse tijd te herscheppen, iets wat in deze regio door in Karalogische tijd al is gedaan. Jullie willen niet terug gaan jullie willen vooruit gaan! Hierbij hoort ook op een juiste manier omgaan met het verleden, in het geval van Sjtub het Mijnvereleden.

      De invloeden van buiten komen niet hier omdat ze ons van buiten worden opgedrongen, maar omdat ze actief worden gehaald en vervolgens getransformeerd. IBE zou hier niet zijn als bij Bart en de zijne een renaissancistische gedachte overheerste, dan zouden ze pogen om, bijvoorbeeld, harmonieën, die dezelfde oude deuntjes spelen, nieuw leven in te blazen. Niet dat daar perse iets mis mee is, maar het is een stuk minder radicaal.

      Het wederom oplaten wakkeren van een nog smeulend vuurtje is makkelijker dan het vuur ergens anders vandaan halen.

      Ook Cultura Nova is een constante zoektocht naar vernieuwende kunst en geen passief afwachten tot er iets langskomt. Het is pull en niet push.

      De focus moet inderdaad op Parkstad niveau zijn. Ik ben het er echter niet perse meeeens dat een opkomst van 20 man bij de cultuurbrouwerij buiten Heerlen een teken is dat dit niet zo zou zijn. De cultuurbrouwerij die daarvoor in de NOR was trok niet veel meer bezoekers. Cultuurbrouwerij iets aan het inslapen, er moet weer wat meer peper in de reet (alle respect voor de organisatoren, ik kan het niet beter). Daarnaast speelt locatie een rol, als iets om de hoek is is de drempel lager, veel van de vaste bezoekers wonen redelijk dichtbij de NOR. Mijn vraag zou zijn; waarom bleven Kerkradenaren weg bij deze thuiswedstrijd? Juist voor hen was de drempel nu laag. Is het omdat het ‘uit Heerlen komt ‘?

      @Theo
      Indien je in andere delen van het land weinig tot geen weerstand ontmoet denk je, voor deze delen, mogelijk wel niet radicaal.

      Maar ik begrijp je ‘pijn’. Ook ik ken de frustratie van het weten dat het anders kan, maar het niet verkocht krijgen. Ook ik ken de frustratie van iemand vijf jaar later met, min of meer, hetzelfde idee zijn komen en het dan wel zien aanslaan.

      Maar, en nu spreek ik tot de neo-marxist in je, ook erkenning is een vorm van winst. In een wereld met socialistische vormen van ideeën productie zou geen erkenning mogen bestaan. Want ook het claimen van intellectueel eigendom is een vorm van kapitalisme, en dan bedoel ik niet eens alleen intellectueel eigendomsrecht. Het is niet het bezit dat diefstal is, maar het hebben van eigendom (ookal wordt Proudhon meestal verkeerd vertaald). Monopoliseer je radicale gedachtes niet!

      Door het genetisch en maatschappelijk dobbelspel heeft een deek van ons kansen gekregen om radicale gedachtes te ontwikkelen, het is, in mijn optiek,daarom de morele plicht om iets terug te doen voor de maatschappij die ons hier bij heeft ondersteund.

      P.s. Geen neo-marixst zijnde ben ik zelf niet perse tegen het claimen van erkening. Ik moet mogelijk nog verder radicaliseren .)

    9. @ jos: goede inhoudelijke argumenten. ga zo door!

      @maarten:
      oh, je begrijpt me verkeerd. In andere delen van het land kost het me net zoveel moeite, maar daar is de erkenning en vooral (want daar gaat het om) wil om er iets van te vinden en de samenwerking aan te gaan vele malen groter waardoor er een wisselwerking ontstaat die leidt tot mooie dingen. Dat is een groot verschil met Parkstad. Voor mij althans.

      Het gaat me juist om die kruisbestuivingen, de samenwerkingen die ik hier niet van de grond zie komen en elders wel. Dat heeft niets met radicaliteit te maken, wel alles met houding.

