Krijn de Koning en de beweging van kleur

Op dit moment is in Schunck* de tentoonstelling Een i treurend om een punt te zien. Met de expo wil het Heerlense cultuurpaleis de mogelijkheden en onmogelijkheden van de schilderkunst bevragen. Het gaat over schilderkunst zelf en haar relatie met andere media. Krijn de Koning is één van de kunstenaars van wie een werk is opgenomen in de tentoonstelling. Zijn werk bevindt zich op het raakvlak tussen schilderkunst, sculptuur en architectuur. Als onderdeel van de langer lopende reeks Ruby Tuesday lezingen gaf hij er een voordracht over in Schunck*.

Krijn de Koning maakt abstracte architectonische sculpturen waarbij het schilderen van vormen en kleuren een grote rol speelt. Met zijn werken onderzoekt hij de ervaring van ruimte en kleur. Hij speelt met de illusie van ruimtelijkheid die tweedimensionale vormen kunnen oproepen door ze met driedimensionale elementen te combineren in zijn werken. Er ontstaat vaak een boeiend spel tussen de echte ruimtelijke elementen en de geschilderde elementen die een ruimtelijkheid oproepen. Een goed voorbeeld is het werk van hem dat in de tentoonstelling is opgenomen. Het bestaat uit een ruimtelijke sculptuur van blauwe balken, die tegen een muur staat en die op die muur doorloopt in een schildering van blauwe balken, zodat het lijkt alsof de sculptuur doorloopt in de muur, of dat de muurschildering doorloopt in de ruimte.

In de loop van de tijd zijn de werken van Krijn de Koning steeds groter geworden. Hij gaat een directere relatie aan met de ruimte waarin de werken zich bevinden. Veel van zijn latere kunst kun je bijna niet meer zien als sculpturen die in een ruimte staan, maar eerder als sculpturale en schilderkunstige ingrepen in bestaande ruimtes. Hij is dan op zoek naar een manier om een andere concentratie in de omgeving te creëren, om je deze met andere ogen te laten bekijken. Door vaak hevige contrasten in vorm en kleur aan te brengen legt hij nog eens extra de nadruk op de ruimtelijkheid ervan waarin hij zijn werk aanbrengt. Dit doet hij door kleurvlakken, nieuwe wanden, verdikkingen van bestaande wanden of andere architectonische bestanddelen toe te voegen aan de werkelijke ruimte. Door zijn vorm- en materiaalgebruik lijken zijn installaties vaak op maquettes, maar dan op schaal 1:1.

Kleur is een belangrijk onderdeel van zijn werk. Zijn kleuren contrasteren vaak hevig met de omgeving waarin zijn werken staan. Hierdoor ontstaat een inkadering en nadruk op het bestaande. Maar kleur heeft ook zijn eigen ruimtelijke kwaliteiten; kleur schept ruimte. De ruimtelijke beleving kan door kleur juist heel anders worden. Door niet alleen kleur op de aanwezige wanden aan te brengen maar ook nieuwe kleurige architectonische elementen te introduceren geeft hij de kleur ook een dikte, een massa. Kleur is op zich vrij abstract, maar door kleur een massa te geven wordt het tastbaarder. Het idee van kleur uit de schilderkunst neemt hij hier mee naar het sculpturale en zelfs het architectonische. Hij maakt de kleur zelf ruimtelijk.

werk van Krijn de Koning te zien in Schunck*

Het beeld van een ruimte ontstaat door de tekening en de kleur. Voor de ervaring van de illusie van perspectief, van diepte, is het standpunt heel belangrijk. Eén stap naar links of naar rechts en de hele tekening, het hele beeld van de ruimte verandert. Dit is duidelijk bij architectuurfotografie, maar is ook essentieel bij het fotograferen en het ervaren van het werk van Krijn. Tijdens de lezing toont hij foto’s van zijn werk. Die zijn genomen vanuit een bepaald standpunt waarbij zijn concept het beste overkomt. Vanuit een ander standpunt ziet zijn werk er weer heel anders uit. Dit was goed zichtbaar op die momenten waarin hij meer dan één foto van een bepaald werk liet zien. Dan kon je goed zien hoe het met de interactie van de platheid en ruimtelijkheid in zijn werk zit. Om zijn werk goed te ervaren heb je beweging nodig. Je moet er langs en er doorheen kunnen lopen.

Zijn voordracht in Schunck* was sterk en overtuigend. Hij raakte een aantal interessante concepten aan. In zijn kleinere werken werkt het idee van de illusie van de ruimtelijkheid door de vermenging van 2D en 3D goed. Schilderen en sculptuur lopen dan op een boeiende wijze inelkaar door. Ook zijn gebruik van kleur draagt bij aan de verwarring die ontstaat bij het waarnemen van het beeld. Maar als zijn werken zo groot worden dat het architectuur wordt wordt het een heel ander verhaal. Dan is er geen sprake meer van illusie van ruimtelijkheid en gaat de kleur ook een heel andere rol spelen.

Krijn de Koning creëert op dat moment zelf de ruimtes en dan gaat het ineens over de ruimtelijke kwaliteiten van zijn ruimtes. De kleur werkt dan niet meer alleen als contrastkleur maar is mede bepalend voor de ruimtelijke ervaring. Ook de waarde van de kleur voor de vermenging van 2D en 3D is er dan niet meer. Zijn kleurgebruik in deze architectonische werken is duidelijk minder sterk. Je ziet dan ook dat hij bij dit soort werken ook vaker geen kleur gebruikt. Als je dan gaat kijken naar de ruimtelijke kwaliteiten van de ruimtes die hij creëert, dan zijn die een stuk minder interessant dan die van zijn kleinere werken. Bij de eerste gaat het om architectonische kwaliteiten en bij de tweede om sculpturale kwaliteiten. Als maker van sculpturen weet hij te overtuigen, maar als maker van architectuur een stuk minder.

Meer info: krijndekoning

Dennis Hambeukers

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Geef dit als tip aan je Hyves-vrienden Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je MySpace-vrienden Deel met je LinkedIn-contacten

Tags: , , , ,

Leave a comment