achtergrond


8
Dec 10

Het verleden in het heden van collagekunstenaar Rob Benders

Rob Benders - Empty V Buttplugged 2010 (30x30cm, collage op canvas)

“Chocola. Espresso. Media. Claustrofobie. Fotografie. Porno. Dichtkunst. De herfst. Mensen.” Aan inspiratie geen gebrek voor een kunstenaar die geen kunstenaar wil zijn. Rob Benders. Maker van collages waarin hij een stroom van woorden en beelden visualiseert met knip- en plakwerk. Improviseren op canvas. Benders is nog niet uitgesproken over het ene werk of hij toont weer een andere collage die van het doek afspat; een kakelbonte mengeling van foto’s en tekst, tekeningen en tape, plastic en papier, verf en stickers. Geen wonder dat je aan zijn collages niet zomaar voorbij loopt.

Plaats van handeling is Tegelen. Aan de muren van zijn woonkamer hangen plaathoezen van The Smiths, een van de favoriete bands van Benders. Buiten staat zijn auto geparkeerd, een tweedehands Saab, bouwjaar 1978. Ook zijn werk is een mix van het verleden in het heden; een bombardement van en commentaar op invloeden en varianten van stijlen, beelden, associaties en slogans. Het eerder genoemde rijtje inspiratiebronnen krijgt algauw gezelschap: “Glamour. Avant-garde in de kunst, met name muziek en van andere mensen. De straatkunst van een stad die ik bezoek.”

Rob Benders (foto: Jeff Jaspar)

De collages van Rob Benders (1972) zijn voor een deel een afspiegeling van de wanorde van onze tijd. Niemand lijkt zich moeite te willen doen om erachter te komen hoe iets tot stand komt, een tijd waarin het ambacht wordt verruild voor een houding waarin de infotainment en de oppervlakkigheid smidshamer en aambeeld zijn. Een van zijn werken draagt de titel Empty V Buttplugged. Benders: “Ik vind dat we worden overweldigd met invloeden, beelden en geluiden. Je kunt bijna niks meer opzoeken zonder dat de moderne media er zich mee bemoeit. Zo’n zender als MTV overlaadt je niet alleen met informatie maar ook met wat je moet en wat je niet moet. Vooral op jongeren heeft dit een enorme impact. De bron van de informatie is vaak heel banaal maar als je ziet welke stempel de media drukt op de mening van mensen vind ik dat beangstigend. Wie een tegengeluid wil laten horen wordt gezien als een rebel, een guerrillastrijder.”

‘Creative theft is vacuous topical’ (creatief jatwerk is het nutteloze nu) luidt een van leuzen te midden van een explosief kleurpalet in het werk Mind Your Crap. “De strekking van deze stelling is dat het ontzettend moeilijk is om in 2010 nog met iets nieuws en origineels voor de dag te komen. Je moet je realiseren wat je waar wegpikt. Ik wil in mijn werk iets teruggeven van wat ik om me heen zie. Het samenstellen van wat later een collage wordt is onderhevig aan de waan van de dag of nacht. Concreet gezegd is wat ik maak een gevolg van wat ik eerder uit de kleerkast trok, de lp die ik op dat moment draai, de mensen die ik die dag en de dagen ervoor ontmoette, de media die ik eerder heb doorgenomen, de mate van (bij)werking van een medicijn en zoiets als het weer. Is er een mok espresso binnen handbereik of chocola? Zoveel aspecten die mijn hersenactiviteit en inzet op dat moment bepalen. Daar geef ik graag aan toe. Net zoals dat de genoemde ingrediënten kunnen verschillen. Ontvang ik van de politie uit New York een nieuw, tot de verbeelding sprekend afzetlint of een sticker? Dan gaat het oorspronkelijke zaakje op de schop. Dan werk ik niet volgens een masterplan of een bepaald trucje. Conceptmatig dus. Daarmee steeds veranderend. Ontwikkeling?”

Rob Benders - Mind Your Crap 2010 (60x50cm, collage op canvas)

Die ontwikkeling kwam er wel degelijk. Dankzij de aansporing van een docent aan de CMV-opleiding die Benders in Nijmegen volgde.
“Pas toen ik daar per toeval terecht kwam, het was in de jaren negentig een veredelde sociale academie met creatieve vakken, kreeg ik er lol aan om daadwerkelijk iets van me zelf te laten zien. Letterlijk. Ik liep de juiste docent tegen het lijf. Zo’n docent waar je je afstudeerrichting en hoofdvak op afstemt. Piet Taal was zijn naam. Hij was een inspirator die iedereen hopelijk weleens tegen het lijf loopt. Hij stimuleerde me kunstwerken te maken van mijn idiote, beeldende combinaties. Pas daarna sloop de passie er in”.

Desondanks is Benders allergisch voor termen als kunst en kunstenaar. “Ik zou me nooit een kunstenaar willen noemen. Dat moeten andere mensen maar doen. Een kunstenaar is iemand die zich op een door hem gekozen moment schrap zet en op een zolderkamer of podium iets moois maakt, zingt, speelt of danst. En daar mee weg komt! Een aantal van die mensen bewonder ik. Stiekem zou ik wel eens willen ervaren hoe dat is. Mijn werk speelt zich af zowel binnen als buiten de lijntjes met vreemde samenstellingen, interessante invalshoeken en disciplines, en is vaak vluchtig van karakter, vergeeflijk en onvoorspelbaar. In één! Tegelijkertijd! Van alle kunsten vind ik dat de collagekunst het meest zegt over z’n maker. Zoals anderen een hele boekenkast of platencollectie nodig hebben om iets zinnigs te kunnen achterhalen van de eigenaar of artiest.”

