Posts Tagged: Parkstad Theater


1
Dec 10

Meeklappen bij tijdloze muziek van Alan Parsons Live Project

Alan Parsons

Alan Parsons (foto: Jeff Jaspar)

‘”Ooooooooooooh”, klinkt het uit 1300 keeltjes. Bij de eerste noten van ‘Don’t Answer Me’ slaakt de uitverkochte Limburgzaal een zucht van herkenning. En ja, even later wordt er meegezongen en -gefluisterd. Bekende hits uit de jaren tachtig. Dáár is iedereen voor gekomen. Alan Parsons en zijn gastmuzikanten bedienden Heerlen gisteravond op z’n wenken.

Zonder gemakzuchtig te worden. De meezinghits worden vakkundig afgewisseld met grotendeels instrumentale progressieve rock uit de beginjaren van The Alan Parsons Project. Een formule die werkt, al is niet iedereen gecharmeerd van het gebrek aan refreintjes. Links van het podium staat een groepje eindveertigers te morren, bier te heisen en luidkeels hun beklag te doen in het dialect. Het zestal wordt op hun nummer gezet door andere bezoekers: ‘zeg, zijn jullie verdwaald? Petticoat is in de andere zaal’.

In het midden: P.J. Olsson

Op het podium: P.J. Olsson (foto: Jeff Jaspar)

Ondertussen kijkt Alan Parsons goedkeurend op zijn medemuzikanten neer. Nét iets hoger neergezet dan toetsenist Manny Focarazzo, over zijn vintage Korg-synthesizer gebogen, bespeelt hij zijn bordeauxrode Gibson Les Paul. Tegen de zestig loopt hij, maar zijn weelderige haardos, baard en kleding maken hem jonger. Die buik, ja die verraadt hem. Maar dat matje in de nek, gedrapeerde sjaal en colbert mét schoudervulling? Komen zo uit de jaren tachtig. Dat geldt ook voor de muziek. Alan Parsons anno 2010 klinkt als hij dertig jaar geleden klonk.

Juist dat is de kracht van het huidige ‘live-project’ waarmee de Britse producer vanaf de jaren negentig onregelmatig rondtoert. Midden jaren zeventig zit hij achter de knoppen bij de productie van Dark Side Of The Moon, het klassieke album van Pink Floyd. Daarna richt hij met Eric Woolfson The Alan Parsons Project op. Met het magistrale tweede album I Robot wijst het duo eind jaren zeventig de zieltogende progressieve rock de weg. In de jaren tachtig volgt een reeks suikerzoete popalbums. Een wereld van verschil, dat zeker. In 1990 volgt de breuk. Woolfson trekt zich terug, Parsons voegt ‘live’ toe aan het project. Morgen een jaar geleden overleed Woolfson op 64-jarige leeftijd.

Alastair Greene

Alastair Greene (foto: Jeff Jaspar)

Gisteravond waarde de geest van Woolfson rond in Heerlen. En god, wat wist het Britse duo ooit perfecte popliedjes te componeren. Het eerder genoemde ‘Don’t Answer Me’ bijvoorbeeld. Of wat te denken van het prachtige, suikerzoete ‘Psychobabble’ waarin pop, rock en synthpop elkaar vinden? Die andere popliedjessmeden Daryl Hall en John Oats moeten er destijds stikjaloers op zijn geweest. Met het prachtige gitaarwerk van Alastair Greene en begenadigd vocalist P.J. Olsson staan die popliedjes nog steeds als een huis. Het contrast met het enige nieuwe nummer is groot. ‘All Our Yesterdays’, de uitkomst van een recent educatief project van Alan Parsons, is tenenkrommend slecht én pijnlijk clichématig.

Waar die clichés van afkomstig zijn? Tja, van Woolfson en Parsons zelf natuurlijk. Soms te gemakkelijk - dat klassieke intro van ‘Don’t Let It Show’ - maar meestal goed voor momenten van kippenvel. Met dank aan de fenomenale gastmuzikanten die Parsons om zich heen geeft verzameld. Opener ‘I Robot’ en het fenomenale ‘Mammagamma’ - de inspiratiebronnen voor de neodisco van Hans-Peter Lindstrøm en Aeroplane - klinken kraakhelder en urgent. De medley ‘Breakdown/The Raven’ en de epische combinatie ‘Sirius/Eye In The Sky’ kregen gisteren in de Limburgzaal heel wat handen op elkaar. Terecht, want volstrekt tijdloos, die muziek van Alan Parsons.

