column


29
Dec 10

Terugblik: nooit meer weg

Zomers uitzicht over de Keulse Baan, Heerlen

“Hoe lang ga je dat nog volhouden?”, vroeg een collega geamuseerd toen ik begin oktober voor de vierde keer in een week de trein van drieëntwintig minuten over vijf van Heerlen naar Amsterdam had genomen. Ik schonk hem mijn mooiste glimlach. Het antwoord op die, eigenlijk retorisch bedoelde, vraag is niet veranderd: nog jaren.

Ach, laat ik het maar toegeven: vier maal per week op en neer naar Amsterdam is te veel. Twee keer, soms drie - mijn huidige ritme - is goed te doen. Het probleem zit ‘m ook niet in het reizen zelf. Lastiger is het om de mentale knop om te zetten. Ik wil veel, misschien wel té veel, in Parkstad, maar mijn netwerk en dus werk bevinden zich in de Randstad. Dat botst. Soms. Tijdens een bestuursvergadering van Stichting Social Beta werd me dat nog subtiel ingepeperd. Een bestuurslid sloeg me quasi-nonchalant op de schouders. “En wat heb jij eigenlijk gedaan het afgelopen jaar?”, lachte hij. Hij had gelijk.

Maar toch. Sinds een half jaar woon ik in Heerlen. De stad - ik bivakkeerde er begin jaren negentig korte tijd op kamers - die ik ooit verliet voor het beloofde land, een op papier interessantere omgeving, een plek waar wel gesproken werd over uitdagingen in plaats van bedreigingen. In dat half jaar is Heerlen mijn stad geworden. Tenminste, zo voelt het. Ik ben er een relatieve buitenstaander. Misschien zal ik dat altijd blijven, ben ik meer ‘verrandstad’ dan ik denk. Dat is niet erg. Heerlen heeft potentie. Niet alleen cultureel, maar ook op andere vlakken. De ligging is uniek, zo in Europa. Daarin schuilt de kracht van de stad en de regio.

Als relatieve buitenstaander zie ik juist dát eerder, is mijn ervaring tot nu toe. Er hoeft niet gekeken te worden naar Amsterdam. Daar zijn de dingen niet beter. Ook niet slechter. Wel anders. Parkstad moet op zoek naar een eigen identiteit en die kan alleen gevonden worden in de regio zelf. Daarom moet 2011 - en ja, dat is eigenlijk een vooruitblik - hét jaar van Zwart Goud worden. Mensen ontdekken immers alleen de eigen identiteit door ze een spiegel voor te houden. Dat is precies waar Zwart Goud voorzichtig mee is begonnen.

‘Maar zelf zit je wel elke week in de trein naar Amsterdam’, zal de oplettende lezer daar tegenin brengen. Klopt. Een deel van me leeft nog in de Randstad. Een groter deel ook dan ik een half jaar geleden dacht en hoopte. Twintig jaar ‘Holland’ heeft me gevormd tot wie ik nu ben. Erg? Nee hoor. Randstad én Parkstad zijn prima te combineren. Al vraagt dat om een strakke structuur. Weer terug is in ieder geval geen optie. Daarvoor voel ik me te zeer thuis in Heerlen. Elke ochtend kijk ik van twaalf hoog, met een kop dampende koffie in de hand, uit over de stad. En denk: “hier ga ik nooit meer weg.”

Theo Ploeg


27
Dec 10

Terugblik: Enter ZwartGoud

I Love Heerlen - Banksy 2010

Alvorens daadwerkelijk wordt overgegaan tot de vergadering moet ik ongevraagd de laatste tips aanhoren op het gebied van dance en dubstep. Waarom luisteren mijn collegaredacteuren naar muziek die alle kant op beweegt maar niet van de grond komt? In gedachten spreid ik mijn armen ten hemel. Theo Ploeg, Cynthia Smeets, is voor hen elke redding verloren?

Wat ik ook niet had verwacht is de terugkeer van Theo Ploeg van het hoge noorden naar het diepe zuiden. Naar volgens hem ‘het toekomstige Berlijn van Nederland’. En daar moest wat mee gedaan worden. Algauw vlogen de ideeën tijdens een van onze eerste cappuccinoafspraken over de tafel van café Peutz in Heerlen.

‘Zullen we een krant beginnen Harry?’
‘Wat denk je dat zoiets kost Theo en wie gaat er voor de krant schrijven?’

Exit krant. Enter website.

Zomer 2010. Who the fuck is Cynthia Smeets was mijn eerste gedachte toen Theo haar noemde als potentiële medeoprichter en redactielid.

‘Hoe oud is deze dame Theo?’
‘Ik weet het niet zeker, maar volgens mij een jaar of twintig’.

Net zo lang als Theo Ploeg en ik elkaar kennen dus, oh schone symboliek. Maar tijdens onze eerste ontmoeting op 20 augustus 2010, de dag waarop ZwartGoud werd geconcipieerd èn gebaard, werden al mijn reserves jegens de jongedame in een klap van diezelfde stamtafel geveegd. Vooral toen ze vertelde over kunstenaar Banksy en zijn documentaire Exit Through The Gift Shop. Ik werd er stil van. En ik wist genoeg. Een meid van twintig die mij (48) bijpraat over de graffiti- en streetart van Banksy. Zowaar, er is nog hoop. Ik gaf haar opnieuw een hand, zei ‘welkom bij de club’ en zag toen pas het sierlijke ‘hope’ onder haar linkerpols getatoeëerd.