Rob Benders (foto: Jeff Jaspar)

Ondanks dat Benders het stempel kunstenaar rigoureus naast zich neerlegt, heeft hij een eigen, herkenbare stijl ontwikkeld waarin de keuze van het materiaal en het subtiel plaatsen van de afbeeldingen een harmonisch geheel vormen. Ouderwets handwerk, het ambacht als drijfveer. “Ik probeer structuur aan te brengen in wat ik voorhanden heb. Een tekening. Randjes. Nog meer randjes en fratsen. Stickertjes erbij met wat stukken tape. Weer randjes en fratsen. Nòg meer kleurtjes en het plakken van tekst. Verknippen, opnieuw rangschikken. Plaatjes erover, nieuwe randjes. Dat alles bepaalt de sfeer van het werk, de ‘look’ en daarmee mijn stijl”.

“Materiaal is voor mij een rekbaar begrip. Ik denk in ingrediënten, in plaatjes. Oftewel foto’s die ik zelf maak of die ik ergens in een tijdschrift vind. Stukjes tekst of een kreet uit iemand z’n liedje. Aardig wat musici knippen en plakken uit diverse bronnen de meest fantastische teksten bijelkaar. David Bowie is de bekendste. Als het gaat om het samenvoegen van muzikale disciplines en stromingen springen The Clash en Mano Negra eruit. Zij legden een spectaculaire link tussen hun muziek en hun politieke en culturele ideologieën, aangevuld met een meer dan bont visueel spektakel”.

De spraakwaterval Benders maakt even pas op de plaats. Even. Voor het eerst tijdens onze ontmoeting. Dan, na een korte blik uit het raam, een persoonlijk slotakkoord. “Wat bij mij nog het meest overheerst is mijn onweerstaanbare, ongecontroleerde drang om ergens aan te knutselen. Ik maak werkjes die mogelijk pas in tweede instantie ergens tot een collage worden gevormd. Met of zonder randje eromheen, met een haakje om het werk op te hangen. Voor mij is het een creatieve uitspatting. Beleving. Romantiek. Verwondering”.

Rob Benders - Plastic Bitch 2009 (85x65cm)

Meer info: Myspace.com/regentag

Regentag.boost-art.net

Werk van Rob Benders is te zien tijdens een doorlopende expo bij Buro Beukorkest, Grote Berg 72, Eindhoven.

Harry Prenger


30
Nov 10

Krimp? Welnee, het gaat om identiteit.

“Een kutboel is het hier!”, klinkt het in Krimpen aan de Maas, het tweede deel van de Tegenlicht-documentairereeks Nederland Op De Tekentafel, een onderzoek naar de toekomst van grensregio’s, dat gisteravond werd uitgezonden op het publieke Net 2. Beelden van een desolaat, stedelijk landschap vergezellen de roep om aandacht. Verwaarloosde huizenblokken en lege plekken wisselen elkaar af. De documentairemakers nemen niet de moeite de schreeuwer te vragen naar zijn motivatie. Het scenario voor de uitzending lag al vast. Gemaakt op de tekentafel in Hilversum.

Dát scenario is eenvoudig te volgen. Een architectonische oplossing voor krimp in de regio Zuid-Limburg staat centraal. Daar worden twee alternatieven voor gegeven die op simplistische wijze tegenover elkaar worden gezet. Jo Coenen, voormalig rijksbouwmeester, mag dromen van een nieuwe metropool in het hart van Europa, met Luik en Aken - ooit ook al het hart van Europa - als uiteinden en Maastricht, Sittard, Hasselt en Heerlen als verbindende schakels. Die nieuwe stedenring noemt hij Bandstad. Jerome Paumen, nog niet lang afgestuurd en als architect werkzaam bij bureau HVM in Hoensbroek, zoekt het in lokaliteit en gemeenschapszin. Een beetje terug naar vroeger, zeg maar.

In Krimpen aan de Maas - geen Maas te bekennen, overigens - staan beide visies lijnrecht tegenover elkaar. Econonoom en demograaf Wim Derks, ‘mister krimp’, komt met een algemene beschouwing die te abstract is om aansluiting te vinden bij de twee concrete visies. Alleen de goede verstaander ziet dat er juist in de combinatie een interessante toekomst ligt. In het Limburgs Dagblad van afgelopen zaterdag neemt journalist Wiel Beijer, die de aflevering vrijdag reeds mocht zien tijdens een speciale buurtvoorstelling in Sittard, de uitsluitende visie van Tegenlicht over. Het is óf gaan voor grootstedelijkheid óf terug naar het dorpse, schrijft hij.

Dat is hem moeilijk kwalijk te nemen. VPRO’s Tegenlicht doet z’n werk goed. Krim is hip, in krimp zit geld, krimp is aandacht. De lokale identiteit waar Paumen waarde aan hecht wordt knap gekoppeld aan beelden van regionale volkszangers, een opbloeiende buurtwinkel, verontruste bewoners (zestigers) die geen heil zien in verandering en een lokale appelstroopmaker. Coenen gaat mét camera op bezoek in Luik, Aken en het centrum van Heerlen waar het voormalige warenhuis Schunck* is omgebouwd tot een cultuur- en kunstcentrum met nationale uitstraling. De finale van het International Breakdance Event geldt als lakmoesproef. Coenen, dát is de man van het moderne, van de toekomst.