Alan Parsons Project (concert, 30 november 2010, Parkstad Limburg Theaters, Heerlen)

Theo Ploeg


26
Nov 10

De maniakale stonergrunge van Triggerfinger

Ok, we hebben nog even om ons mentaal voor te bereiden. Tot 26 maart 2011. Dan komt wederom een Belgische top-act naar Heerlen om het dak van Parkstad Limburg Theaters eraf te blazen. Een jaar na het imponerende concert van Vive La Fête, is het de beurt aan Triggerfinger uit Antwerpen. Het trio nam een beroemde studio in Los Angeles onder handen om live All This Dancin’ Around op te nemen, dat recentelijk van de persen rolde in transparant blauw vinyl.

Als je al een vakterm van stal wilt halen dan zou je de muziek van Triggerfinger kunnen omschrijven als stonergrunge, die maniakaal én swingend wordt uitgevoerd door drie mannen van het type ruwe bolster blanke pit, waarvan eentje met druipsnor van hier tot Tokyo. Mannen dus die op gegeven moment last krijgen van de blues, en de waanzin. Zul je net zien. In My Baby’s Got A Gun gaat de waanzin je acht minuten lang in je gezicht staan uitlachen om je vervolgens alle hoeken van de kamer te laten zien. Treiterend traag, zoals het hoort bij de blues, en de waanzin. Triggerfinger is wat dat betreft verwant aan die andere band uit België, Millionaire, waarvan al een tijdje niks is vernomen trouwens. Net iets teveel hoeken van de kroeg gezien blijkbaar. Hoe het ook zij, Triggerfinger was al eens in de buurt. Op Pinkpop om precies te zijn. Wie daarbij was weet dat Triggerfinger ook op het podium behoorlijk tekeer kan gaan.

Triggerfinger (concert, Parkstad Limburg Theaters 26 maart 2011)

Meer info: Parkstadlimburgtheaters Aandoeningen en klachten Triggerfinger

Harry Prenger


13
Nov 10

Echte bezieling blijft achterwege bij Tindersticks

Stuart Staples (Tindersticks) Parkstad Theater Heerlen (foto: René Bradwolff)

Ooit was er veel te doen om Tindersticks. In het begin van de jaren negentig was de verbazing groot en nam de bewondering toe over een groep muzikanten uit Nottingham die Europees gekleurde chansons speelden, waarin Jacques Brel weerklonk, en geen spoor van de toen heersende Britpop. Bij monde van de omfloerste bariton Stuart Staples bleken de songs van Tindersticks een kroegtocht vol dobberend levensgemoed. Geen gitaarpop op maat, maar strijkers en piano aan de zwier. Het was de tijd dat een Tindersticksplaat door muziekbladen nog werd uitverkozen tot album van het jaar.

Tindersticks onderging de afgelopen jaren een knipperlichtbezetting. Net iets te vaak werd er op safe gespeeld met brave, degelijke liedjes op hapklare soulinvloeden. De twijfel rees, en de twijfel is nooit meer weggegaan. Tindersticks werd een band met een verleden. Even was er de opleving met het fraaie Waiting For The Moon dat teruggreep naar de hoogtijdagen. Maar de fans van het eerste uur weten het dondersgoed: Tindersticks is al jaren de weg kwijt.

Die artistieke tweespalt tussen heden en verleden werd pijnlijk duidelijk tijdens het optreden in Heerlen. Met nadruk werd geput uit songs van de laatste albums. Wat in positieve zin opviel was het heldere geluid, de verstaanbaarheid van de doorgaans mompelende Staples, de intieme sfeer, de band van zeven man sterk die goed, misschien wel te goed, op elkaar was ingespeeld. Maar de echte bezieling, ja waar was die? In het gevang gezet door cipier Staples, de sleutel per ongeluk (?) kwijtgeraakt. En reken maar dat hij voor het oprapen lag die sleutel. Tijdens Raindrops bijvoorbeeld, waarin de bijna fluisterende Staples tegenwerking kreeg van cello- en gitaarcrescendo’s. “Silence is here again, the silence is here again tonight…” Prachtig en ontroerend voor zolang het duurde.