Sindsdien staat ZwartGoud vastberaden in de steigers. Af en toe komt iemand met een loopplank die net niet past, is er een onderdeel zoek of niet meer voorradig. Toch voelt de steiger vertrouwd en steeds stabieler. 2011 wordt het jaar waarin redactie en medewerkers de stellages van ZwartGoud verder gaan verdiepen voor een mooi, uitdagend en kritisch evenwicht.

Harry Prenger


25
Dec 10

Respect voor dieren? Ga toch weg!

“Pap! Kijk! die olifant is aan het dansen!”, schatert een jongen het uit. Zijn vader aait hem over de bol en schampert: “het zijn net mensen, hè.” Goed, de jongen, een jaar of acht, weet niet beter. Dansen doet de olifant, een Aziatische, niet. Langzaam wiegt hij zichzelf in een sluimerende toestand door zijn lichaam heen en weer te wiegen. Repetitieve bewegingen die zorgen voor de aanmaak van endorfine in het lichaam. Het verzacht de pijn van de eenzaamheid, betovert de onmetelijke saaiheid. Dag in dag uit. Plaats van handeling? Circus Renz International op het terrein van het voormalige busstation in Heerlen.

Terwijl in andere Nederlandse steden vragen worden gesteld over het gebruik van exotische dieren, is het in Heerlen stil. Afgelopen juni werd er in de gemeenteraad van Groningen gedebatteerd over het circus dat nu z’n tenten heeft opgeslagen in Heerlen. Inzet? Een verbod op het circus dat aantreedt met Siberische steppenkamelen en Indische olifanten. Kwam er uiteindelijk niet van, maar discussie vond er plaats. In Heerlen? Helemaal niets.

Dat is vreemd. Sinds Winschoten als eerste gemeente in Nederland een verbod afkondigde op circussen met exotische dieren, steden als Barcelona, Rio de Janeiro, Antwerpen, Vancouver en Venetië gingen de plaats voor, is het een terugkerend onderwerp op de landelijke en gemeentelijke politieke agenda. Vorig jaar nog liet voormalig minister van Landbouw Gerda Verburg de kamer weten dat uit onderzoek is gebleken dat ‘de conclusies worden getrokken dat in de huidige situatie de intrinsieke waarde van wilde dieren in het circus in het geding is. Uit het welzijnsonderzoek blijkt dat er onvoldoende tegemoet wordt gekomen aan de soortspecifieke en voor zover van toepassing de individuele zorg.’ De Nederlandse wet loopt daarbij achter. Winschoten werd door de rechter op de vingers getikt nadat Circus Herman Renz, een ander Renz-circus dan er in Heerlen staat, de gemeente voor de rechter daagde.

Dat zegt veel over het onvermogen van het circus om de luider wordende kritiek ter harte te nemen. Inmiddels is er een groeiend aantal gemeenten dat nee zegt tegen circussen met exotische dieren. In het buitenland gaat men voortvarender te werk. In Zweden en Oostenrijk geldt een algeheel verbod, in Duitsland mogen niet-gedomesticeerde dieren geen gedrag uitoefenen dat voor de soort niet natuurlijk is. Overtredingen worden er steng beboet. Ondertussen zijn de circussen begonnen met een charme-offensief. Daarin nemen de drie Renz-circussen, naast het internationale en dat van Herman Renz ook Renz Berlijn, het voortouw. Er zou wél goed gezorgd worden voor de dieren, de dompteurs zien de dieren als hun eigen kinderen én er is geen sprake van exotische dieren omdat de meeste in gevangenschap zijn geboren.

Dat laatste argument werd vorig jaar voor de zoveelste maal ontkracht. Ditmaal door onderzoekers van de Landbouwuniversiteit van Wageningen. Gemiddeld staan olifanten in circussen zeventien uur per dag vastgeketend. Dat is in strijd met het dierwelzijn, constateren ze. De recente commotie rond de illegaal gehouden resusapen bij Renz Berlijn leidde in oktober dit jaar tot kamervragen. Met de schokkende beelden van de vernedering van een babyolifant liet actualiteitenprogramma Netwerk (zie filmpje onder dit artikel) vorig jaar zien hoe loos de woorden van olifanten-‘eigenaresse’ Adriana Folco (Circus Herman Renz) waren. Ze beweerde haar olifanten te behandelen alsof het haar eigen kinderen waren. Op het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA) draaide onlangs een documentaire One Lucky Elephant over Flora, de geliefde olifant van de Amerikaanse circusdirecteur David Balings. Hij kwam tot het besef dat dieren niet gelukkig worden door kunstjes te doen en dat een circusomgeving niet tegemoet kan komen aan de complexe sociale en psychologische behoeften van een olifant. Daarbij: welk beeld geef je kinderen mee wanneer je prachtige dieren trucjes en kunstjes laat opvoeren?

Aan Heerlen gaat die commotie voorbij. Het Limburgs Dagblad deelt vrijkaartjes uit, de gemeente kijkt liever de andere kant op. Ondertussen heeft Circus Renz International - voor de gelegenheid Cirkus Renz Kobenhavn - de tenten opgeslagen naast het bus- en treinstation. Staan de olifanten en kamelen én de actievoerders van Respect voor Dieren en Dierenbelangen Zuid-Limburg in de kou. Nog erger: vader en zoon die denken dat die olifant goedgeluimd een dansje waagt? Weten niet beter. Een gemeenteraad die de mond vol heeft van vernieuwing, culturele lente, innovatie en voorloperspositie wel. In twittertermen: #epicfail.

Links:
www.dierenbelangen.nl
www.wildedierendetentuit.nl
www.circusrenzkopenhagen.nl
www.circusvrienden.nl
De intrinsieke waarde van dieren in performance-praktijken (rapport UW en RUG)

Theo Ploeg

ps: bovenstaande foto en onderstaand filmpje hebben geen connectie met Circus Renz International.


21
Dec 10

Aandrang in Sibbe

Zomer 2009 bevond ik me op een plek waar ik nooit eerder was geweest. Een soort niemandsland dat verlaten leek van de bewoonde wereld, van jan en alleman. Er was een straat, een café, een weide, enkele boerderijen, een bushalte. Maar er was ook heel nadrukkelijk een stilte waar je bijna akelig van werd. Stilte, zomaar ineens. Daar schrik je van als je de rest van het jaar in de bewoonde wereld vertoeft. Op het terras van het buurtcafé zaten een vriendin en ik als enige gasten buiten in de zon. Veel meer dan voor ons uit zitten staren en nippen aan de ijsthee deden we niet.

Naar wat keken we eigenlijk? Waar waren we in hemelsnaam terecht gekomen, zo vroegen we ons af, in stilte. Om ons heen sidderde de zomer loom, wolken aan de knalblauwe hemel waren nergens te bekennen. Wat de stilte benadrukte was het uitzicht. We zagen een landschap met een horizon zo ver je kijken kon. Drenthe in Limburg. Een nogal ongewone gewaarwording te midden van het doorgaans Zuid-Limburgse heuvellandschap waar de provincie zo bekend om is.

De plek van het ongeloof: Sibbe. Gelegen onder Valkenburg op 7 km ten oosten van Maastricht. Om er nog wat van te maken heeft iemand bedacht laten we het ‘t Plateau van Sibbe noemen. Uit het buurtcafé schalde een lach waarvan wij vonden dat deze niet gemeend was. Ondertussen dwarrelde op ons tafeltje een gescheurde bijsluiter voor medicijngebruik. Om welk medicijn het ging werd niet helemaal duidelijk. De enige tekst die nog net leesbaar was luidde ‘aandrang niet negeren’. Deze woorden liet ik even op me inwerken. Een wesp zoemde zenuwachtig aan de rand van de tafel. Welke aandrang kon een mens krijgen in dit van god verlaten oord? Ineens kreeg ik bijzonder veel aandrang in carnaval, in een menigte die op en neer host, in een zaate hermenie dat pal voor mijn neus lawaai begon te maken.

Een andere aandrang was om niet langer op het Plateau van Sibbe te blijven dan strikt noodzakelijk. De weidse verte van het Plateau zat ons al een tijdje claustrofobisch aan te staren. Uitknijpen dat schijfje citroen in de ijsthee en wegwezen. Maar voordat we onze biezen pakten kon ik het niet laten om Sibbe voor de eeuwigheid vast te leggen. Aandrang niet negeren. Een nogal lullige foto die niets zegt en niets laat zien. Of toch? Komt ie.

lullige foto van Sibbe (foto: HP)

Harry Prenger


15
Dec 10

Boeken zoeken in Maastricht

Selexyz, Maastricht

Ondanks de toename van onlinebestellingen voor boeken, nieuw en tweedehands, houden de boekwinkels in de stad de moed erin. Zaterdagmiddag is het topdrukte bij Selexyz. Alsof de klanten geen weet hebben van de mogelijkheid om boeken te kopen via internet, zo staat men geduldig met boek in de hand te wachten in de lange rij voor de kassa. De fijnproever weet het maar al te goed. Voor bijzondere boekwinkels moet je in Maastricht zijn.

Sinds eind 2006 bezit de boekenketen Selexyz een filiaal in een gotische kerk met fresco’s uit 1619. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat enkele jaren geleden het gebouw nog gebruikt werd als fietsenstalling. De best verkochte boeken van dit moment liggen verspreid over een lange tafel, die reikt tot aan het zelfbedieningsrestaurant achterin. Interessanter zijn de kunstboeken op de bovenste etage. Die zie je meteen pontificaal naast elkaar op ijzeren schappen. Dure uitgaven die je niet overal tegenkomt. Dat geldt ook voor de keuze aan (mode)tijdschriften en dichtbundels. Selexyz nodigt regelmatig schrijvers uit voor een boekpresentatie of voor te lezen uit eigen werk. Jammer genoeg loopt het met de bezoekersanimo niet altijd storm. Zo mocht Nico Dijkshoorn ooit in het restaurant aanschuiven, waar het handjevol aanwezigen nauwelijks opkeek van hun broodje rundercapaccio met pijnboompitjes. Zal wel te maken hebben met de volksaard van de Maastrichtenaar die we, laten we het beschaafd houden, maar eens blasé noemen.