Goed, een dergelijke benadering was te verwachten. In de eerste, algemene aflevering van de documentairereeks werd stad en platteland ook al tegenover elkaar gezet. Essayist Bas Heijne mocht, niet gehinderd door sociologische kennis, zijn visie op de hedendaagse wereld geven. En ja, vanuit Amsterdam klinkt dat eenvoudige wereldbeeld - stad versus platteland - wellicht logisch, de praktijk is weerbarstiger. Sinds het begin van deze eeuw is er een krachtige trend van lokalisering waarneembaar. Door nieuwe media, die de wereld nóg kleiner maken, én door globale ontwikkelingen zoals de aanslagen van 9/11 die door weinig mensen geplaatst kunnen worden. Gevolg? Behoefte aan zekerheid, authenticiteit, échtheid.

Kortom, lokaal staat óók gewoon voor hip, modern en, eh, werelds. Stedelijk óók voor achtergebleven, niet-authentiek en traditioneel. Dat Tegenlicht gaat voor de gemakkelijke en ouderwetse invulling van beide begrippen is jammer en onnodig. Maar goed, dat is de keuze van de Randstedelijke redactie. Uiteindelijk weet Krimpen aan de Maas toch te beklijven, omdat er wel degelijk indirecte verbanden worden gelegd tussen de visies van Coenen en Paumen. Het gaat immers bij beide om de zoektocht naar een nieuwe identiteit. Én die is altijd geworteld in het verleden. Dat is alvast een bindende factor. Parkstad - of eigenlijk: Heerlen, dat zich de laatste tijd op veel positieve aandacht vanuit de Randstad mag verheugen - wordt geportretteerd als de vleesgeworden droombeeld van Coenen. Schunck*, in hartje centrum, heeft de moderne uitstraling die bij de toekomst past. Dat idee wordt, zoals inwoners van de regio weten, vooral gedragen door de kleine culturele elite in de stad.

Die identiteit - het eindelijke probleem, en dus niet krimp - is een lastige. Zuid-Limburg is geen Nederland, dat sijpelt steeds door in Krimpen aan de Maas. De ondernemers op het Euregionale bedrijventerrein Avantis hebben last van Nederland dat ver achterloopt op het gebied van duurzame energie. Een oplossing? Daar heeft Tegenlicht ook aan gedacht. Een Think Tank - hoe verzin je het woord - van University College Maastricht heeft een analyse gemaakt die uitblinkt in oppervlakkigheid, taalfouten (voornamelijk Engelse ziekte, dat verklaart wellicht de naam van de, eh, denktank) en algemene beschouwingen. Dat het door het Heerlense conceptbureau DrieZesNul op basis van dat rapport gemaakte ambitiekaart Europolis - vernoemd naar een concept van Maurer United Architects uit Maastricht - geen ambitie uitstraalt is daar aan te wijten.

Nieuwe inzichten biedt Krimpen aan de Maas niet, of het moet zijn dat het denken in toekomstoplossingen in Parkstad al veel verder is dan in de Randstad en Maastricht. Dat compliment kan de regio in z’n zak steken.

Links:
Kijk naar Krimpen aan de Maas bij VPRO’s Tegenlicht.
Ambitiekaart Eutropolis van DrieZesNul in samenwerking met Tegenlicht en University College Maastricht.
Rapport Krimpen aan de Maas van ‘Think Tank’ University College Maastricht.

Theo Ploeg


16
Nov 10

STRP van verboden stad tot erfgenamen van Philips

Strijp-s, Eindhoven

Begin vorige eeuw was het een raadsel wat achter de muren van de Eindhovense stadsdeelwijk Strijp gebeurde. Inwoners waren op de hoogte van de komst van een vestiging van Philips, maar daar bleef het ook bij. Jarenlang bleek Philips er de nieuwste technologische snufjes te produceren. In 2004 verliet de multinational Strijp voorgoed; in één klap werd het Strijpgebied gadget van iedere projectontwikkelaar. En de plannen waren groots. Strijp-s, zoals het gebied intussen genoemd werd, moest een utopie worden voor de moderne en creatieve mens. Een terrein waar je kon wonen, uitgaan en werken.

De ontwikkelaars hielden woord: het perceel werd omgebouwd tot een vernuftig hoogstandje. Zo is het Klokgebouw een mooi voorbeeld van wat de ontwikkelaars met Strijp-s voor ogen hadden. Er is vrijwel niets veranderd aan het monumentale Philipspand waar ruim honderd bedrijven zijn gevestigd boven de immense industriehallen, die vaak gebruikt worden als popzaal. Het Klokgebouw is een wisselwerking van creatieve cultuur, entertainment en recreatie. De industriehallen bieden mogelijkheden voor innoverende initiatieven; dankzij de lage huurprijzen een makkelijk te nemen drempel voor jonge bedrijven.

Veel organisaties in Eindhoven worden geïnspireerd door de creativiteit die het Strijp-s gebied uitstraalt. De bouw van het Strijp-s terrein is nog zeker tot 2020 in volle gang. Aan activiteit ontbreekt het bepaald niet in Eindhoven; jaarlijks ontstaan er honderden nieuwe bedrijven en ondernemingen. De historische Philipsgebouwen zijn in de originele staat hersteld en uitgegroeid tot het kloppende hart van Strijp-s. De komende jaren worden er grote conferentiezalen gebouwd en zal er aandacht zijn voor woongelegenheid.