      Je projecteert trouwens te veel Marx op het neo-marxisme. Eigendom speelt bij het neo-marxisme slechts een marginale rol. Gaat in essentie over iets anders.

    10. Beste heren,

      Hoewel het best interessant is om te redetwisten over de concepten ‘verlichting’ of ‘renaissance’, gaan jullie daarbij juist voorbij aan wat er nodig is voor werkelijke vooruitgang. Het blijft bij contempleren en redeneren, en vooral ook ‘navelstaren’, zoals Stijn Huijts het een tijdje geleden in ‘De Estafette’ noemde.

      Sinds een paar maanden ben ik nu aan de slag in mijn eigen ruimte op de Schinkelstraat 13. (ja, weer valt daar onder andere de naam van Bart als stichter). Zelf beschouw ik dit als dè plek waar het momenteel gebeurt in Heerlen. Hier wordt niet gedacht over beleid, over filosofie, over wetenschap, maar vooral overgegaan tot actie. En laten we eerlijk zijn: geschiedenis wordt niet gemaakt door de denkers, maar door de doe-ers (is dat een woord?). De denkers herinterpreteren slechts achteraf of kijken toe vanaf de zijlijn.

      Daar ben ik zelf (van oorsprong cultuurwetenschapper) dan ook vrij hard van teruggekomen. Analyseren, beschrijven en bediscussiëren is van alles, maar niet de actie zelf. Net als ‘weten dat het anders kan’ ook mooi staat in een boek.

      Wat betreft de terugblik naar het mijnverleden: ja, het is zeker relevant om het te verwerken, maar ik begrijp het nut niet helemaal in deze discussie. Het is terugkijken, niet vooruit. Het is nog steeds Parkstad, wentelend in haar eigen verleden, zich identificerend met wat geweest is, niet met wat komen gaat (of misschien nu al is). Jullie discussie voelt een beetje als Winckelmann met zijn fascinatie voor de Renaissance.

      Daarom zeg ik: heren, bezoek ons eens. Kijk eens waar het echt gebeurt en zorg dat de doe-ers in contact komen met de denkers.

      Oh en Theo, ik wacht nog steeds op een kop koffie

    11. Alleen de matige denkers doen wat jij beschrijft, Lars. In de ideale situatie ontstaat flux door een symbiose van denken en doen. Al in diverse steden meegemaakt.

      Klopt overigens wat je zegt: er wordt veel gedaan in Parkstad en Heerlen. Heel veel zelfs. Ooit wordt dat zichtbaar.

      Koffie staat nog steeds, ben alleen weer veel elders (deze hele week weer), moet dus even wachten.

    12. Frans Geraedts

      Maarten heeft gelijk. De metafoor renaissance verwijst terug, naar een ‘glorieus’ verleden, dat inspiratiebron, richtsnoer, maatstaf is. Als ik spreek over de renaissance van parkstad is dat ook precies wat ik beoog. Tijdens de mijnbouwperiode was deze regio een van de meest dynamische, rijkste en interessantste van het land. In een handvol decennia werd door immigranten uit alle windstreken de vijfde stad van Nederland uit de (onder)grond gestampt; inclusief een cultureel leven waarin avantgarde met volkskunst, professionals met amateurs verbonden werden. De metafoor neemt het heden, misschien nog beter de nabije toekomst van parkstad precies die maat. Het is een uitdaging aan de burgers, het maatschappelijk middenveld en de politiek.

      Ik schep er genoegen in dat de metafoor een reeks subversieve analogieen in het spel brengt. De mijnbouwperiode als de geboorte van een beschaving? De koempels als griekse burgers? De mijnsluiting als de ondergang van rome? De vijftig jaar sindsdien als donkere middeleeuwen? Natuurlijk schuilt in die vergelijkingen een wanverhouding. Maar ze brengen ook waarheid aan het licht. En de oneerbiedigheid, het rebelse, de vrechheet die in ze steekt, past, past bij de mijnstreek, bij parkstad, bij mijn vader, bij mij.