De Tribune, Maastricht

Sinds Vrij Nederland de knusse nering aan de Kapoenstraat in 2004 uitriep tot beste literaire boekhandel van Nederland, wordt de naam van De Tribune met de nodige eerbied uitgesproken. Het juryrapport spreekt streng van een winkel zonder sfeer, maar wie de krakende houten vloer betreedt, waar honderden filosofen in overzichtelijke rekken er warmpjes bijstaan, voelt zelf ook een meer dan aangenaam gemoed door het lijf zinderen. De ouderwetse haard brandt er lekker op los; je krijgt zin om ter plekke een boek te gaan lezen. Wel uitkijken dat je je hoofd niet stoot wanneer je over het nauwe trapje naar de muffig ruikende kelder loopt. Daar bevinden zich boeken van auteurs die al dan niet terecht in de vergetelheid zijn geraakt. Dat geldt ook voor een doos lp’s met politiek engagement uit de jaren zeventig.

Naast de stamkroeg van wijlen wielerjournalist Jean Nelissen, tegenover het station, ligt Purnot. Naar binnengaan is gek worden van de talloze kunst- en modemagazines uit met name Engeland en Amerika, waar inhoudelijk de beste mode- en artmagazines worden gemaakt. Bij Purnot ontdekte ik TAR, een van de beste kunsttijdschriften van de laatste jaren, met medewerking van kunstkanjers als Julian Schnabel en Damien Hirst.

In het centrum vlakbij het Vrijthof bevindt zich Traders Pop. Winkel voor geinige gadgets, megazonnebrillen en nieuwerwetse oldskool kleding. Maar vooral de moeite om zijn kunstboeken en magazines gericht op de undergroundcultuur. Ook is er een schapje ‘private press’ uitgaven van kunstenaars. Liefhebbers van experimentele muziek kunnen bij Traders Pop het Engelse maandblad The Wire kopen. Jammer dat er niet wat nadrukkelijker wordt gewezen op het bestaan van de boven de winkel gevestigde kunstgalerie.

De Slegte, Maastricht

Ook in het nabij gelegen De Slegte krioelt het van de klanten op zaterdagmiddag. Aandachtig cirkelen ze om de stellages met kunst-, muziek- en filmboeken die onlangs naar de begane grond zijn verplaatst. De Slegte zit al enkele decennia in een oud pand in de drukste winkelstraat van Maastricht. Tijdens de zomermaanden kan het er flink benauwd worden. En anders krijg je het wel benauwd van de ramsjprijzen die lang niet zo laag zijn als wel eens wordt beweerd. Waarom het Het Beste Van Wim T. Schippers bijna vijftig euro moet kosten? Geen idee. Ook zou een strenger personeelsbeleid niet misstaan. Een mollige medewerkster maakt van haar hart duidelijk geen moordkuil wanneer ze er zaken uitflapt die je als klant niet per se hoeft te weten. “Zo daar ben ik weer”, klinkt het overdreven luidruchtig. Even later tegen een collega: “ik ga nu naar boven, zal ik iets voor je meenemen”. Het boek Aller Anfang Ist Dada zet ik maar weer terug. Gauw naar buiten met mijn fotoboek over Bob Dylan.

In de Rechtstraat wordt antiquariaat De Bovenste Plank gerund door vader en zoon Gordijn. Waardevolle pennenvruchten liggen in vitrines, of keurig uitgestald op de eerste etage waar de bewegingsvrijheid aan de krappe kant is. Blader hier door een boek, sla een antieke landkaart open, een bibliofiele uitgave en voel hoe de tijd weigert mee te doen aan de waan van de dag. Onder, achter tegen de wand met een grote hoeveelheid Nederlandse literatuur staat een schuifladder voor het uithalen van halsbrekende toeren; wellicht ter compensatie voor de beperkte bewegingsvrijheid op de bovenverdieping. De prijzen zijn gevoelsmatig een tikje aan de hoge kant om zomaar met een stapeltje huiswaarts te keren.

Selexyz, Dominikanerkerkstraat 1
De Slegte, Grote Staat 53
Traders Pop, Heggenstraat 16
De Bovenste Plank, Rechtstraat 49
De Tribune, Kapoenstraat 8-10
Purnot, Stationsplein 1c

Nico Dijkshoorn leest voor in Selexyz, Maastricht.

Harry Prenger


13
Dec 10

‘Samen de toekomst in!’

Tien jaar jaar na de eerste Euregiobahn tussen Heerlen en Aken werd afgelopen zomer de samenwerking tussen beide steden geïntensiveerd. De stadsregio Parkstad Limburg en StädteRegion Aachen bezegelden een nieuwe stap in de richting van grensoverschrijdend openbaar vervoer. Goede zet? Zeker! Maar voor échte samenwerking is meer nodig dan goede sier maken op ambtelijk niveau.