In 2006 werd het terrein ook interessant voor het op technologie gebaseerde muziek- en kunstenfestival STRP. De afgelopen vier jaar wist STRP zich te ontwikkelen tot een van de grootste evenementen op dit gebied. Het Rotterdamse Telcosystems past perfect in de visie van dit festival. Telcosystems is een multimedia experiment waarbij Lucas van der Velden, Gideon Kiers en David Kiers uitgaan van de integratie van menselijke waarneming in machinaal voorgeprogrammeerd gedrag. Anders gezegd: kan een machine hetzelfde denken als de mens?

Eerder werkten ze op Strijp-s samen met het Baltanlab, gevestigd in het voormalige Natlab waar in de jaren vijftig elektronische muziek werd gemaakt. Geen wonder dat de mannen van Telcosystems besloten hier hun 12_series te exposeren en te ontwikkelen. In 12_series wordt een opstelling van twaalf afzonderlijke beeldschermen getoond, die in staat zijn de geluiden en beelden uit de buurt te kopiëren en er een eigen draai aan te geven door middel van integratie van het eigen ‘dna’.

Telcosystems beperkt het manipuleren van technologie in hun werk niet alleen tot videoinstallaties, maar creëert volledig nieuwe, vaak herkenbaar sobere werelden door gebruik te maken van door henzelf gemaakte software. Dit alles is vastgelegd op papier en zorgt voor een geheel nieuwe vorm van abstracte kunst die geïnspireerd is door technologie.

Tijdens STRP 2010 keert Telcosystems terug naar het Eindhovense Strijp-s om daar een Live Cinema performance neer te zetten genaamd ‘mortals electric’, in samenwerking met audiokunstenaars Herman Kolgen en Perfur.

STRP 2010 (van 18 t/m 28 november 2010, Strijp-s terrein, Eindhoven)

Meer info: STRP en Telcosystems

Cynthia Smeets


11
Nov 10

Francis Alÿs maakt het onwetende tastbaar

Veel van wat Francis Alÿs maakt krijgen we niet te zien. Duwt hij in de straten van Mexico een blok ijs voor zich uit. Geeft hij instructies aan honderden mannen hoe ze in een woestijn stapsgewijs een hoopje zand moeten scheppen. Kunst, want dat is het, die zich afspeelt buiten de omheining van museums, in omgevingen waar kunst meestal ver te zoeken is; op straat of in een woestijn desnoods. De omgeving als expositieruimte. Wel worden er van zijn performances opnamen gemaakt die tijdens tentoonstellingen en op internet te zien zijn.

De kunst van Alÿs oogt nogal bescheiden. Maar vergis je niet. Betekenis en daadkracht sluimeren voortdurend onder de oppervlakte, dagen niet ogenblikkelijk uit maar zijn wel degelijk politiek geladen. Misschien is het beter te spreken van acties in plaats van performances. De omgeving is in Alÿs’ werk net zo belangrijk als de handelingen en gewaarwordingen die heel subtiel op de loer liggende conflictsituaties suggereren. Op de loer, omdat hij een lichte voorkeur heeft voor humor, ironie en het onbevangene. Alsof hij zichzelf wil blijven verbazen en deze verbazing wil overbrengen op de toeschouwer.

Ondanks dat zijn acties er makkelijk en soms wat onbeholpen uitzien, zijn ze zorgvuldig bedacht en gepland. Alÿs gaat op onderzoek uit dat pas na verloop van tijd, wanneer de handelingen lang genoeg hebben geduurd, een vergrootglas blijkt voor iets wat we eigenlijk niet willen weten: oefeningen in verveling, met de nadruk op herhaling. Zoals het leven van mensen in de stad een herhalingsoefening is, een ongekunstelde performance van winkelend publiek dat gretig ingaat op koopjes of, zonder erbij na te denken, de zondag doorbrengt op de woonboulevard, wars van zelfreflectie voor zijn eigen koopgedrag.

Alÿs is zo slim dit niet al te nadrukkelijk te weerspiegelen waardoor zijn beeldtaal iets poëtisch en zachtaardigs krijgt. Kunst die er niet uitziet als kunst en juist daarom op het verkeerde been zet. Bij Alÿs geldt de wet van het omgekeerde. Iets tonen door het niet te laten zien. Net zoals de shoppende medemens niet in de gaten heeft dat hij zich laat lokken en verleiden door de subliminale boodschap van marketing en advertenties. Schimmig en verborgen, net als Alÿs zelf. Hij heet eigenlijk Francis de Smedt.

In Guards filmt Alÿs de bekende Londense wachters van Buckingham Palace in het voor hen zo kenmerkende knalrode uniform met kingsize bontmuts. Eerst loopt er eentje verdwaald rond, op zoek naar een metgezel om een peloton van 64 wachters te vormen die in de slotminuten synchroon door de straten van Londen marcheren. Wat de film een meerwaarde geeft zijn de beelden; beurtelings vanaf het dak en vanuit het peloton genomen, de stilte door de afwezigheid van verkeer, waardoor het geluid van het marcherende ritme bijna fysiek wordt. Alÿs maakt er iets indrukwekkends van, een ‘choreografie van ritueel machtsvertoon’.

In het Bonnefantenmuseum is Alÿs door het hele gebouw zichtbaar en onzichtbaar. Dat levert voor de bezoeker nog een hele klus op. Een zoektocht aan de hand van monitors met videobeelden, bevestigd aan de muren als een soort richtingwijzers. Hoe dan ook beland je op gegeven moment in de grote zaal waar een ode aan de stilte is gedrapeerd. Silencio is een werk van driehonderd onderscheidelijk gekleurde deurmatjes, dat voor het eerst in zijn volledigheid wordt getoond. Het materiaal is van geluiddempend rubber, de afbeeldingen met zijn wijsvinger tegen de lippen, manen tot stilte. Iets benadrukken en laten zien wat er niet meer is. Stilte. Waar vind je het nog?

In samenspraak met Alÿs is ter gelegenheid van de aan hem toegekende BACA Award (de enige belangrijke prijs voor beeldende kunst in ons land), een kruisbestuiving aangegaan met werk van kunstenaars van de Jan van Eyck Academie in Maastricht. In enkele aangrenzende zalen levert dat volgens het Bonnefantenmuseum ‘de straat als een ruimte vol dubbelzinnigheden’ op. Becoming ahhh luidt deze masterclass voor kunststudenten voor wie de conceptuele kunst uitkomst biedt, een hulpmiddel is om zich te doen gelden in de veronderstelling dat idee en concept belangrijker zijn dan de kracht van het beeld. Een grove misvatting, zoals blijkt uit de werken waar je schouderophalend aan voorbij gaat in de hoop dat het nog wat wordt, met gebruiksaanwijzing.

BACA Laureaat 2010: Francis Alÿs (Bonnefantenmuseum, Maastricht t/m 27 maart 2011)

Meer info: Bonnefantenmuseum

Harry Prenger



27
Oct 10

De aantrekkelijke onschuld van Jaimi Faulkner

“Jullie zijn allemaal uitgenodigd in mijn appartement in Berlijn”, grapt Jaimi Faulkner terwijl hij snel en routineus zijn gitaar stemt. Bedoelt ie niet serieus, natuurlijk. Maar die ontwapenende glimlach doet anders vermoeden. Onschuldig en authentiek. Dát is de Australische singersongwriter. Gisteravond speelde hij in cultuurcentrum Patronaat in Heerlen, overmorgen staat hij in het voorprogramma van Rory Block in Parkstad Limburg Theater Heerlen.

‘They say that home is where the heart is, home for me is where I can find a bed’, zingt Jaimi Faulkner (27) in Highway Life, het nummer dat ‘m in thuisland Australië een Victorian & Tasmanian Music Award voor lied van het jaar opleverde. Sinds een jaar woont Faulkner in Europa. In Berlijn om precies te zijn, maar van zijn nieuwe thuisstad heeft hij nog weinig kunnen genieten. Met rugzak en gitaar trekt hij langs podia om er te spelen. Sinds oktober reist hij voor het eerst door Nederland en België. De afgelopen dagen brachten hem dat in Utrecht, Graauw, Amen, Amsterdam en Lage Vuursche. Zondag deed hij een huiskamerconcert in Vlierden met als voorprogramma de twee kinderen van het gezin. Morgen staat hij met Tina Diko in de prachtige Ancienne Belgique in Brussel.

Australië missen? Nee hoor, benadrukt Faulkner tijdens ons pauzegesprek. “Europa bevalt me prima. Ik ben van plan nog een jaar te blijven.” Zijn moeder stuurde hem naar pianoles, maar de elfjarige Faulkner had zijn zinnen gezet op de nieuwe gitaar van zijn vader. Eindeloos oefende hij de slidegitaar in I Be’s Troubled van Muddy Waters. Zijn ouders werden er gek van. Van de buurman, de beste slidegitarist van Australië, leerde hij uiteindelijk de kneepjes. Na zijn studie gitaar aan het conservatorium in Melbourne gooide hij hoge ogen met zijn debuutalbum Last Light, dat vier maanden op nummer vijf stond in de Australische hitlijst.

In maandblad Revolver’s Lust For Live vergelijkt journalist Peter Bruyn zijn stem met die van Chris Whitley. Treffende vergelijking. In de meer melodieuze nummers heeft Faulkners stem ook wel iets weg van die van Jon Bon Jovi. Een heel klein beetje schuurpapier op de stembanden, zeg maar. Prachtige stem. Zonder meer. Maar het is de combinatie met zijn weergaloze gitaarwerk die Faulkner buitenklasse maakt. Op het vorig jaar verschenen Kiss & Ride - nog niet officieel in Nederland te krijgen, daar zoekt Faulkner nog een platenmaatschappij voor - is dat minder goed te horen. Faulkner speelt er met band. Uitermate aangenaam album, maar de Australiër is alleen op zijn best.

Dat bewees hij gisteravond voor zo’n vijftien muisstille bezoekers, waaronder mederedactielid Harry Prenger. Faulkner speelt er sologitaar, ritmegitaar én slagwerk. Draait zijn hand niet om voor een prachtige vertolking van Tom Waits Picture in a frame. Wie de rode appelwangen, fonkelende ogen en eeuwige glimlach van Faulkner ziet, kan niet anders dan verbaasd zijn. Heeft die jongen zo’n diepe, melancholische stem? Waar is dat schuurpapier op de ziel? Faulkner is zich daar duidelijk van bewust. Hij speelt de rol van zondagskind met verve. Juist dát geeft zijn muziek een extra dimensie. Noem het naïef. Onschuldig. De manier waarop de Australiër blues, rock, jazz en soul combineert is een verademing. Faulkner authentiek? Hij komt in ieder geval verdomd dicht in de buurt.

Meer info:
www.jaimifaulkner.com
interview met Jaimi Faulkner door Peter Bruyn

Gezien: 26 oktober 2010, Jaimi Faulkner in cultuurcentrum Patronaat in Heerlen. Donderdag 28 oktober 2010 speelt hij in het voorprogramma van Rory Block in Parkstad Limburg Theater Heerlen, vrijdag 29 oktober in ‘t Guulke te Nederweert.

Theo Ploeg


15
Oct 10

Rod Summers archeoloog in geluid en vervreemding

Geluidsarcheoloog? Performancekunstenaar? Het zal Rod Summers een zorg zijn. Daarom bevalt het hem in Maastricht zo goed. In de Limburgse hoofdstad kan hij in alle rust werken aan zijn kunstvorm met stem en geluid die hij als het even kan in een context plaatst die verwart en vervreemdt. Wie nog wel eens naar de radio luistert, bijvoorbeeld naar een hoorspel, probeert zich de beelden bij de stemmen en geluiden voor de geest te halen. Summers is er veel aan gelegen zo’n beeld achter de stem en het visuele achter het geluid te creëren. Een omschakeling van het auditieve naar het imaginaire.

Aan een knusse houten tafel aan de achterzijde van zijn woonkamer praat de bijna zeventigjarige Summers enthousiast over zijn werk. Zijn tongval verraadt zijn Engelse afkomst; Summers werd geboren in het graafschap Dorset. Summers: “Ik ben opgegroeid met radio, met hoorspelen over sciencefiction. Wanneer je toen naar de radio luisterde, zeker in de jaren vijftig, probeerde je je voor te stellen hoe de personages eruit zagen. Van de personen die spraken probeerde je in gedachten een beeld te vormen, je maakte in je hoofd een tekening. Wat ik in mijn werk doe is eigenlijk hetzelfde. Ik zorg voor het het geluid, jij maakt het beeld. Dat is het visuele van mijn geluidskunst, het creëren van beelden via geluid.”

Met behulp van collages en al dan niet vervormde stemkunst, is zijn werkwijze vrij experimenteel te noemen, maar het eindresultaat opvallend toegankelijk en lichtvoetig. Daarvan getuigt ook de cd More Recently, dat acht werkjes omgevingsgeluid en kosmische synthesizermuziek laat horen, deels gebaseerd op gedichten van Lewis Carroll en John M. Bennett.

Een van Summers’ opvallendste composities is Scratch Symphony uit 1976. Hierin manipuleert hij klanken in de beste traditie van de tapes- en collageknutsels zoals ze destijds gemaakt werden door een groep als Cabaret Voltaire. Van een link met de hedendaagse rock-avantgarde wil hij echter niets weten. Summers zucht eens diep: “Ik ben niet zo happy met de noisemuziek zoals die tegenwoordig wordt gemaakt. Sommige dingen zijn te gek, maar veel van wat ik hoor is alleen maar lawaai: onprettig en vervelend om naar te luisteren, muziek die helemaal niets te vertellen heeft. Ik wil iets horen met een begin en een einde, iets dat inhoud heeft. Maar misschien ben ik gewoon ouderwets. Het ergste wat je ervan kunt zeggen is dat ze niks te vertellen hebben. Ik denk niet dat ze de tijd nemen om naar hun eigen muziek te luisteren en teveel bezig zijn met de techniek. Ze besteden te weinig aandacht aan wat ze willen doen met die techniek. They’re milking the cow to death.“

Zoals gezegd is het oproepen van vervreemding door iets alledaags in een andere context te herplaatsen een van de pijlers waarop Summers’ werk drijft. In Just Listen To It krijgt een verslag van een Engelse voetbalwedstrijd op tv een andere wending doordat de namen van de spelers uit het commentaar zijn weggeknipt. Wat overblijft is een opsomming van de handelingen die hierdoor iets absurdistisch krijgt. Vreemd genoeg mis je het noemen van de voetballers niet eens. Niet iedereen is gediend van Summers’ kunst. Wanneer hij Severely Spliced in de huiskamer afspeelt, waarin een echoënde stem spookachtig weerkaatst, glunderen zijn pretoogjes vanonder zijn grijze lokken. “Toen ik dit aan een leraar van de Jan van Eyck Academie liet horen, schrok ie zich wild. Hij zette ogenblikkelijk zijn koptelefoon af, ha ha”.

Meer info:
vecworldservice
wikipedia Rod_Summers

Harry Prenger


13
Oct 10

Uitdagend kunstactivisme van Mel Chin

Mel Chin - More to tell (for Sierra Leone), 2005

Toegankelijk is de kunst van Mel Chin en zijn tentoonstelling in Het Domein (Sittard) allerminst. De animatiefilm 9-11 / 9-11 maakt echter op een haast alledaagse manier gewoon veel indruk, niet in het minst dankzij de gedramatiseerde soundtrack met de stuwende, melancholische muziek van Sigur Rós en Godspeed You Black Emperor! 11 September zal wel voor altijd in verband worden gebracht met de aanslagen op de Twin Towers, maar dat andere 11 september is minder bekend. Toch brengt Mel Chin de aanslag in New York in verband met de dood en omverwerping van president Allende in Chili en de machtsovername van dictator Pinochet. 11 september 1973. In handgemaakte tekeningen zien we een liefdesverhaal waarin beide datums gevolgen hebben voor de personages en hun omgeving.

Elders in Het Domein laat Chin zijn ware aard zien. Dan blijken zijn beelden uiterst geraffineerd en beladen, vol ongrijpbare betekenis en altijd prikkelend. Vragen van politieke en ecologische aard vallen samen met een activistische beeldesthetiek waarvan de gelaagdheid alleen maar meer vragen oproept. De antwoorden laat hij liever aan zijn publiek.

