Zomer bij Schunck* met een i treurend om een punt

Rene Daniëls

Een i treurend om een punt. Onder deze poëtische noemer, naar een tweeluik van René Daniëls, toont Schunck* haar bijzondere eigen collectie. Met werken van onder meer Antoine Berghs, Jowan van Barneveld, Jenny Lindblom, Jan Schoonhoven en Roy Villevoye. Aangevuld met bruiklenen uit de deelcollectie Groot-Wijnands. Zoals Schunck* staat voor een interdisciplinair cultureel centrum, zo richt de tentoonstelling zich op de schilderkunst in relatie tot andere kunstvormen. Met inbegrip van de architectonische ruimte.

Eerst is er de punt, later de i. Gescheiden van elkaar, maar toch samen. De punt hangt als een maan in de nacht boven de trappen naar de tentoonstellingsruimte. Dan de deur door. Nonchalant om de hoek wacht de i. Ze horen bij elkaar, tegelijkertijd ook niet. Op afstand van elkaar spelen ze een dubbelzinnig spel. Het is de essentie van de collectie: hoe dragen kunstenaars de schilderkunst verder dan alleen het doek?

Antoine Berghs

De meester der disciplines is Antoine Berghs. In zijn eigen woorden is zijn werk ‘een neerslag van gedachtes’. Niets staat vast, alles is in wording. Niet gebonden aan een materiaal of medium. Met een installatie, een schilderij, een video en het prachtige katoenen doek Incarnate Lines #2 lijkt het een mini-overzicht van deze veelzijdige kunstenaar. Maar dan zou je de werken in hun afzonderlijkheid kunnen zien en dát is in deze tentoonstelling nu net niet de bedoeling.

Een indrukwekkende collectie met uiteenlopende kunstvormen, media, materialen en kunstenaars van verschillende herkomsten en leeftijden. De brochure is ruim voorzien van informatie en achtergrond, inclusief de pijlers van het verzamelbeleid van Schunck. Helder ingedeeld ook, naar vijf thema’s. Categorisering brengt ons altijd in de prettige veronderstelling van grip en begrijpen. Jammer alleen dat de teksten een vertaalslag naar begrijpelijkheid gemist hebben.

In het geval van Nederlands-Zweedse Jenny Lindblom, winnaar van de Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst in 2010, bieden ze toch houvast. Een krachtige combinatie van een schilderij, een tekening en een sculptuur. De drie gepresenteerde werken moeten in tegenstelling tot de i en de punt juist in elkaars nabijheid getoond, gezien en geïnterpreteerd worden. Lindblom “laat haar figuratieve, uit de jongerencultuur ontleende taferelen contrasteren met een strak geometrisch object. Het egale wit steekt hierbij fel af tegen het in vele nuances geschilderde doek. De kleine tekening fungeert als verbindende schakel: een silhouet in een provocerende pose, met geometrische omtrekken.” Samenhang tussen verschillende disciplines in optima forma.

Jenny Lindblom (linksboven)

Daartegenover staan kunstenaars als Han Schuil of Alice Nikitinová, die zich houden aan het schilderdoek zelf maar daarbinnen de grenzen opzoeken. Soms letterlijk. Nikitinová ‘plakt’ alledaagse voorwerpen als een jerrycan en een wandelstok tegen de randen van het doek. In de schilderachtige traditie van Mondriaan gaat het om kleur- en vlakverdeling. Grafisch bijna. Net als Han Schuil wiens vrolijke afbeeldingen lijken te zweven door de basale vormtaal en geen voor- of achtergrond.

Jan Schoonhoven

Het feest gaat verder. Met een van de groten uit de Nederlandse kunstgeschiedenis: Jan Schoonhoven. Geflankeerd door Clary Stolte en Alice Schorbach die als de jongere generatie voortborduren op de traditie van de Nul-beweging. Samen met onder meer Armando en Jan Hendrikse vormde Schoonhoven de Nederlandse tegenhanger van de Minimal Art. Beide stromingen keerden zich tegen het abstract expressionisme dat halverwege de vorige eeuw zijn intrede deed. De Nul-beweging zette zich in het bijzonder af tegen haar kleurrijke landgenoten van de CoBrA. Tot in het ascetische. Bij Schoonhoven uit zich dat in kartonnen reliëfs van vakken en rasters, beplakt met krantenpapier en daarna geschilderd. Wit in diverse schakeringen, de pure schoonheid der alledaagse dingen, herhaling en ordening als stijlmiddel. De werkelijkheid funderen als kunst was het doel, in al haar eenvoud en essentie. Schoonhoven was daarin zo principieel dat hij zijn werk bij de PTT trouw bleef en zich alleen in zijn vrije tijd aan kunst wijdde. Toen heette dat vast geen cultureel ondernemerschap. En was Schoonhoven zeker ook geen amateur.

Rene Daniëls

De tentoonstelling dreigt in stilte voorbij te trekken deze zomervakantie, terwijl ze meer aandacht verdient. Vanwege de diversiteit aan kunstenaars, hun diverse talenten, de diverse mogelijkheden van kunst, de diverse manieren om naar kunst te kijken en vooral, met het groot aantal Nederlandse namen, de diverse talenten van eigen bodem. Het zou zo maar een statement kunnen zijn. Een sector treurend om haar regering. Mooi niet. Voer voor thuisblijvers, of op de terugweg van Frankrijk even stoppen in Heerlen.

Een i treurend om een punt (Schunck*, Heerlen t/m 14 augustus 2011)

Tekst: Adrienne Peters

Tags: , ,

2 comments

  1. “Schunck* staat voor een interdisciplinair cultureel centrum”
    In plaats van het door SHOCK in 1991 ingediende plan voor een Euregionaal open Cultureel Centrum waar kultuurinnovatie en -ontwikkeling kan plaatsvinden, waar alle kultuuruitingen van jongerenkultuur plaats zouden vinden, muziek en muziekgerelateerde kunstvormen, waar zelfs hogere kultuur voor alle groepen van actieve en passieve kultuurconsumenten/’producten gepresenteerd zou worden, is er nu Schunck dat met zeer veel geld hoge drempels opwerpt. Wel gemiste kansen legio in heerlen, Oostelijke Mijnstreek, Zuid-Limburg, Euregio.
    Vandaag nog op het journaal, zondag 17 juli: Breakdance event in Rotterdam, één van de velen, terwijl Heerlen toch the HipHop Stad van Europa wilt zijn en honderduizenden euros investeert en samenwerkt met een mislukt Breakdance Event uit Rotterdam, welk Weinstock met veel bravoure naar Heerlen haalde, waar Trudy Souren en Weinstock zo trots op zijn/waren*(vragen mijnderzijds inzake begrotingen werden nooit beantwoord, roepen vele vragen op), terwijl de hiphop die hier gepresenteerd wordt toch niks met hiphop te maken heeft. De cultuurmafia en de subsidieverleners strooien het volk wederom zand in de ogen.
    Beter 500 E aan die enkele Hiphop active liefhebber in Haanrade en Heerlen-noord geven/investeren opdat hier een eigen hiphop cultuurontwikkeling eventueel innovatie plaats kan vinden. Hiphop is tenslotte een Ghetto cultuur en de Oostelijke Mijnstreek is toch naast het Palermo van het Zuiden een groot Ghetto. Bij Schunck (dat hoeveel euros kostende designletters kostende naamplaatje) is er lichtuitval bij de c of k, of dat staat voor de stand van zaken van vandaag?

    • zoek toch eens een eigen plek om altijd hetzelfde gezeur af te draaien, we weten het onderhand wel; Zimmy is fantastisch en de rest fraudeert

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *