recensie


6
Dec 10

The Ex is strak, gedreven en intens in Fenix Sittard

The Ex, Fenix, Sittard 2010 (foto: René Bradwolff)

Of het een aangename verrassing was durf ik twee dagen na dato nog steeds niet te zeggen. The Ex had een voorprogramma meegenomen: De RaaskalBOMfukkerZ, een olijk uitgedost duo uit Noord-Holland dat weliswaar een verwante politieke achtergrond leek te hebben als de hoofdact, maar muzikaal behoorlijk ver verwijderd was. De hoogst theatrale mix van rap, collage-achtige stukken, industrial, samplepop en performance art was redelijk bizar en lachwekkend, maar ook wel amusant en zo nu en dan gewoon goed. Zeker als de rapper/stemkunstenaar zijn vocale kunnen de vrije loop liet gaan kon de man behoorlijk indrukwekkend uit de hoek komen met felle raps in het Nederlands in dik Noordhollands accent of met de nodige vocale acrobatiek. Helaas had de absurde theatraliteit vaak de overhand, waardoor na een minuut of twintig de koek wel op was bij het publiek.

The Ex (foto: René Bradwolff)

Het publiek overigens dat het vandaag massaal liet afweten; er zullen niet meer dan een man of dertig à vijfendertig zijn geweest, als ze er al waren. Bedroevend en beschamend dat niet meer mensen de weg naar Fenix in Sittard hadden gevonden voor misschien wel de belangrijkste Nederlandse band in de internationale indie muziekscene. Eenendertigjaar jaar bestaan ze inmiddels, de voormalige kraker-anarcho-punkband uit Amsterdam en Wormer. Dit jaar bracht The Ex hun ikweetniethoeveelste plaat uit, Catch My Shoe, een album met erg ritmisch gerichte gitaarnoiserock waarin zowel invloeden uit de vrije improvisatie als Afrikaanse muziek. Een album met een eigen, onvergelijkbaar geluid dat niet altijd leidt tot goede songs overigens; nummers zijn nogal eens op één of twee strakke doch simpele riffs gebaseerd, met de nadruk op die repetitieve strakheid. Echter, als de riff zelf niet spannend is valt een heel nummer al snel tegen op plaat. Hoe goed Catch My Shoe ook klinkt, de rauwe energie en indrukwekkende intensiteit van een The Ex optreden wordt niet gevonden.

Vanavond was de setlist duidelijk op de nieuwe plaat gebaseerd. Strak en intens was het synergetisch samenspel tussen drums en de drie gitaristen (geen bas!), waarbij geen enkele bandlid een noot teveel speelde. Heel minimalistisch werd stevig en afgemeten gehakt op snaren en vellen met vreemd genoeg (je moet toch tegen drie gitaristen en een stem opboksen), een hoofdrol voor drumster Katherina en haar trance-inducerende polkaritmes en Afrikaanse drumpatronen.

The Ex (foto: René Bradwolff)

The Ex ging echter pas echt loos tijdens de momenten waarop het afgemeten minimalisme werd losgelaten ten faveure van woeste noiseuitbarstingen en atonale improvisaties, die alle kanten op mochten gaan. Indrukwekkend. Reguliere afsluiter was de uitschieter Maybe I Was The Pilot, dat veel beter klonk dan op het album. Toch jammer dat zelfs producer Steve Albini het niet is gelukt om het livegeluid goed te vertalen naar de plaat. Uiteindelijk kwam de band terug voor een terechte toegift; we hadden met zijn dertigen genoeg enthousiasme weten te produceren om The Ex nog eens te verleiden om terug te komen.

Sowieso was aan de band niet te merken dat ze voor zo weinig mensen speelden, en zo hoort het natuurlijk ook. Het zal qua bezoekersaantal een schril contrast zijn geweest met de dag erna toen ze op uitnodiging van Godspeed You! Black Emperor op het in independent-kringen wereldberoemde All Tomorrow’s Parties in Minehead, Engeland mochten spelen. In ieder geval, de thuisblijvers hadden ongelijk.

The Ex en De RaaskalBOMfukkerZ (concert, Fenix, Sittard 3 december 2010)

Bas Ickenroth


1
Dec 10

Meeklappen bij tijdloze muziek van Alan Parsons Live Project

Alan Parsons

Alan Parsons (foto: Jeff Jaspar)

‘”Ooooooooooooh”, klinkt het uit 1300 keeltjes. Bij de eerste noten van ‘Don’t Answer Me’ slaakt de uitverkochte Limburgzaal een zucht van herkenning. En ja, even later wordt er meegezongen en -gefluisterd. Bekende hits uit de jaren tachtig. Dáár is iedereen voor gekomen. Alan Parsons en zijn gastmuzikanten bedienden Heerlen gisteravond op z’n wenken.

Zonder gemakzuchtig te worden. De meezinghits worden vakkundig afgewisseld met grotendeels instrumentale progressieve rock uit de beginjaren van The Alan Parsons Project. Een formule die werkt, al is niet iedereen gecharmeerd van het gebrek aan refreintjes. Links van het podium staat een groepje eindveertigers te morren, bier te heisen en luidkeels hun beklag te doen in het dialect. Het zestal wordt op hun nummer gezet door andere bezoekers: ‘zeg, zijn jullie verdwaald? Petticoat is in de andere zaal’.

In het midden: P.J. Olsson

Op het podium: P.J. Olsson (foto: Jeff Jaspar)

Ondertussen kijkt Alan Parsons goedkeurend op zijn medemuzikanten neer. Nét iets hoger neergezet dan toetsenist Manny Focarazzo, over zijn vintage Korg-synthesizer gebogen, bespeelt hij zijn bordeauxrode Gibson Les Paul. Tegen de zestig loopt hij, maar zijn weelderige haardos, baard en kleding maken hem jonger. Die buik, ja die verraadt hem. Maar dat matje in de nek, gedrapeerde sjaal en colbert mét schoudervulling? Komen zo uit de jaren tachtig. Dat geldt ook voor de muziek. Alan Parsons anno 2010 klinkt als hij dertig jaar geleden klonk.

Juist dat is de kracht van het huidige ‘live-project’ waarmee de Britse producer vanaf de jaren negentig onregelmatig rondtoert. Midden jaren zeventig zit hij achter de knoppen bij de productie van Dark Side Of The Moon, het klassieke album van Pink Floyd. Daarna richt hij met Eric Woolfson The Alan Parsons Project op. Met het magistrale tweede album I Robot wijst het duo eind jaren zeventig de zieltogende progressieve rock de weg. In de jaren tachtig volgt een reeks suikerzoete popalbums. Een wereld van verschil, dat zeker. In 1990 volgt de breuk. Woolfson trekt zich terug, Parsons voegt ‘live’ toe aan het project. Morgen een jaar geleden overleed Woolfson op 64-jarige leeftijd.

Alastair Greene

Alastair Greene (foto: Jeff Jaspar)

Gisteravond waarde de geest van Woolfson rond in Heerlen. En god, wat wist het Britse duo ooit perfecte popliedjes te componeren. Het eerder genoemde ‘Don’t Answer Me’ bijvoorbeeld. Of wat te denken van het prachtige, suikerzoete ‘Psychobabble’ waarin pop, rock en synthpop elkaar vinden? Die andere popliedjessmeden Daryl Hall en John Oats moeten er destijds stikjaloers op zijn geweest. Met het prachtige gitaarwerk van Alastair Greene en begenadigd vocalist P.J. Olsson staan die popliedjes nog steeds als een huis. Het contrast met het enige nieuwe nummer is groot. ‘All Our Yesterdays’, de uitkomst van een recent educatief project van Alan Parsons, is tenenkrommend slecht én pijnlijk clichématig.

Waar die clichés van afkomstig zijn? Tja, van Woolfson en Parsons zelf natuurlijk. Soms te gemakkelijk - dat klassieke intro van ‘Don’t Let It Show’ - maar meestal goed voor momenten van kippenvel. Met dank aan de fenomenale gastmuzikanten die Parsons om zich heen geeft verzameld. Opener ‘I Robot’ en het fenomenale ‘Mammagamma’ - de inspiratiebronnen voor de neodisco van Hans-Peter Lindstrøm en Aeroplane - klinken kraakhelder en urgent. De medley ‘Breakdown/The Raven’ en de epische combinatie ‘Sirius/Eye In The Sky’ kregen gisteren in de Limburgzaal heel wat handen op elkaar. Terecht, want volstrekt tijdloos, die muziek van Alan Parsons.

Alan Parsons Project (concert, 30 november 2010, Parkstad Limburg Theaters, Heerlen)

Theo Ploeg


13
Nov 10

Echte bezieling blijft achterwege bij Tindersticks

Stuart Staples (Tindersticks) Parkstad Theater Heerlen (foto: René Bradwolff)

Ooit was er veel te doen om Tindersticks. In het begin van de jaren negentig was de verbazing groot en nam de bewondering toe over een groep muzikanten uit Nottingham die Europees gekleurde chansons speelden, waarin Jacques Brel weerklonk, en geen spoor van de toen heersende Britpop. Bij monde van de omfloerste bariton Stuart Staples bleken de songs van Tindersticks een kroegtocht vol dobberend levensgemoed. Geen gitaarpop op maat, maar strijkers en piano aan de zwier. Het was de tijd dat een Tindersticksplaat door muziekbladen nog werd uitverkozen tot album van het jaar.

Tindersticks onderging de afgelopen jaren een knipperlichtbezetting. Net iets te vaak werd er op safe gespeeld met brave, degelijke liedjes op hapklare soulinvloeden. De twijfel rees, en de twijfel is nooit meer weggegaan. Tindersticks werd een band met een verleden. Even was er de opleving met het fraaie Waiting For The Moon dat teruggreep naar de hoogtijdagen. Maar de fans van het eerste uur weten het dondersgoed: Tindersticks is al jaren de weg kwijt.

Die artistieke tweespalt tussen heden en verleden werd pijnlijk duidelijk tijdens het optreden in Heerlen. Met nadruk werd geput uit songs van de laatste albums. Wat in positieve zin opviel was het heldere geluid, de verstaanbaarheid van de doorgaans mompelende Staples, de intieme sfeer, de band van zeven man sterk die goed, misschien wel te goed, op elkaar was ingespeeld. Maar de echte bezieling, ja waar was die? In het gevang gezet door cipier Staples, de sleutel per ongeluk (?) kwijtgeraakt. En reken maar dat hij voor het oprapen lag die sleutel. Tijdens Raindrops bijvoorbeeld, waarin de bijna fluisterende Staples tegenwerking kreeg van cello- en gitaarcrescendo’s. “Silence is here again, the silence is here again tonight…” Prachtig en ontroerend voor zolang het duurde.

Tindersticks, Parkstad Theater, Heerlen (foto: René Bradwolff)

Ook die andere schaarse hoogtepunten kwamen van de eerste drie meesterwerken. Songs als het leven, nerveus, jachtig, ongedurig. Wat je wilt van een van je favoriete bands is dat ze ter plekke op het podium alles uit zichzelf haalt, uit reserves put waardoor de albumversies worden overmeesterd en de luisteraar overweldigd. Het amper anderhalf uur durende optreden van Tindersticks klonk als een koud kunstje, als ervaren muzikanten verdwaald in een amusementsorkest.

Tindersticks (Parkstad Limburg Theaters, 12 november 2010)

Harry Prenger


11
Nov 10

Francis Alÿs maakt het onwetende tastbaar

Veel van wat Francis Alÿs maakt krijgen we niet te zien. Duwt hij in de straten van Mexico een blok ijs voor zich uit. Geeft hij instructies aan honderden mannen hoe ze in een woestijn stapsgewijs een hoopje zand moeten scheppen. Kunst, want dat is het, die zich afspeelt buiten de omheining van museums, in omgevingen waar kunst meestal ver te zoeken is; op straat of in een woestijn desnoods. De omgeving als expositieruimte. Wel worden er van zijn performances opnamen gemaakt die tijdens tentoonstellingen en op internet te zien zijn.

De kunst van Alÿs oogt nogal bescheiden. Maar vergis je niet. Betekenis en daadkracht sluimeren voortdurend onder de oppervlakte, dagen niet ogenblikkelijk uit maar zijn wel degelijk politiek geladen. Misschien is het beter te spreken van acties in plaats van performances. De omgeving is in Alÿs’ werk net zo belangrijk als de handelingen en gewaarwordingen die heel subtiel op de loer liggende conflictsituaties suggereren. Op de loer, omdat hij een lichte voorkeur heeft voor humor, ironie en het onbevangene. Alsof hij zichzelf wil blijven verbazen en deze verbazing wil overbrengen op de toeschouwer.