Mel Chin

De kunst van Mel Chin bestaat niet uit hapklare brokken. Een soms moeilijk te ontdekken leidraad wordt al dan niet onbewust gevormd door de twijfel over identiteit van gebieden en landen die zonder eenduidig verband toch met elkaar zijn verbonden; in het geval van deze tentoonstelling door oorlog en terrorisme. Voor de hand liggend materiaal dus voor een kunstenaar die zich beroept op het engagement. En een kunstenaar wiens beelden zonder gebruiksaanwijzing tamelijk bizar zijn. Neem alleen al het materiaal waarmee Chin werkt. Dit lijkt meer op de magazijnvoorraad van een kruideniers- annex antiekwinkel: walnoot, was, vuilniszak, aluminium, roestige spijkers, Aziatisch papier, fluweel. Neem de installatie Render uit 2003. Afgeschermd met felwitte gordijnen waarop de overblijfselen van een menselijk lichaam na een ontploffing zijn gekwakt. Wie de ruimte inloopt wordt gadegeslagen door een in bivakmuts omhulde blik, quasi onschuldig, ingelijst en wel. Misschien wel het aangrijpendste moment van de tentoonstelling, dit betreden van het verfijnde gebaar met grote impact.

Een ander gebaar van Chin is de inzamelactie Fundred ter financiering van Operation Paydirt. Dit is een project van wetenschappers om het loodgehalte in de vervuilde bodems van steden als New Orleans om te zetten in een onschadelijk mineraal. Tijdens de tentoonstelling mogen bezoekers lege dollarbiljetten inkleuren en ondertekenen. In Amerika is Chin hier al een tijdje mee bezig. Wanneer er genoeg ‘dollars’ zijn ingeleverd, worden ze aan het Amerikaanse Congres overhandigd.

Mel Chin – Disputed Territories (Het Domein, Sittard t/m 12 december 2010)

Meer info:
911-911movie
Het Domein

Harry Prenger


7
Oct 10

His Statue Falls reikt Pendulum de hand

‘Waarom naar His Statue Falls luisteren als er Enter Shikari is?”, schreef muziekblog FileUnder eerder dit jaar. Tja, ze hebben het moeilijk, de heren van His Statue Falls. Vorig jaar trokken ze door Europa in het voorprogramma van, precies ja, Enter Shikari. En ja, muzikaal hebben de bands overeenkomsten. De band zelf blijft er laconiek onder. “We worden met alles vergeleken dat techno en gitaren met elkaar combineert en dat we samen met Enter Shikari op tour zijn geweest helpt niet bepaald mee”, verzucht het vijftal tegen muziekzine RegioActive.

Goed, wie thuis is in de materie vergelijkt His Statue Falls eerder met Linkin Park, de Amerikaanse band die in de jaren negentig van de vorige eeuw nu-metal, screamo en hiphop met elkaar wist de verbinden. De vijf Duitsers gaan een flinke stap verder. Ze zijn niet vies van technoritmes en rave-synths. Bij His Statue Falls zijn het geen elementen die aan de bestaande nummers worden toegevoegd, ze vormen er een integraal onderdeel van. Noem het techcore, zoals de fans doen of elektronische posthardcore.

Goed, dat geldt ook voor Enter Shikari. En toch: His Statue Falls is harder en, eh, minder gemaakt. Mooi voorbeeld? ‘Jasmin W. Knows How To Mosh’, waar grunts worden afgewisseld met melodieuze zang en de gitaren veel harder ronken dan die van Enter Shikari. His Statue Falls is, kortom, stukken rauwer en toch net zo melodieus. Daarbij weten ze elektronisch, misschien door hun Duitse roots, beter in de rocknummers te integreren. Wie ‘Bury My Shell At Wounded Knee’ luistert denkt eerder aan Pendulum en The Qemists dan aan hardcore.

Dat maakt de mannen uit Saarbrücken tot belangrijke hervormers. Op het eerder dit jaar verschenen debuut Collision reiken zij voorzichtig de, in de richting van metal opgeschoven, drum’n’bass-makers de hand. Lukt nog niet volledig. Enkel de vingers raken elkaar. Maar toch: de kruisbestuiving is een feit en kan alleen maar verder gaan. Niet voor niets laat His Statue Falls in interviews weten dat de vroege breakbeatrave van The Prodigy in de jaren negentig van de vorige eeuw een belangrijke inspiratiebron vormt.

Kortom, dat wordt morgenavond een interessante avond voor fans van hardcore én drum’n’bass.

His Statue Falls speelt vrijdagavond 8 oktober in De Nieuwe Nor in Heerlen. Meer info: www.denieuwenor.nl.

Theo Ploeg


5
Oct 10

Raul Marroquin de twijfel als shopping bag

Screensavers, Backdrops & Ringtones For HDD - Raul Marroquin

Raul Marroquin windt er geen doekjes om. Wie het statige pand van galerie Stevens in Maastricht betreedt, wordt geconfronteerd met posters uit de Vietnamoorlog van de jaren zestig. Het hollende naakte meisje verbrand door napalm; de zelfverbranding van een boeddhistische monnik. Stevige binnenkomers van een kunstenaar uit Colombia die sinds veertig jaar in Nederland woont en werkt. Marroquins werk is echter veel meer dan alleen confrontatie.

For Your Pleasure Or Displeasure heet de expo waarin tal van bekende beelden uit de vorige eeuw zijn geplaatst in een setting die op zijn minst ongewoon is. De moord op John F. Kennedy wordt in de handen van Marroquin een wandvol wazige foto’s uit de Zapruderfilm, waarop de aanslag werd vastgelegd. De negatieven heeft hij bewerkt en herbewerkt. Op een kleine tv is Kennedys’ legendarische toespraak in Berlijn te zien. We zien een opname van een opname; Marroquin nam de televisiebeelden over met camera en wat we zien is zijn wazige videoweergave.