      Ik voel me ook erg thuis in de urbaniteit die de renaissance in herinnering roept. Het zijn steden die daar in Italie uit de klassieke ruines herrijzen. Steden die ook al zijn het nog geen democratieen wel al polis worden. Steden die inwoners tot burgers vormen. Steden die de openbaarheid en zijn ruimtes vieren. Steden die de kunsten tot bloei brengen. Steden die de tijdgeest vangen in blijvende schoonheid. Waarom zouden wij voor parkstad met minder genoegen nemen?

      Als filosoof vind ik het jammer dat in onze dialoog de verlichting en de renaissance tegenover elkaar zijn komen te staan. Ze bouwen in de geschiedenis van het denken op elkaar voort. Zonder renaissance, zonder inspiratie uit een succesvol verleden, zonder stedelijkheid, zonder polis en burgerschap, zonder de bevlogenheid van de kunstenaar en het kunstwerk geen verlichting, geen wetenschap, geen ‘ik denk dus ik ben’, geen categorische imperatief, geen encyclopedie, geen van God los, geen Spinoza.

      Zou het kunnen Theo dat je nog wat meer geduld met ons, met Parkstad moet hebben?

      Lars ik geloof net als jij dat het dringend tijd wordt dat parkstad zich opnieuw uitvindt. Maar weet je al vanaf het moment dat er sprake van was dat de mijnen gesloten zouden worden wordt hier verkondigd dat we naar voren moeten kijken en niet naar het verleden! Van zwart naar groen, liefst gisteren! Is het toeval denk je dat we alle elf mijnzetels vernietigd hebben, tot de laatste steen? Het is niet het verleden dat ons vast houdt, maar het onverwerkte.

      Herindustrialisatie als acting out, depressiviteit als grondstemming, passieve agressie als persoonlijkheidsstructuur.

      Er is hier niet (goed (genoeg)) gerouwd.

      De stad herbouwen, een polis stichten, burgers vormen, een cultuurpark worden, kunst maken, het mijnverleden een waardige plaats geven in onze identiteit: we kunnen onze renaissance niet overslaan, Maarten. Maar anders dan in het verleden waarnaar de metaforen die we gebruiken verwijzen, hoeven we niet op de voltooiing ervan te wachten om met kritisch denken te beginnen. Dat kan per direct. Niemand houdt ons tegen.

    13. Beste,

      Uiteraard moet het verleden verwerkt worden. De mijnbouw heeft een bloeiperiode voor de regio mogelijk gemaakt. Of er sprake is van echte rouw? Dat durf ik niet te zeggen, daar ben ik veel te jong voor. Het is een andere generatie.

      Als ik echter kijk naar de factor ‘kunst’ in parkstad (en Limburg) - om mij even op mijn eigen onderzoeksterrein te begeven - dan is Defesche een sprekend voorbeeld met zijn vernieuwing van de stadscollectie Heerlen. Steden als Venlo en Maastricht zijn daarna gevolgd.

      Elk van die steden kende een combinatie van een heleboel (incidentele) factoren en personen die zich inzetten voor hetgeen zij geloofden. Die personen zijn er nu ook, daar twijfel ik niet aan, maar het is een andere tijd. De competitie is nu groter: dat is niet alleen de competitie om geld en middelen, maar vooral ook om de aandacht en tijd van mensen.

      Ik huiver ietwat voor deze identificatie met het mijnverleden. De hele provincie leeft eigenlijk al in een soort construct waaruit wij een eigen identiteit willen putten. Een comfortabel obstakel dat we te pas en te onpas inzetten om onszelf te verdedigen.

      Hoewel wij als jongere generatie best een stuk inspiratie uit de mijnen kunnen halen (ik denk aan de expositie in de Nor op dit moment), moet dit geen construct worden. De maakbaarheid van een dergelijke bloei vind ik interessant, maar het is fictie. Je kunt alle factoren die een dergelijke nieuwe bloei (kunnen) veroorzaken, niet beheersen. Het gebeurt of het gebeurt niet.

      Het beste wat we kunnen doen, is handelen alsof het al aan het gebeuren is, waar mogelijk faciliteren en vooral ook zelf actief bijdragen.

