De Holocaust herdenken in een theaterstuk. De verschrikkingen uit de Tweede Wereldoorlog gaan het voorstellingsvermogen te boven. Het lijkt dan ook een hele uitdaging om via deze vorm duidelijk te maken wat er is gebeurd. En hoe dit vervolgens geloofwaardig over te brengen. Circus Tabori doet een moedige en succesvolle poging in de voorstelling De Wereld Staat Stil.
De gruwelijke omstandigheden in het kamp worden meteen duidelijk bij het begin van het stuk. Een slachtoffer vertelt over herinneringen aan de aankomst in Auschwitz. Wagons volgeladen met mensen, vaak meer dan drie dagen onderweg. Op de stations kregen de bewakers voedsel. De anderen niet. “We moesten vanuit de trein een sprong van anderhalve meter maken op de grond. De bagage en de doden werden naar buiten gegooid. Er was een vrouw aan het bevallen tijdens de aankomst. Het kind werd meteen doodgetrapt”. De zaal is meteen stil. Een ander slachtoffer vertelt hoe zij probeerde te overleven in het kamp. “Je gevoel stompt af. Er ontstaat een onverschilligheid bij lijken. Overleven kan alleen door te veroveren. Je blijft in de buurt bij mensen die kunnen sterven. Misschien maak je dan kans op hun voedsel of slaapplaats”. Het verloop van het stuk bevat een heldere chronologie: de aankomst in Auschwitz, het dagelijkse leven in Auschwitz, de persoonlijke drama’s en tenslotte de machinerie van de vernietiging.
Een belangrijk aspect dat bijdraagt aan de geloofwaardigheid van het stuk is dat de gesproken en gezongen teksten voortkomen uit personen die te maken hebben gehad met de Holocaust, met name Auschwitz. De teksten uit De Wereld Staat Stil zijn gebaseerd op originele teksten die werden uitgesproken door slachtoffers, daders en aanklagers tijdens de processen over vernietigingskamp Auschwitz. De muziekteksten - allen Jiddische liederen - komen onder andere uit de bundel Met Bloed En Niet Met Inkt Geschreven, afkomstig van gevangenen in Auschwitz. Dat maakt het toneelstuk tegelijkertijd een stuk realistischer: het is gespeeld maar we weten dat het ooit heeft plaatsgevonden. Tijdens de voorstelling blijft het echter moeilijk voor te stellen dat dit echt gebeurd is.
Dat het stuk een succesvolle poging is tot een mooie herdenking - en bewustwording - van de Holocaust, zit hem mede in de gekozen vorm. Zes stoelen, een vleugel, microfoon en een viool. Ronde tafels met stoelen voor het publiek. De setting van het stuk: een talkshow gecombineerd met muziek. Een interviewer ondervraagt vijf deelnemers, waaronder zowel slachtoffers als daders. Elke gespreksronde wordt afgewisseld met muziek, speciaal gecomponeerd door klezmergroep Mejoeches. Klezmer is afgeleid van de Hebreeuwse woorden ‘klej’ (instrument) en ‘zemer’ (lied). Het is van oorsprong instrumentale muziek zoals die werd gespeeld bij bruiloften en andere feesten van de Asjkenazische (Duitse en Oost-Europese) Joden. Een vorm waar niet snel voor gekozen wordt in de theaterwereld. De inhoud van de teksten, met af en toe schokkende en heftige details, wordt hierdoor minder zwaar. Ook geeft het mogelijkheid tot contact tussen de geïnterviewden onderling.
Dit contact wordt op een moment duidelijk zichtbaar wanneer er een conflict ontstaat tussen een slachtoffer en dader. Veel mannelijke Joodse gevangenen werden in Auschwitz naar werkkampen gestuurd, terwijl zieken, moeders en kinderen vaak rechtstreeks naar de gaskamers gingen. Sommige gevangenen werden echter geselecteerd voor medische experimenten. Een van de slachtoffers op het podium vertelt over haar persoonlijke ervaringen in blok 10. “Hier worden meisjes van 17 en 18 onderworpen aan röntgenstraling, gericht op hun eierstokken. Er ontstonden brandwonden en zweren. Tijdens operaties werd de baarmoeder van veel vrouwen verwijderd”. Ook vertelt ze dat vrouwen kunstmatig werden bevrucht. Bij eventuele zwangerschap werd abortus opgewekt. Dit pas in de zevende maand, zodat de baby’s die geboren werden gebruikt konden worden voor experimenten. Het roept verbijstering op. Uit dit voorbeeld wordt duidelijk hoe machinaal er te werk werd gegaan in de kampen. Het overtuigende spel van Sofie Carlier draagt zeker bij aan dit besef.