The RAF Girls - Raul Marroquin

In dezelfde ruimte hangen foto’s van de leden van de Rote Armee Fraktion. Geplakt op winkeltassen. Herkenbaar is ook het rodester met stengunlogo van de extreemlinkse groepering die West-Duitsland gedurende de jaren zeventig in zijn greep hield. In een opengevouwen plakboek een van hun slachtoffers, de ontvoerde en later vermoorde industrieel Schleyer. Opschudden, confronteren, aan het denken zetten, of toch ook weer niet?

Marroquin zet de beelden die we kennen uit de media over in een ander soort herkenning. De dood en dictatuur, daders en slachtoffers samengevoegd en teruggebracht tot ansichtkaarten, fotolijstjes op de schoorsteenmantel, cdboekjes, een memorystick voor in de laptop. Het display van mobiele telefoons is afgedekt met miniatuurknipsels. Angela Davis, activiste van de Amerikaans burgerrechtenbeweging, als sleutelhanger. Voor hen die opgroeiden met de politieke gebeurtenissen in de jaren zestig en zeventig, voelt de context van Marroquin onwennig en soms ongerieflijk. En zoiets gaat schuren.

For Your Pleasure Or Displeasure. De keuze is aan de bezoeker. Marroquins bijdrage bestaat uit dat allerlaatste duwtje in de rug of wordt het toch die ferme schop onder de kont. Zonder Marroquin èn jezelf geen daadkracht. De bezoeker aan de leiband van zijn eigen twijfel bij het consumeren of consuminderen van zijn eigen gevoel. In overeenstemming met het maken van keuzes tijdens het emotionele shoppen, bedacht Marroquin voor de gelegenheid een webshop waar screensavers en ringtones te koop worden aangeboden. Wat een duivelskunstenaar die Marroquin. In zijn werk balt hij keuze, confrontatie en twijfel samen tot een Gesammtkunstwerk.

Last Ride In Dallas - Raul Marroquin

Meer info: Galeriestevens

Foryourpleasureordispleasure

Raul Marroquin, For Your Pleasure Or Displeasure (Galerie Stevens, Maastricht, t/m oktober 2010)

Harry Prenger


29
Sep 10

De ambities van filmmaker Michael Kolenbrander

Vermoeid schuift de jonge filmmaker Michael Kolenbrander aan tafel. Maandenlang werkte hij aan de voltooiing van zijn film Clair de Lune die zijn première beleefde tijdens het Heerlense Cultura Novafestival afgelopen zomer. Clair de Lune is een verbluffende film waarmee de kijker zich makkelijk zal identificeren. De aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht afgestudeerde Kolenbrander laat met zijn eerste speelfilm vooral zijn eigenheid als filmmaker zien.

Zo koos hij ervoor de film helemaal zelf te produceren en te regisseren. Best opmerkelijk voor een filmstudent die in 2009 zijn eigen filmproductiebedrijf Zuiderlingen Films begon, om onafhankelijk van alles en iedereen films te kunnen maken. Clair de Lune zou je kunnen beschouwen als een fabel over een aantal eenlingen wiens leven wordt verbonden door de dood van een vreemdeling.

Inderdaad, zo’n eenling is de in 1984 in Vlaardingen geboren Michael Kolenbrander: “Ik ben hier niet geboren maar ik heb wel een band met deze regio. Ik voel me hier thuis. De natuur en de eigenzinnigheid van het gebied spreken me erg aan. Daar kan ik wat mee, ook in mijn films.”

Eerder maakte hij een documentaire over de wederopbouw van Heerlen. In poëtische zwartwitbeelden vergeleek hij het Heerlen dat ooit door drugsoverlast werd geteisterd met het open karakter van het Heerlen van nu. De documentaire Heerlen Under Construction was te zien tijdens Salon Parkstad, een initiatief van cultureel centrum SCHUNCK* waarin kunstenaars door middel van hun werk een eigen plek opeisen, regionaal en nationaal. Kolenbrander houdt vast aan eigen visie: de eeuwigheidswaarde van film betekenis geven met inhoud, het vertellen van een verhaal staat voorop, om zichzelf zo artistiek de vrijheid te geven de moderne wereld te laten zien alsof het een sprookje van alle tijden is.

De eigenwijze regisseur stelt hoge eisen aan zichzelf en zijn crew, die hij zorgvuldig uitkiest. Er moet een persoonlijke klik zijn. “Ik wil enthousiaste mensen op de set, mensen die er voor de volle honderd procent voor gaan, zodat iedereen tevreden is met het eindresultaat”. Wanneer Kolenbrander een film maakt denkt hij niet alleen aan zichzelf. Hij wil nieuw talent ontdekken, hen de gelegenheid geven de kneepjes van het filmvak te leren. Film als educatie om jong talent te begeleiden en te stimuleren.

Ondanks zijn vermoeienis maakt Kolenbrander tijdens het interview duidelijk niet langer te willen wachten om weer zo snel mogelijk aan de slag te gaan. Buitenlandse filmfestivals benaderen met de vraag of hij zijn films mag laten zien; nieuwe plannen bedenken, die ondanks de aankomende bezuinigingen kunnen rekenen op financiële steun van lokale overheden. Michael Kolenbrander is vast een blijvertje.

Meer info: www.michaelkolenbrander.com www.clairdelunemovie.com www.zuiderlingenfilms.com

Cynthia Smeets