Ondanks dat zijn acties er makkelijk en soms wat onbeholpen uitzien, zijn ze zorgvuldig bedacht en gepland. Alÿs gaat op onderzoek uit dat pas na verloop van tijd, wanneer de handelingen lang genoeg hebben geduurd, een vergrootglas blijkt voor iets wat we eigenlijk niet willen weten: oefeningen in verveling, met de nadruk op herhaling. Zoals het leven van mensen in de stad een herhalingsoefening is, een ongekunstelde performance van winkelend publiek dat gretig ingaat op koopjes of, zonder erbij na te denken, de zondag doorbrengt op de woonboulevard, wars van zelfreflectie voor zijn eigen koopgedrag.

Alÿs is zo slim dit niet al te nadrukkelijk te weerspiegelen waardoor zijn beeldtaal iets poëtisch en zachtaardigs krijgt. Kunst die er niet uitziet als kunst en juist daarom op het verkeerde been zet. Bij Alÿs geldt de wet van het omgekeerde. Iets tonen door het niet te laten zien. Net zoals de shoppende medemens niet in de gaten heeft dat hij zich laat lokken en verleiden door de subliminale boodschap van marketing en advertenties. Schimmig en verborgen, net als Alÿs zelf. Hij heet eigenlijk Francis de Smedt.

In Guards filmt Alÿs de bekende Londense wachters van Buckingham Palace in het voor hen zo kenmerkende knalrode uniform met kingsize bontmuts. Eerst loopt er eentje verdwaald rond, op zoek naar een metgezel om een peloton van 64 wachters te vormen die in de slotminuten synchroon door de straten van Londen marcheren. Wat de film een meerwaarde geeft zijn de beelden; beurtelings vanaf het dak en vanuit het peloton genomen, de stilte door de afwezigheid van verkeer, waardoor het geluid van het marcherende ritme bijna fysiek wordt. Alÿs maakt er iets indrukwekkends van, een ‘choreografie van ritueel machtsvertoon’.

In het Bonnefantenmuseum is Alÿs door het hele gebouw zichtbaar en onzichtbaar. Dat levert voor de bezoeker nog een hele klus op. Een zoektocht aan de hand van monitors met videobeelden, bevestigd aan de muren als een soort richtingwijzers. Hoe dan ook beland je op gegeven moment in de grote zaal waar een ode aan de stilte is gedrapeerd. Silencio is een werk van driehonderd onderscheidelijk gekleurde deurmatjes, dat voor het eerst in zijn volledigheid wordt getoond. Het materiaal is van geluiddempend rubber, de afbeeldingen met zijn wijsvinger tegen de lippen, manen tot stilte. Iets benadrukken en laten zien wat er niet meer is. Stilte. Waar vind je het nog?

In samenspraak met Alÿs is ter gelegenheid van de aan hem toegekende BACA Award (de enige belangrijke prijs voor beeldende kunst in ons land), een kruisbestuiving aangegaan met werk van kunstenaars van de Jan van Eyck Academie in Maastricht. In enkele aangrenzende zalen levert dat volgens het Bonnefantenmuseum ‘de straat als een ruimte vol dubbelzinnigheden’ op. Becoming ahhh luidt deze masterclass voor kunststudenten voor wie de conceptuele kunst uitkomst biedt, een hulpmiddel is om zich te doen gelden in de veronderstelling dat idee en concept belangrijker zijn dan de kracht van het beeld. Een grove misvatting, zoals blijkt uit de werken waar je schouderophalend aan voorbij gaat in de hoop dat het nog wat wordt, met gebruiksaanwijzing.

BACA Laureaat 2010: Francis Alÿs (Bonnefantenmuseum, Maastricht t/m 27 maart 2011)

Meer info: Bonnefantenmuseum

Harry Prenger



8
Nov 10

Sophia confronteert met intense depri-songs

Daar sta je dan samen met fotograaf Jeff Jaspar. Meneer Robin Proper-Sheppard - hij is Sophia - wil dat fotografen geluidloze toestellen gebruiken, zonder flits; hij raakt uit zijn concentratie als hij het harde geklik van spiegelreflexcamera’s hoort. Tegen dit verzoek ingaan is de goden verzoeken; Proper-Sheppard heeft een beetje een reputatie van moeilijke, humeurige man, en hij is niet te beroerd om onruststokers persoonlijk aan te spreken - of uit te schelden - of zelfs een optreden te stoppen. Dus helaas, geen foto’s van deze avond.

