Het concert is nog maar net begonnen of een bezoeker begint door een folder te bladeren, een medewerkster dweilt na een omgevallen glas bier een stuk parketvloer en Anton Goudsmit speelt met zijn Gretsch om de schouder heupwiegend een solo. Baat het niet dan schaadt het niet. Zijn band The Ploctones is goede maatjes met muziek uit het verleden. Jazz uit de jaren vijftig, toen je in een achterafkroeg tussen de rookpluimen Art Blakey de drumvellen zag fileren, toen fusion en jazzrock nog geen scheldwoord waren en calypso nog exotisch was. Wat te doen als je weet dat aan jazz zoals het was niets meer toe te voegen valt? Dat het Northsea Jazz Festival net zoveel met jazz te maken heeft als de paus met heavy metal? Dan gaat zo’n festival rare dingen doen. Rowwen Hèze programmeren.
The Ploctones verbinden de zojuist genoemde genres en stijlen gewoon aan elkaar en gooien ze vervolgens weer doorelkaar. Jazz in 2011: als het maar beweegt. The Ploctones swingen in het Cultuurhuis in Heerlen als kaasblokjes op een stokje tijdens een congres van D’66. De groep van Goudsmit blijft aan de kant waar het veilig is, waar de muziekmix bepaald niet de grondvesten van het kleine podium doen trillen om de veertig bezoekers een onvergetelijke zondagmiddag te bezorgen. Een overkill aan invloeden, krapbemeten in eigen inbreng: muziek zonder karakter. Jawel, er zijn momenten die de wenkbrauwen doen fronsen. Wanneer het optreden bijna is afgelopen roffelt drummer Kristijan Krajncan dwars door een zich herhalend gitaarmotiefje van Goudsmit heen. Te gek! Temeer omdat in de anderhalf uur daarvoor zo verdomd weinig gebeurde. Eigenlijk gebeurde er helemaal niets. Nee wacht. Aan het plafond banen zich ventilatiebuizen om een ouderwetse kroonluchter.
The Ploctones (Cultuurhuis Patronaat, Heerlen, 5 juni 2011)
Tekst: Harry Prenger
Foto’s: René Bradwolff
Tags: jazz, Patronaat Heerlen, Ploctones