De gebruikte acteerstijl is bijzonder. Alle acteurs nemen een houding aan van onverschilligheid en gelatenheid. Hoe heftig de details ook zijn, er is weinig emotie te ontdekken bij de gruwelijkheden die verteld worden. Is het uit trots? Wil een slachtoffer niet aan een dader laten zien hoezeer het hem raakt? Is het te pijnlijk om gevoel te laten zien? Dit blijft in het midden. Het is jammer dat de acteurs dit niet meer laten zien in hun spel. Wellicht is er bewust voor gekozen, maar het tast de geloofwaardigheid aan. Ook roept het als toeschouwer zo nu en dan eenzelfde onverschilligheid op. De ernst van wat er wordt verteld dringt minder door. Het is dubbel. Naast mooie, ontroerende nummers draagt het bij aan een verlevendiging van de verhalen die verteld worden.
De teksten gaan veelal over eenzaamheid, dood en honger. Echter door de zware inhoud van de nummers is er nauwelijks ruimte om op adem te komen. Even relativeren en verwerken wat er verteld is. De ellende is continu voelbaar. Natuurlijk is het een onderwerp waarbij dit moeilijk is, maar om het stuk beter te begrijpen en te kunnen verteren zou afwisseling van lichte en zware momenten gewenst zijn in plaats van alleen maar zware momenten. Temeer omdat de gekozen locatie afbreuk doet aan de voorstelling: een betonnen ruimte, afleidende geluiden van de bovenzaal en minimale verlichting. De grauwe ambiance sluit aan bij de sfeer, maar is vooral afleidend en laat een meer amateuristische indruk na dan het verdient.
Het stuk overtuigt wel door de filosofische en psychologische inslag. De spelers wisselen continu van rol. Zij switchen moeiteloos van slachtoffer naar dader. In de praktijk betekent dit dat één speler misschien wel drie verschillende rollen aanneemt. De regisseur wil hiermee aantonen dat ieder van ons zowel dader als slachtoffer zou kunnen zijn in een kamp. Dit is een zeer riskante en gewaagde stelling. Gewaagd omdat nazi’s en Joden met elkaar vergeleken worden en in sommige gevallen op één lijn worden gezet. Dit vereist een heldere uitleg om misverstanden te voorkomen. Een Joodse overlevende van Auschwitz verwoordde het als volgt: “Velen van hen die werden aangewezen om voor gevangene te spelen waren grootgebracht met dezelfde begrippen als degenen die in de rol van bewaker terechtkwamen. Zij hadden zich ingespannen voor hetzelfde land, voor dezelfde opbloei en dezelfde belangen en waren zij niet tot gevangene verklaard, dan hadden zij niet misstaan als bewaker”.
Hier valt zeker iets voor te zeggen. In ideologie tussen gevangenen en bewakers zijn er verschillen van dag en nacht, maar zelfs nu zal ieder individu in staat zijn om zowel gevangene als bewaker te zijn. In het geval van Auschwitz liepen de rollen door elkaar. Joodse gevangenen werden aangesteld tot kapo. Deze werd dan het hoofd van een aantal gevangenen. Maar ook andersom, wanneer nazi’s probeerden te vluchten waren er voor hen strafcellen en veranderden zij in een slachtoffer. Mishandelingen en martelingen waren aan de orde van de dag in deze cellen.
Kortom, dit toneelstuk leverde veel stof tot nadenken . Het creëerde bewustwording op verschillende niveaus met als slotvraag die het hele stuk steeds weer naar boven kwam: hoe heeft het ooit zover kunnen komen?
De Wereld Staat Stil (Circus Tabori, Stadsschouwburg Sittard, 13 mei 2011)
Marjolein Welling