Eerst even een korte geschiedenisboostersessie: Robin Proper-Sheppard was begin jaren negentig de voorman van de inmiddels in cultkringen legendarische indie/noiserockband The God Machine, die twee fenomenale albums uitbrachten die tot de beste platen van dat decennium (en daarna) behoorden. Helaas kwam de band vroegtijdig aan zijn einde toen de bassist stierf aan een hersenbloeding; waarna Proper-Sheppard besloot zijn gevoelens van zich af te schrijven in sombere, rustige, goeddeels akoestische liedjes onder de naam Sophia. Daar is hij vervolgens nooit meer mee gestopt; hoewel de rouw over zijn vriend en bandlid op een gegeven moment leefbaar was geworden, bleek dat nauwelijks het geval voor zijn eeuwige moeite met het onderhouden van relaties. Dat is voor artiesten een goede bron van inspiratie, maar Proper-Sheppard brengt zijn relationele realiteit zo direct en open onder woorden dat het bijna pijnlijk is.

Zo ook vanavond. Sophia speelde solo met alleen zijn akoestische gitaar - meestal heeft hij een hele band bij zich en soms trekt hij zelfs een blik strijkers open. Nu kan hij dus behoorlijk moody als hem iets niet zint, maar daar was vanavond gelukkig totaal geen sprake van. Niets van dat, hij stapte het podium op en begon te vertellen, en te vertellen, en na enkele minuten begon hij pas met een liedje. En eigenlijk was dat exemplarisch voor de hele avond. Proper-Sheppard is een hedendaagse troubadour - weliswaar een volledig op zichzelf gerichte - die ontzettend boeiend kan vertellen over zijn extreem hobbelige liefdesleven.

Robin Proper-Sheppard van Sophia (foto: Madelien Waegemans)

Op zeer ironische wijze maar ook wel vol zelfmedelijden verklaart hij aan de hand van anekdotes hoe hij tot een tekst is gekomen, waarom hij een bepaald nummer wel móést schrijven. Tijdens het praten is er direct contact met de zaal - het publiek allemaal heel fijn op stoelen en banken - maar eenmaal aan een liedje begonnen wordt de goede man compleet in zichzelf gekeerd, ogen dicht, en gaat hij totaal op in zijn muziek en tekst. Met als enige effect zijn interne pedaal, diep ingetrapt op standje “pijnlijk intens”. Bijna beklemmend om te ervaren hoe volledig en alomvattend Proper-Sheppard zijn muziek beleeft, alsof je als toeschouwer bijna gegeneerd je hoofd wilt afwenden.

Maar dat deden we met zijn allen bepaald niet, geboeid als we waren door zijn muziek, en ook zeker door zijn mooie, humoristische en soms ook confronterende verhalen over bijvoorbeeld de dood van zijn moeder en het stervensproces van Jimmy Fernandez, zijn God Machine bandmaat. Daarmee kiest hij bepaald niet voor de makkelijkste weg, wel voor de meest oprechte, en dat is precies wat op het publiek overkwam. Zijn albums van de laatste jaren zijn weliswaar mooi maar niet echt spannend meer te noemen, maar zolang hij zulke optredens kan geven mag hij nog jaren en jaren door blijven gaan. Zoals hij zelf zegt: “ook al zou ik echte liefde vinden, dat staat bij mij nooit gelijk aan gelukkig zijn”, dus die depri-liedjes blijven gewoon komen. Hij kan niet anders.

(Sophia, De Muziekgieterij, Maastricht, 7 november 2010)

Bas Ickenroth


31
Oct 10

Muziekmagie met Janek Schaefer

Van beroep geluidskunstenaar, in werkelijkheid magiër van ongehoorde klankkunst. Wie tijdens het optreden een blik achterom wierp kon Janek Schaefer in opperste concentratie aan de knoppen zien draaien van minuscule effectapparatuur. Minder is meer moet hij gedacht hebben. Met weinig middelen een maximaal effect bereiken in een ruimte waarvan het plafond ovaal was afgedekt met panelen van schuimrubbber. Voldoende voor de volle laag. Voldoende voor klanken die een muzikale draai om de oren kregen met als gevolg een psychedelische totaalervaring. In het aardedonker hoorde en voelde je ambientmuziek stokken en de soundscapes op en neer golven.