    14. Wat mij vooral opvalt op de lijn mijnverleden-denken is dat de generatie die tiener was in de meest depressieve tijd van de Parkstad, de jaren 70 en, in mindere mate, begin jaren 80, zijn/haar vertrouwen in de streek terug krijgt. Dat is belangrijke winst!

      Betreffende de maakbaarheid van de bloei, wil ik graag Max Weber aanhalen; “de wereldbeelden die gecreëerd zijn door ideeën bepalen, net als wisselwachters bij de spoorwegen, het spoor waarlangs acties plaatsvinden die gestimuleerd worden door de dynamiek van belangen.” Kortom, de maakbaarheid bestaat niet het in beweging zetten van de trein, maar in het sturen van de route.

    15. Pardon, een deel van mijn commentaar was niet mee gekopieerd (in de trein getyped op de iPad .) ):

      Het is niet mijn bedoeling om verlichting en renaissance tegenover elkaar te zetten, maar ik kan mij voorstellen dat het mogelijk zo over komt. De verlichting bouwt voort op de verworvenheden van de Italiaanse Renaissance (aangezien er vier westerse renaissance zijn geweest) en de reformatie (!).
      Echter ik denk dat we de Renaissance voorbij zijn! Niet alleen in zijn uitingen maar ook in het publiek. De Renaissance was het feest van de super elite, de koningen, hoge adel en hoge geestelijkheid, de Verlichting was al veel meer het feest van de burgerij, althans de (hoge) middenklassen. Vooral in een land als Schotland, waar toen maar liefst 75 % van de mensen al kon lezen (een extreem hoog percentage voor die tijd), niet mogelijk zonder de, tijdens de Renaissance ontwikkelde, drukpers.

      Ik ben het er niet mee eens dat de denkers die niet doen matige denkers zijn, maar mogelijk is dat om mijzelf te beschermen .) In mijn optiek zijn Denkers, Doeners en Doener/Denkers nodig. Zo niet dan kunnen we ook meteen de deuren van de universiteiten sluiten. Het is belangrijk dat er mensen zijn die observeren, analyseren en, laat ik het, rapporteren, noemen, zonder al te veel in te grijpen (uiteraard is je aanwezigheid als observator al van invloed). Sommige grote denkers zijn zelf niet in actie gekomen, staat Marx’s Das Kapitaal slechts mooi in de boekenkast? Tuurlijk het is veel in zijn naam gedaan waarop hij niet trots zou zijn. Heeft Adam Smiths werk tot niets geleidt? Of het werk van Darwin? Dat zijn de grote namen, maar ook de, voor de meeste relatief onbekende, socioloog Howard S. Becker (nog steeds in leven) wiens werk Outsiders een directe navolging heeft gekregen in het Nederlands drugsbeleid (toch wel gezien als het beste, in de zin van aantal gebruikers van harddrugs en harddrugs gerelateerde overlijden, drugsbeleid in de wereld).

      Wat mij vooral opvalt op de lijn mijnverleden-denken is dat de generatie die tiener was in de meest depressieve tijd van de Parkstad, de jaren 70 en, in mindere mate, begin jaren 80, zijn/haar vertrouwen in de streek terug krijgt. Dat is belangrijke winst!

      Betreffende de maakbaarheid van de bloei, wil ik graag Max Weber aanhalen; “de wereldbeelden die gecreëerd zijn door ideeën bepalen, net als wisselwachters bij de spoorwegen, het spoor waarlangs acties plaatsvinden die gestimuleerd worden door de dynamiek van belangen.” Kortom, de maakbaarheid bestaat niet het in beweging zetten van de trein, maar in het sturen van de route.