“Dit valt toch niet te begrijpen!’, verzucht een man en werpt de armen in de lucht. Zijn vrouw kijkt hem radeloos aan. Een groepje andere reizigers beent naar de informatiebalie van NS. Zonder resultaat. De norse medewerkster van de Nederlandse Spoorwegen bijt het vijftal een paar woorden toe en verdiept zich daarna weer in haar tijdschrift. Reizigers kijken elkaar verbouwereerd aan. Inmiddels zoeken de man en vrouw vloekend hun heil elders. Ze nemen de bus.

Wat er aan de hand is op station Heerlen? Ach. Dagelijkse beslommeringen. De kaartjesautomaat van de Euregiobahn functioneert niet. Het apparaat accepteert enkel nog muntgeld. Briefjes en betaalpassen spuugt het uit. Niets nieuws. Al ettelijke malen stond ik de afgelopen maanden vertwijfeld in de stationshal. Geen functionerende automaat én een trein die op het punt staat te vertrekken. Missen is een uur wachten, want de Euregiobahn tussen Heerlen en Aken heeft niet bepaald een tijdschema dat bij een stad pas.

“Dat is niet onze verantwoordelijkheid, meneer. Dan moet u bij de Deutsche Bahn zijn”, beet dezelfde norse medewerkster mij een tijd geleden toe. Een mannelijke college schoot haar te hulp. “U kunt een kaartje naar Aken alleen bij die automaat kopen. We kunnen u niet verder helpen”, klonk het toen ik het voorval als ‘vreemd’ bestempelde. Discussie gesloten. Vreemd en nog eens onwaar ook. Op de website van de Euregiobahn staat dat zowel Deutsche Bahn als NS partners zijn. In Aken is een kaartje naar Heerlen zo gekocht. Kan bij het loket of bij een van de vele kaartautomaten. En, oh ja, een kaartje naar Purmerend kopen? Geen probleem.

Wie van Heerlen naar, pakweg, Mainz reist kan enkel een kaartje naar Aken kopen. Zo ver gaat de regionaliseringsgedachte bij de NS. Moeilijk uit te leggen aan die tientallen reizigers die afgelopen weekend de kerstmarkt van Aken wilden bezoeken, maar uiteindelijk stranden bij een niet-werkende automaat en onwelwillend treinpersoneel. De Euregio onwaardig. Na het verdwijnen van de treinroute van Maastricht naar Aken, waarin de provincie Limburg schitterde door stompzinnig korte termijndenken, duurde het tot 2000 voordat er een acceptabele treinverbinding naar Duitsland op potten was gezet. Met dank aan particuliere initiatiefnemers in de regio Aken.

Limburg liet het project de eerste jaren gewoon links liggen. Tot de lokale bestuurders door hadden dat er goede sier gemaakt kon worden met grensoverschrijdende samenwerking. En zo werd uiteindelijk deze zomer de samenwerking tussen Parkstad en Aken officieel bezegeld. En er staat nog meer op stapel. De lijn doortrekken naar Maastricht en het verlengen van de intercity-verbinding Eindhoven-Heerlen naar Aken en Keulen (projectnaam: Thalinx). Inmiddels is er geld door het rijk beschikbaar om tussen Heerlen en Herzogenrath een spoorverdubbeling te realiseren. Op internet heet het trots: ‘samen met de NS en DB wordt nu op basis van dienstregelingsonderzoeken de invoering van deze lijn voorbereid.’

Fijn, maar de werkelijkheid is weerbarstiger. En vraagt om meer dan mooie woorden. Die ‘Samen de toekomst in!’ van afgelopen zomer? Bleven woorden. Met dank aan de kortzichtigheid van de Nederlandse Spoorwegen.

Links:
www.euregiobahn.eu
Persbericht Euregiobahn 21 juni 2010
Informatie over Thalinx bij Knowlinx

Theo Ploeg


10
Dec 10

Pinkpop 2011? Mwa…

De programmering van het oudste popfestival van Nederland maakt elk jaar weer veel reacties los. Begrijpelijk. Met Pinkpop word je volwassen. Je gaat er op jonge leeftijd naartoe omdat je de voor jou nog vaak onbekende bandjes en toekomstige muziekhelden allemaal op een dag kunt zien. Zo was het vroeger, zo is het nu. Verschil met toen is de toevoeging van wat ik gemakshalve maar noem het amusementsgedeelte. Kermis, circus en woonboulevard op de grasmat. Pinkpop is een attractiepark geworden waar het niet meer gaat om de muziek alleen. Niks mis mee verder. Maar wat een verschil met de jaren zeventig en tachtig, toen de burgerij van Geleen perplex langs de kant van de weg stond om de sjofel uitgedoste Pinkpopstoet (‘langharig tuig’) aan te staren. Ook nu wordt er veel gestaard. Naar de berichten op je mobieltje.