En het was psychedelisch èn adembenemend èn ronduit verpletterend wat Schaefer liet horen. Inclusief publieksparticipatie. Aan enkele bezoekers reikte hij ouderwetse transistorradiootjes uit met een vooraf ingestelde FM-frequentie. Het geruis uit de krakende speakertjes werd door Schaefer opgevangen, gemanipuleerd en bewust overstemd door zijn eigen muziekdynamiek. Wat soms een grappig effect tot gevolg had; niet elke bezitter kon van de volumeknop afblijven. Om Schaefers muziek ruimtevullend door de zaal te horen denderen en tegelijkertijd in het klein via rechtstreekse ‘radiouitzendingen’ was indrukwekkend. Maar dat Schaefer je liet wegzinken, ontwaken en weer wegzinken in een denkbeeldige, fantasierijke speelfilm met niemand minder dan jezelf in de hoofdrol, maakte van zijn concert pas echt die zeldzame en onvergetelijke belevenis.

Janek Schaefer (Concerts in Panels, NAIM / Bureau Europa, Avenue Céramique, Maastricht, 30 oktober 2010)

De tentoonstelling Panels An Inquiry Into The Spatial, The Sonic And The Public van en met kunstenaar Paul Devens loopt nog t/m 16 januari 2011.

Meer info: Bureau Europa

Website Janek Schaefer

Harry Prenger


22
Oct 10

Limburg All Stars wedstrijd zonder doelpunten

Jack Poels (foto: Jeff Jaspar)

Met een paar gele en een enkele rode kaart moest scheidsrechter Leon Verdonschot de in geelblauwe voetbaltenues gestoken Limburg All Stars, af en toe quasi tot de orde roepen. Het rollenspel was onderdeel van een ‘voetbalwedstrijd’ door Limburgse popmuzikanten, ter ere van het vijfentwintigjarig jubileum van de Stichting Popmuziek Limburg. Voor de gelegenheid diende de Limburgzaal van het Parkstad Theater als voetbalarena. Elftalaanvoerder en organisator Tren van Enckevort viel samen met Jack Poels, zijn bandgenoot bij Rowwen Hèze, pas ver in de tweede helft in. Niemand minder dan Jan Smeets zorgde voor de inzet van invallers en wisselspelers. Zijn versprekingen en een verkeerde aankondiging deden vermoeden dat Smeets van een aantal Limburg All Stars nooit eerder had gehoord. Een gele kaart voor de eeuwige Pinkpopper was hier op zijn plaats geweest. Natuurlijk was van een echte wedstrijd helemaal geen sprake. Er stond één elftal op het podium dat was gekomen met één doel voor ogen: het spelen van een thuiswedstrijd. Maar dan eentje zonder doelpunten.

Floor Janssen (foto: Jeff Jaspar)

Marco Roelofs van De Heideroosjes deed zijn act met puberale pretpunk; Maurice Möllenbeck van Kings Of The Day had last van zijn opzichtige Radioheadinvloed; Stevie Ann zong haar degelijke songs en Sollicitere van de Janse Bagge Band is weer opvallend actueel. Arno Adams zorgde met een chansonachtig levenslied voor een van de hoogtepunten. Van de schelle zang van Floor Janssen moet je houden, net zoals je van de overtredingen van Nigel de Jong moet houden. Maar Janssen liet wel een protest horen. Als enige. Weliswaar droeg ze onder haar kleren het voetbalshirt van de Limburg All Stars, de symboliek van haar uitkleedact was overduidelijk. De zangeres van After Forever en ReVamp protesteerde tegen de bezuinigingen op kunst en cultuur van het nieuwe kabinet en lokale overheden, waar beginnende popmuzikanten en ook de SPL geheid iets van gaan merken.

De echte Stars waren niet de bekende spitsen met hun voorspelbare keuze uit het eigen repertoire, maar de vaste podiumband, die de verschillende muziekstijlen losjes maar stiekem heel gedisciplineerd aaneen smeedden. Toch snakte dit feestje naar aanvallen, naar meer eigengereidheid. Een enorme misser was de afwezigheid van een van de beste bands van Nederland, notabene dè trots van Noord-, Midden en Zuid Limburg. De jonge aanvallers van DeWolff hadden de complete Limburg All Stars met gemak van het podium gespeeld. En was het niet mooi geweest als de All Stars zich de moeite hadden genomen voor het spelen van eigen versies van de oorspronkelijke Limburgse levensliederen? Harry Bordons Wie Sjoeën Os Limburg Is uitgevoerd door Rowwen Hèze bijvoorbeeld. Het onverwachte optreden in blessuretijd van de nu al een jaar afscheid nemende, bijna tachtigjarige leedsjessjriever Sjef Diederen maakte wat dat betreft gelukkig veel goed.