Tindersticks, Parkstad Theater, Heerlen (foto: René Bradwolff)

Ook die andere schaarse hoogtepunten kwamen van de eerste drie meesterwerken. Songs als het leven, nerveus, jachtig, ongedurig. Wat je wilt van een van je favoriete bands is dat ze ter plekke op het podium alles uit zichzelf haalt, uit reserves put waardoor de albumversies worden overmeesterd en de luisteraar overweldigd. Het amper anderhalf uur durende optreden van Tindersticks klonk als een koud kunstje, als ervaren muzikanten verdwaald in een amusementsorkest.

Tindersticks (Parkstad Limburg Theaters, 12 november 2010)

Harry Prenger


22
Oct 10

Limburg All Stars wedstrijd zonder doelpunten

Jack Poels (foto: Jeff Jaspar)

Met een paar gele en een enkele rode kaart moest scheidsrechter Leon Verdonschot de in geelblauwe voetbaltenues gestoken Limburg All Stars, af en toe quasi tot de orde roepen. Het rollenspel was onderdeel van een ‘voetbalwedstrijd’ door Limburgse popmuzikanten, ter ere van het vijfentwintigjarig jubileum van de Stichting Popmuziek Limburg. Voor de gelegenheid diende de Limburgzaal van het Parkstad Theater als voetbalarena. Elftalaanvoerder en organisator Tren van Enckevort viel samen met Jack Poels, zijn bandgenoot bij Rowwen Hèze, pas ver in de tweede helft in. Niemand minder dan Jan Smeets zorgde voor de inzet van invallers en wisselspelers. Zijn versprekingen en een verkeerde aankondiging deden vermoeden dat Smeets van een aantal Limburg All Stars nooit eerder had gehoord. Een gele kaart voor de eeuwige Pinkpopper was hier op zijn plaats geweest. Natuurlijk was van een echte wedstrijd helemaal geen sprake. Er stond één elftal op het podium dat was gekomen met één doel voor ogen: het spelen van een thuiswedstrijd. Maar dan eentje zonder doelpunten.

Floor Janssen (foto: Jeff Jaspar)

Marco Roelofs van De Heideroosjes deed zijn act met puberale pretpunk; Maurice Möllenbeck van Kings Of The Day had last van zijn opzichtige Radioheadinvloed; Stevie Ann zong haar degelijke songs en Sollicitere van de Janse Bagge Band is weer opvallend actueel. Arno Adams zorgde met een chansonachtig levenslied voor een van de hoogtepunten. Van de schelle zang van Floor Janssen moet je houden, net zoals je van de overtredingen van Nigel de Jong moet houden. Maar Janssen liet wel een protest horen. Als enige. Weliswaar droeg ze onder haar kleren het voetbalshirt van de Limburg All Stars, de symboliek van haar uitkleedact was overduidelijk. De zangeres van After Forever en ReVamp protesteerde tegen de bezuinigingen op kunst en cultuur van het nieuwe kabinet en lokale overheden, waar beginnende popmuzikanten en ook de SPL geheid iets van gaan merken.

De echte Stars waren niet de bekende spitsen met hun voorspelbare keuze uit het eigen repertoire, maar de vaste podiumband, die de verschillende muziekstijlen losjes maar stiekem heel gedisciplineerd aaneen smeedden. Toch snakte dit feestje naar aanvallen, naar meer eigengereidheid. Een enorme misser was de afwezigheid van een van de beste bands van Nederland, notabene dè trots van Noord-, Midden en Zuid Limburg. De jonge aanvallers van DeWolff hadden de complete Limburg All Stars met gemak van het podium gespeeld. En was het niet mooi geweest als de All Stars zich de moeite hadden genomen voor het spelen van eigen versies van de oorspronkelijke Limburgse levensliederen? Harry Bordons Wie Sjoeën Os Limburg Is uitgevoerd door Rowwen Hèze bijvoorbeeld. Het onverwachte optreden in blessuretijd van de nu al een jaar afscheid nemende, bijna tachtigjarige leedsjessjriever Sjef Diederen maakte wat dat betreft gelukkig veel goed.

Sjef Diederen (foto: Jeff Jaspar)

Limburg All Stars (Parkstad Theater, Heerlen, 21 oktober 2010)

Harry Prenger en Cynthia Smeets