Pinkpop van festival naar evenement is een verandering die ik zelf niet heb meegemaakt. De editie van 1992 was lange tijd mijn laatste keer. Ik zag Eddie Vedder van Pearl Jam het publiek induiken en vond dit wel een passende, spectaculaire afsluiting van mijn bezoeken aan Pinkpop. Ik dook met Eddie mee om onder te duiken. Voorgoed. Dacht ik. Om niet te hoeven zien dat daarna alles anders werd. Hoe Jan Smeets Pinkpop begon te slopen. En opeens kwam in 2009 zomaar Bruce Springsteen naar Landgraaf. Omdat het van mijn woning hooguit een half uurtje fietsen is dacht ik: waarom ook niet. Al was het maar om te kunnen zeggen: ik ga met de fiets naar Bruce Springsteen. Een jaar daarvoor had ik hem en zijn E Street Band nog in Amsterdam gezien, toen onderweg als medepassagier in een rode BMW.

De man die het allemaal zo mooi had bedacht mag nu jaarlijks en omringd door kritiekloze mediabombarie, in het Amsterdamse Paradiso de programmering bekendmaken. Pastoor Jan in de voormalige tot poptempel omgebouwde kerk. Je bent zelf ook geneigd er in te gaan geloven. Geloven dat Jan elke band hoogstpersoonlijk opzoekt, knuffelbeertjes meeneemt wanneer hij op visite gaat bij de neefjes en nichtjes van Kings Of Leon, een verjaardagskaartje stuurt naar de schoonmoeder van Chris Martin van Coldplay. Prediken in een kerk voor de goedgelovige Pinkpopkids is zo gek nog niet. Kerk en kinderen, ze hebben iets met elkaar.

Maar voor het zover is vraagt de Pinkpoporganisatie via haar website de fans om een gouden tip. De band die het vaakst wordt genoemd mag als beloning op Pinkpop spelen. Zou het heus? De werkelijkheid is zoals zo vaak een stuk banaler. Smeets in 2009 in Muziek.nl: “Ik ga ook veel naar concerten. Tijdens Noorderslag bijvoorbeeld loop ik een tigtal zaaltjes af. Vorig jaar trof ik daar The Tings Tings. Ik liep daar ook Steve Strange tegen het lijf, manager van Coldplay en Snow Patrol en dus ook van The Tings Tings, zo blijkt. We kennen elkaar goed. Leuk bandje vond ik, The Tings Tings, dus heb ik ook nog even met de zangeres staan praten. Ik liet haar een foto van een vol Pinkpopterrein zien. Ik zei: ‘Maybe you’re on Pinkpop once in your life.’ [lachend] Het duurde voor haar niet langer dan een jaar. Coldplay gaat naar Werchter dit jaar. ‘Kunnen wij niet betalen’, zei ik tegen Steve Strange. ‘Okay, maar dan krijg jij wel Snow Patrol van mij’, zei hij. Die persoonlijke contacten zijn goud waard.”

Harry Prenger


5
Dec 10

Herman Brood in Hoensbroek

Onlangs fietste ik er weer eens langs. Voetgangers keken niet op of om, onwetend van de popgeschiedenis die zich hier lang geleden alweer ter plekke had afgespeeld. Ik stapte van mijn fiets om enkele foto’s te maken van wat ooit het concertzaaltje Luxor was in Hoensbroek. Onverstoorbaar blijft het pand herinneren aan een optreden van Herman Brood uit 1979. De aankondiging van dat concert pronkte tot voor kort op de voorgevel, volhardend tegen het verstrijken van tijd, weer en wind.

Al jaren is de Luxor aan de drukke Akerstraat bezig met leegstaan en afbladderen. Hoe zou het er nu vanbinnen uitzien vroeg ik me af. In mijn herinnering kon je vanaf een verhoging zittend aan een tafel over de hoofden van het publiek naar het podium kijken. Ik zie mezelf nog zitten op 24 september 1978 (ik heb het opgezocht) toen ik toch maar mooi lijfelijk aanwezig was bij een optreden van de Golden Earring! Het entreekaartje van 17 gulden 50 heb ik ook nog.

Helaas miste ik twee andere concerten uit die roemruchte jaren zeventig. Behalve bij de Engelse progrockers Van Der Graaf Generator schitterde ik eveneens door afwezigheid bij het naar wat achteraf zou blijken allerlaatste concert in de Luxor: Herman Brood dus, en dan ook nog eens met his Wild Romance. Die kwamen toen het net verschenen Cha Cha album opluisteren. Moet vast goed zijn geweest. Mijn herinnering vertelt me niet waarom ik er toen niet bij was. Misschien waren Herman Brood en aanhang net iets teveel seks, drugs en rock & roll voor een jochie van zestien.

Na het overlijden van Brood schilderde een fan bij wijze van eerbetoon een graffitiportret van Nederlands enige rock & rollheld. Hopelijk kijken voorbijgangers af en toe eens even op naar de letters erboven, in het besef dat tussen hen en Herman de tijd zichzelf heeft stilgezet voor zijn eigen ongrijpbare hommage.

Hierbij een verslag van iemand die er wel bij was

Harry Prenger


6
Nov 10

Voor een culturele zomer is meer nodig dan geld

Skyline Heerlen (foto: Michel Vos)

Een te dure hobby, dat vindt de Stadspartij Heerlen van Schunck*. Toch besloot de raad deze week om nog eens één miljoen euro extra te investeren in cultuur. Een moedig besluit. Heerlen en Nijmegen zijn de enige Nederlandse steden waar niet gesneden wordt in cultuursubsidies. Maar voor een culturele zomer is meer nodig dan geld.