Sjef Diederen (foto: Jeff Jaspar)

Limburg All Stars (Parkstad Theater, Heerlen, 21 oktober 2010)

Harry Prenger en Cynthia Smeets


3
Oct 10

Nico Dijkshoorn & Leon Verdonschot zetten de waanzin van het leven in het zonnetje

‘Maar eerst de première van #ookvoorvrouwen met @dijkshoorn. In een prachtige zaal in Heerlen, in potentie het Berlijn van Nederland. Zin in.’– Leon Verdonschot via twitter

In dat bijna Berlijn van Nederland werd in een twee uur durend programma de waanzin van het leven in het zonnetje gezet door Nico Dijkshoorn, schrijver, dichter, muzikant, absurdist, en Leon Verdonschot, schrijver, journalist, melancholicus.

Dijkshoorn las de idiotie van het gewone en de logica van het ongewone voor in verhalen en gedichten van soms niet meer dan een zin, waarvan de gortdroge, afgemeten voordracht bijdroeg aan het tragikomische waarin mens èn dier verzeild kunnen raken. Over de kunst van het sierwortelsnijden, het gedrag van dieren in een Noorse supermarkt, of zomaar een gedicht over de dood: ‘wilt u dood, druk dan op de drie en sluit af met een hekje’. Dijkshoorn is een meester in het gebruik van de overdrijving als stijlvorm. Hij pakte de overdrijving lekker beet en liet ‘m flink van de trap stuiteren, vastberaden in het opzij duwen van woordversieringen en uitleg.

Een aardige vondst was een eerder op de dag door Verdonschot en Dijkshoorn geschreven column over een foto in De Limburger. Het onderdeel bak en braad een ei tijdens een consumentenbeurs, werd door het tweetal becommentarieerd met schetsen van totale verbijstering en treurigheid. Tijdens het optreden mocht bezoekster Gertie vertellen over haar favoriete muziek: Een beetje verliefd van André Hazes. De opkomst van deze Gertie, lachebekje, bijna van het podium vallend, bleek een aaneenschakeling van hilarische absurditeiten, zeker toen ze bekende als jong meisje verliefd te zijn geweest op ene Basje Spoelstra. Alsof we met zijn allen in een uitzending van De Wereld Draait Door zaten, maakte Dijkshoorn er ter plekke een grappig gedicht over.

‘Gerti, vanaf nu een levende legende in Heerlen.’ – Nico Dijkshoorn via twitter.

Wie wel eens Leon Verdonschot heeft gelezen kent zijn zwak voor het rock & roll cliché. In zijn fraaie muziekverhalen maakt hij daar doorgaans korte metten mee. Ontroerend en meeslepend vertelde Verdonschot over de in vergetelheid geraakte rockzanger Rick Springfield en John Hiatts bezoek aan een afkickkliniek. Dijkshoorn en Verdonschot, beurtelings stoeiend met de hoogte van de microfoonstandaard, lijken elkaars tegenpolen. De samenhang en sterkte van het duo zit ‘m in de voortdurend wisselende afkeer en bewondering voor mens, muzikant en situatie. Dit alles verstevigd met de no-nonsense covers uitgevoerd door The Hank Five & Denvis. Ook Voor Vrouwen groeide zomaar uit tot een avond van gedenkwaardige omvang, ondanks het smetje van het voorlezen uit grotendeels eerder gepubliceerd werk.

‘Terug rijden naar huis. Wat een geweldig avond heb ik gehad vanavond. Super publiek. Dank. Was een feestje.’ – Nico Dijkshoorn via twitter

Nico Dijkshoorn & Leon Verdonschot, The Hank Five and Denvis - Ook Voor Vrouwen (Parkstad Theater Heerlen, 2 oktober 2010)

Harry Prenger

(de vergelijking tussen Heerlen en Berlijn werd overigens voor het eerst gemaakt door ZwartGoudredacteur Theo Ploeg)


17
Sep 10

Typisch Toon Hermans tentoonstelling in Sittard

Toon Hermans was de man die nergens bij hoorde maar generaties aan zich wist te binden met tijdloze humor. Wat in de jaren vijftig gold als experiment is nu gemeengoed in het cabaret. Wat Hermans deed was nooit eerder vertoond. Hij was de bedenker van de onemanshow en wordt daarom gezien als pionier van het Nederlandse cabaret, als lichtend voorbeeld voor Freek de Jonge en vele anderen. Over Hermans is een overzichtstentoonstelling gemaakt door museum Het Domein. De manier waarop de expositie is ingericht heeft veel weg van een eerbetoon aan de in Sittard geboren komiek, die te clownesk was voor cabaret. Hijzelf zei erover: “Een cabaretier is teveel wijsneus en te weinig feestneus”.