    16. Jan Weijers

      We hebben het hier toch over het mijnverleden, de verlichting binnen parkstad. Hier moet ik dus effe over nadenken. De “mijnverledendenkers” zijn aan het woord, vergeet dan s.v.p. de mensen niet die daadwerkelijk met dit mijnverleden zitten opgescheept en geen moer begrijpen van datgeen jullie hier neer schrijven. Jullie noemen je zelf denkers, revolutioneren, realisten en vernieuwers. Die hebben we inmiddels zat gehad. Laat het ” verlichten” nu maar eens over aan de doeners. De mensen die daadwerkelijk begaan zijn met Parkstad. zij die in staat zijn Parkstad als één groot geheel te bezien en niet liggen te lullen over de deelgemeentes an zich om zichzelf binnen hun “Parkstadvlapunt” een persoonlijke opwaardering te kweken waar slechts zij zelf in geloven. Kouwe kak noem ik dit alles. Alhoewel ik Frans, Mark etc. persoonlijk ken en waardeer, blijf ik mij afvragen of “denkers” de oplossing zijn voor het probleem. Dan geef ik Maarten gedeeltelijk gelijk door te zeggen dat de maakbaarheid niet bestaat uit het in beweging zetten van de trein, maar door het aanleggen van de rails en het besturen van het traject. En daar heb je uiteindelijk de doeners voor nodig

      • Mark Renne

        Beste Jan, ik ben het helemaal eens met je oproep om ook aandacht te hebben voor de doeners. Die zijn er zeker ook en die zijn hard nodig. Hier reageren Frans en ik op een collumn van Maarten. Ik hoop dat je toch weet dat in ieder geval Frans en ik ook doeners zijn. Als voorbeelden noem ik graag de samenwerking Kunstkring Parkstad, Post-, Sjtub en de promo via Parkstad Limburg Bloeit. Ik denk zelf dat veel van de reageerders hier ook doeners zijn.
        Petje af voor de doeners. Met dank aan doener Jan Weijers.

    17. Ten eerste, alle hulde voor de doeners, groot respect. Houdt dat even in het achterhoofd voor verder te lezen.

      Deze blog gaat niet over het mijnverleden an sich, het gaat juist over, onder andere de mijnverledendenkers. Is het erg dat de mannen en vrouwen die onze stad vanuit de bodem tot grote hoogte hebben opgestuwd de discussie wellicht niet kunnen begrijpen (‘wellicht’ want ik vind zelf de aannamen dat ze het niet begrijpen te ver gaan)? Nee, dat is het zeker niet. Men wordt nu eenmaal beïnvloed door krachten of men ze nu begrijpt of niet. Hoe zou de wereld er uit zien als alleen het handje vol mensen die daadwerkelijk begreep hoe zwaartekracht werkt er aan onderheven zou zijn?

      Daarnaast neemt de discussie een vorm aan waarin de veel betekende doeners tegen de niet betekende denkers worden gezet (ik chargeer). Ik ben niet handig, ik ben geen netwerker, ik heb geen invloed, mijn enige ‘talenten’ zijn mijn ‘intellectuele capaciteiten’ die ik graag belangeloos inzet voor onze prachtige streek, vaak zonder enige vorm van erkenning (en ook daar heb ik alle vrede mee). Het doen van denkers is wellicht minder tastbaar dan het doen van de doeners, maar daarmee niet perse minder waardig.

      Het schrijven van een gast column als deze is een onderdeel van mijn Doen, ben ik dan niet ook een Doener? Deze column zet hopelijk mensen aan het denken, iets dat in mijn optiek, gezien de reacties, gebeurd, al weet ik niet hoeveel mensen er door de column en de discussie aan het denken zijn gezet (mogelijk zijn de reageerders wel de enige lezers). Mocht de column niet aan het denken hebben gezet dan heeft ze minimaal enige vorm van vermaak geboden.

    18. Helemaal gemist, deze internetschermutseling. Mag ik, in het kader van het verlicht teruggrijpen op wat geweest is, een nieuwe Parkstadhymne voorstellen? Het is dan wel ouwe leem uit Kerkrade, maar als iedere Parkstedeling het maar hard genoeg brult, komt het helemaal goed met zowel de denkers als de doeners. Komt ie: “Kom hei op aa, hei brent de lamp”. En nu maar oefenen…

    Leave a comment