“Dat vind ik echt bezopen”, vat Lex Nelissen van Theater Lexor zijn mening op de zeventien miljoen euro die de gemeente Heerlen besteedt aan cultuur samen. Afgelopen vrijdag pakte het Limburgs Dagblad editie Parkstad uit met twee pagina’s over de omstreden cultuursubsidies. Mét prachtige illustraties van Marco Jeurissen en een live blogsessie zocht de krant ‘s middags op internet het debat.

Ja, Heerlen besteedt in vergelijking met andere gemeenten in Nederland veel geld aan cultuur. In mei dit jaar deed RTL Nieuws onderzoek naar cultuursubsidies bij de dertig grootste gemeenten van Nederland. Heerlen viel dus buiten de boot. Het lijstje levert wel mooi vergelijkingsmateriaal op. Zo besteedt Heerlen meer aan cultuur dan Breda, Den Bosch, Nijmegen en Delft. Dordrecht geeft het minste uit: zo’n 3,7 miljoen. Goed voor 31 euro per inwoner. De achttien miljoen komend jaar brengt Heerlen op gelijke hoogte met Maastricht en Haarlem. In Rotterdam ligt de subsidie per inwoner het hoogst: €188,53. Amsterdam volgt met €176,12. Was Heerlen meegenomen in het onderzoek? De stad zou de tweede plek van Amsterdam hebben overgenomen.

Goed, die cijfers zorgen voor emoties. Zeker wanneer er gesproken wordt over miljoenen. Daar speelt de PVV dankbaar op in. De partij vindt de zeventien miljard die jaarlijks in Nederland naar cultuur gaat veel te veel. Maar wat is te veel? En hoe verhoudt dat bedrag zich tot de andere uitgaven die opgenomen zijn in de staatsbegroting? Doet er niet toe. Het woord miljard is genoeg. Zo werkt dat ook op kleine schaal, in Heerlen. Is zeventien miljoen veel geld? Geen idee. Zonder interpretatie zeggen cijfers niets.

En interpretatie vraagt om kennis. De peilstok op die dubbele pagina over cultuur in Heerlen van het LD maakt dat pijnlijk duidelijk. Véronique Huurdeman-Geurten filosofeert er lustig op los: “Er is leegstand, armoede, weinig goede banen, huizen worden minder waard. Een uitgave van 17/18 miljoen aan cultuur zal daar beslist geen verandering in brengen… Integendeel.” De betrokken Heerlense slaat de plank volledig mis. Cultuur kan wel degelijk de redding zijn voor Parkstad.

In een recente publicatie van de Atlas Der Gemeenten wordt Heerlen aangehaald als hèt voorbeeld voor creatief stadsbeleid. ‘Een van de weinige bewezen effectieve manieren om met lokaal beleid de aantrekkingskracht van een stad te vergroten, en de lokale economie te stimuleren’, schrijft onderzoeker Gerard Marlet in zijn cahier Muziek in de stad – Het belang van podiumkunsten, musea en erfgoed voor de stad over Heerlen. Dat is precies waar wethouder cultuur Lex Smeets op inzet. Hij betoogt dat cultuur de stad aantrekkelijk maakt als vestigingsplaats én dat de economische spin-off groot is.

Klopt, maar zo eenvoudig is het allemaal niet. Want ja, ook Véronique Huurdeman-Geurten heeft een beetje gelijk. Dat cultuur gebaat is bij veel geld is een misvatting. Steden als Manchester, Berlijn, Rotterdam en Antwerpen waren er ooit net zo ‘erg’ aan toe als Heerlen nu en zijn tegenwoordig steden die zeer aantrekkelijk zijn voor creatieven. Ze wisten op eigen kracht het hoofd boven water te houden. Door gewoon te doen, uit noodzaak, want geld was er niet. Amsterdam en Londen bewandelden een andere route. Daar zette de gemeente in op een bloeiende creatieve industrie. Gevolg? Kunst zonder directe economische waarde is er nauwelijks nog te vinden en subsidies worden rondgepompt tussen gevestigde cultuurinstellingen.

En tja, die cultuurinstellingen gaan voor eigen succes. Trekken zich niets aan van Véronique. Op kleine schaal is die ontwikkeling reeds te signaleren in Heerlen. Hartstikke fijn voor Schunck* dat NRC en de Volkskrant lovende stukjes schrijven, maar de - overigens prachtige - exposities trekken, behalve rond de opening, nauwelijks bezoekers. Véronique is vast niet naar de huidige expo van John Cage geweest. Ligt dat aan haar? Nee, zeker niet. Schunck* is niet bepaald het toonbeeld van laagdrempeligheid en doet geen moeite om relaties aan te knopen met de directe omgeving. Waar is de samenwerking met Heerlense popmuzikanten die Cage onder handen nemen? Waarom niet uitgelegd aan de liefhebbers van dubstep en drum&bass, in Parkstad populaire muziekgenres onder jongeren, dat Cage één van de pioniers is in die genres?