In zijn acts vermeed Hermans onderwerpen die andere cabaretiers gebruikten en nog steeds gebruiken als lach of ik schiet middel. Voor Hermans geen actualiteit, engagement, satire. Op de persoon spelen deed hij evenmin. Daarom kun je ook nu nog van een voorstelling uit de jaren vijftig schuddebuikend van de stoel rollen. Kom daar maar eens om bij de ‘grappen’ van Wim Kan over Van Agt en Den Uyl.

In een aparte zaal en interactieve panelen toont Het Domein fragmenten uit Hermans’ meest tot de verbeelding sprekende nummers. Lachen om de gebaren, woordgrappen en grimassen, de petjes en hoedjes, kleding en rekwisieten. In het museum getuigen ze van decennia kolderiek en melancholiek vermaak. Net als de kleedkamer en de tafel waarachter Hermans zich schminkte.

Best raar. Hier zat ooit een levend mens. Iemand die het publiek aan het lachen maakte en het leven omarmde. Iemand die de hele tijd dat je in het museum rondloopt over je schouder meekijkt. Zo alomtegenwoordig is Hermans in Het Domein. Een presentatie in de vorm van een hologram brengt hem bijna tot leven. Tijdens de rondgang ben je eigenlijk bezig met het verwerken van je eigen ongeloof na het zien van dat ene document. Je weet zeker dat je het in een vitrine hebt zien liggen: het opengeklapte overlijdensprentje van Toon.

Typisch Toon (tentoonstelling, nog te zien t/m 26 september 2010, Het Domein, Sittard)

Het Domein

Harry Prenger


12
Sep 10

Poging tot industriële lyriek van Michael Dohle

In een tot galerie omgebouwd deel van de stationshal van Herzogenrath (D) is tot eind oktober werk te zien van fotograaf Michael Dohle (1942) . Zijn beelden zijn met opzet vaag, wazig bewerkt, bedoeld om op ruime afstand te bekijken; foto’s waarin de duisternis de contour is en de zonneschijn slechts spaarzaam doordringt, maar meestal schittert door afwezigheid.

Dohle’s foto’s gaan over de somberheid van het eenzame landschap, over het verval van de fabriekshal waar eens het gezwoeg van de arbeider klonk en nu ratten op zoek gaan naar voedselresten. Dohle hoopt dat zijn beelden voldoende zeggingskracht bezitten. Wat hij laat zien blijft echter herkenbaar, eenduidig en zit zo dicht op de werkelijkheid dat de kracht van de verbeelding maar niet op gang wil komen. Je kijkt er naar, je haalt je schouders op, je loopt weer verder. Wel van een zeldzame kracht is de opname van iets wat lijkt op pikzwart gestold lava opgevangen in gesteente dat elk moment kan losraken. Dankzij de lichtval tussen beide elementen en het gevoel van beweging dat daardoor ontstaat, krijgt de foto een woeste intensiteit, iets dat bij veel van Dolhe’s werk jammer genoeg ontbreekt.

Jaap Blonk, Herzogenrath 2010 (foto: Mike Kramer)

Als steuntje in de rug voor Michael Dohle’s poging tot industriële lyriek, was er voorafgaand aan de opening de geenwoordenmaardaden stemkunst van Jaap Blonk. De Nederlander proestte en braakte ter plekke klankpoëzie uit waarin je met een beetje goede wil het geluid hoorde van een lekkende kraan, van metaal op metaal en het nerveus getrippel van ongedierte. Blonk dichtte over de teloorgang en de ontzetting over diezelfde teloorgang. Zijn intonatie galmde heel mooi in de stationshal, al kon hij het niet nalaten verbaal een kijkje te nemen op het perron waar de nietsvermoedende passant toch even vreemd van opkeek.

Michael Dohle, Nun tanzen die Ratten im Geklirr (Forum für Kunst und Kultur in der Euregio, Bahnhofstrasse 15, Herzogenrath, t/m 24 oktober 2010)

Meer info: http://www.forum-herzogenrath.eu/

Harry Prenger