Het antwoord is eenvoudig: er is geen noodzaak. Dat is niet alleen Schunck* kwalijk te nemen, maar ook de gemeente. Wie een grote zak met geld krijgt, denkt niet na over lastige kwesties. Dat is het betrekken van de ‘gewone’ man en vrouw in Parkstad zeker. En tja, zonder de goedkeuring van Véronique wordt het beslist geen culturele zomer. Eén miljoen extra voor cultuur? Prima. Maar de verdeling van die overige zeventien miljoen moet opnieuw kritisch worden bekeken. Misschien moet de voltallige gemeenteraad eens op bezoek bij Lex Nelissen. Hij runt zijn Theater Lexor zonder enige subsidie. Zo kan het dus ook.

Theo Ploeg

[update: Theater Lexor krijgt wel degelijk subsidie, al is het weinig. Zie de comment van Lex Nelissen op deze column.]


24
Oct 10

Bezuinigingen op kunst in Heerlen en Parkstad

Heerlen, 2010. Zicht vanuit filmhuis De Spiegel in Schunck (foto: Harry Prenger)

Bezuinigingen op kunst op komst. Altijd hetzelfde liedje. Als door een bij gestoken wordt de bezuinigingspijn van de daken geschreeuwd door directeuren van culturele instellingen, conservatoren, kunstpausen. De haastige klim op de barricaden om het eigen bastion te beschermen tegen ingrijpende maatregelen is bijna voorspelbaar. In de jaren tachtig werd door de regering Lubbers fors gesneden in kunstvoorzieningen en subsidies. De protesten van toen vertonen opvallende gelijkenis met de reacties van nu. Dezelfde soort bezwaren, dezelfde retoriek, dezelfde elite. Het enige verschil is dat nu ook wethouders van cultuur in opstand komen tegen de ‘kaalslag’ van de culturele vernieuwing, die ze in sommige gevallen zelf hebben meehelpen opbouwen. Maar de wethouder is en blijft politicus. Iemand met een verborgen agenda. En de kunstenaar? Hij ploetert stug door in zijn atelier.

“Onherstelbare schade” luidt een brandbrief van de cultuurwethouders van de grote steden. Dirigent Bernard Haitink spreekt van een “flagrante schanddaad” bij de constatering van het mogelijk verdwijnen van een aantal omroeporkesten. Vraagje tussendoor: wat moeten de publieke omroepen eigenlijk met al die orkesten? Zo kun je bij het eveneens bedreigde Metropole Orkest, het speeltje van de Amsterdamse grachtengordel, je afvragen wat nou precies de intrinsieke meerwaarde is van de samenwerkingen met popmuzikanten als Antony, Michael Bolton of Moke. Het zijn niet meer dan verwoede maar nauwelijks beklijvende pogingen de naamsbekendheid te vergroten door aansluiting te zoeken met de popwereld.

De Heerlense SP maakt in een nota de balans op van de Culturele Lente van de stad. Met een helder en verstandig betoog stellen de raadsleden dat er op korte termijn zaken moeten veranderen om, zoals ze zelf aangeven, van de Heerlense Culturele Lente een Culturele Zomer te maken. Helaas bevat de nota weinig nieuwe inzichten. Een van de conclusies, het ontstaan van eilandjesvorming bij de diverse culturele instellingen, is al jaren een publiek geheim. Verder wordt in de nota nogmaals het belang benadrukt van het ‘neerhalen van de bestaande schotten’.

Ik ben bang dat het hier voorlopig bij zal blijven: mooie woorden, goede bedoelingen, de schone schijn. Nu de bezuinigingen in aantocht zijn en Schunckdirecteur Stijn Huijts de gelegenheid neemt met name zichzelf op de borst te kloppen in een interview met het Limburgs Dagblad (16 oktober 2010), moet worden gevreesd dat van het reduceren van ‘de verenigde keizerrijkjes’ weinig terecht gaat komen. Met zelfbevlekking en het uitdelen van klopjes op de eigen schouder is men in het Heerlense toch al uiterst bedreven. Rocco Malherbe en Fiedel van der Hijden, respectievelijk directeur en programmeur van zomerfestival Cultura Nova, complimenteren elkaar en elkaars werkzaamheden in diezelfde krant. Zelden een interview gelezen waarin twee ijdeltuiten zo’n schaamteloos gebrek aan zelfkritiek aan de dag leggen.

Dan diegenen waar het werkelijk om draait; de kunstenaars. Ongeacht de mate van bezuinigingen zorgen zij er heus wel voor dat kunst altijd weer komt bovendrijven. Veel kunstenaars laten zich immers weinig gelegen liggen aan het graaien uit de subsidiepot. Van culturele instellingen wordt een nieuwe uitdaging en vindingrijkheid gevraagd om met beperkte middelen toch die spraakmakende tentoonstelling te organiseren. In Heerlen is men niet anders gewend dan beperkte middelen. Laten we ons dus opmaken voor een langdurige culturele herfst.

Meer info: SP Nota In Heerlen Is Veel Mogelijk

Interview Cultura Nova

Harry Prenger