
Andrew Keen spreekt op i_beta/event
“Lijkt ‘t daar op Amsterdam?”, vraagt Andrew Keen terwijl hij in een gloeiendhete Italiaanse tosti hapt. We zitten in de lentezon aan de herengracht, hoek Utrechtsestraat. “Ik ben gek op Amsterdam”, voegt hij er met volle mond aan toe. De schrijver van het boek The Cult Of The Amateur – in het Nederlands vertaald als De @-Cultuur – is in de hoofdstad om te spreken op The Next Web, een conferentie over nieuwe media. Een van de organisatoren is Boris van Veldhuizen van Zanten die vorig jaar een keynote gaf op i_Beta in Heerlen. Dit jaar valt die eer ten deel aan Andrew Keen, een van de belangrijkste critici van Silicon Valley. “Is i_Beta net zoiets als The Next Web?”, vraagt Keen ongeduldig.
Nee, i_Beta lijkt niet op The Next Web. Heerlen niet op Amsterdam. Na een kleinschalige Zachte G-bijeenkomst in 2009 organiseerde de stichting SocialBeta afgelopen jaar voor het eerst i_Beta, een conferentie over creativiteit, nieuwe mediacultuur en denken in, eh, beta. De term ‘software-thinking’, prominent op de website, hielp niet mee. Potentieel geïnteresseerden lieten het evenement aan zich voorbij gaan: te ingewikkeld, te technisch. Nee, Heerlen is geen Amsterdam. De hoofdstad geldt als knooppunt voor de creatieve industrie in Nederland. Evenementen als i_Beta vinden er maandelijks plaats. De doelgroep weet wat het kan verwachten. Kaarten voor The Next Web kosten duizend euro. Dat hebben de creatieven – of hun bazen – er graag voor over. Nieuwe inzichten opdoen en het netwerk vergroten worden er gezien als activiteiten van onschatbare waarde.
Dat besef is er niet in Heerlen. Nog niet, in ieder geval. Heerlen worstelt met de eigen identiteit. Moet de stad zich profileren als creatieve stad in het meest zuidelijke deel van ons land? Of juist in de Euregio? En wat betekent dat dan voor Heerlen? De gemiddelde Heerlenaar heeft weinig met die nieuwe terminologie. Met de roep om verandering. Er is eerder berusting. In de jaren zeventig hield de vooruitgang op en die komt nooit meer terug, zoiets. Vorig jaar bewees de eerste editie van i_Beta dat er een verandering gaande is. Een kleine groep ‘culturele vernieuwers’ genoot van lezingen, workshops en van elkaar. Goed voor de stad, maar niet genoeg.

ook Heerlen is in beta (foto: Michel Vos)
Dit jaar heeft de organisatie samenwerking gezocht met gelijkgestemden in de Euregio, of eigenlijk Eutropolis. Design Metropole Aachen, een netwerk van creatieve ondernemers in Aken, en Creative Class, een soortgelijk netwerk in Belgisch-Limburg, werden binnengehaald als inhoudelijke partners. Speerpunt dit jaar is echter Detroit. Tijdens de preview-avond vorige maand legde de organisatie de nadruk op Beta City Detroit conference die op 12 mei zal plaatsvinden. Soepel verliep die avond niet. Via een directe verbinding met Detroit werd er gesproken over de overeenkomsten tussen Detroit en Heerlen. Los van de haperende techniek en regie bleek al snel: er zijn meer verschillen dan overeenkomsten.
De keuze voor Detroit is niet vreemd. De Nederlandse creatieve industrie heeft iets met de Verenigde Staten en de Anglo-Amerikaanse manier van denken in creativiteit als economisch middel. Richard Florida geldt voor menig cultuurambtenaar, onderzoeker en dromer als voorbeeld. De Amerikaanse socioloog schreef met The Rise Of The Creative Class het handboek voor de creatieve stad (oorspronkelijk een idee van de Brit Charles Landry). Detroit geldt als het land van melk en honing voor steden met een industrieel verleden. Na het ineenstorten van de Amerikaanse autoindustrie belandde de stad in een zwart gat en krabbelde daar nooit meer écht bovenop. De bevolkingsgrootte daalde vanaf de jaren vijftig met iets meer dan de helft.

de romantische kant van Detroit
Dan is de link met krimp snel gelegd. Op i_Beta worden Detroit en Heerlen vergelijken. Soortgelijke steden, wordt er aangekondigd. Beide steden zijn immers in beta. Rare vergelijking. Dat is elke oud-industriestad immers (en eigenlijk alle steden). De verschillen zijn echter groot. Detroit schittert door de afwezigheid van overheid én, voor een groot deel, van marktpartijen. De stad is letterlijk achtergelaten. Dat zet een enorme druk op de bevolking, maar geeft ook ruimte voor nieuwe initiatieven. Die ontstaan uit noodzaak. Er is immers geen andere mogelijkheid. Onvergelijkbaar met Heerlen, dus. Laat staan met de rest van de Euregio en Eutropolis. De manier waarop Genk haar mijnhistorie heeft omgezet in een nieuw elan? Zouden ze in Detroit jaloers op zijn. Heerlen kan beter een voorbeeld nemen aan Tilburg. Eveneens voormalig industriestad, laagopgeleide bevolking en jarenlang in het slop. Tegenwoordig is de Brabantse stad het centrum voor hippe, vernieuwende popcultuur in Nederland.
Neemt niet weg dat een dagje debatteren over Detroit interessant is. Die stad haalt immers het beste in de romantische utopist naar boven. Die leegstaande, door groen overwoekerde, gebouwen? Prachtig! Hectaren niemandsland in hartje stad ombouwen tot enorme moestuinen? Daar is lef voor nodig! Misschien is dat juist het duwtje dat de Heerlense creatieven nodig hebben om met de eigen stad aan de gang te gaan. Blijkt het helemaal niet zo slecht te zijn in Heerlen. Heerlen het Detroit van Nederland? Andrew Keen verslikt zich in zijn tosti. Radeloos kijkt hij me aan. Je ziet ‘m denken: laten we hopen van niet.
i_Beta/event, new ideas on economy, society and culture, vindt op 12 en 13 mei plaats op diverse locaties in Heerlen. 12 mei staat in het teken van Beta City Detroit Conference. Op 13 mei vinden er lezingen en workshops plaats over nieuwe bedrijfsmodellen, het nieuwe werken, design en e-cultuur. Keynotes zijn er van Andrew Keen en Erik Veldhoen. Het speciale filmprogramma gaat zaterdag 7 mei reeds van start. Meer informatie via www.ibeta.eu.
Theo Ploeg
Tags: Andrew Keen, conferentie, creatieve industrie, Detroit, Heerlen, i_beta, SocialBeta




Geweldig om iemand als Keen in Heerlen te kunnen zien. Heb zijn werk uitvoerig gebruikt in mijn eigen essays voor de studie Cultuurwetenschappen. Lekker brits-kritisch.
De parallel met Detroit is inderdaad wel enigzins dramatisch en ongenuanceerd. Recent was de desbetreffende documentaire op tv te zien. Veel verder dan een vergelijking tussen het einde van de mijnen en het einde van de ‘motor city’ zie ik het niet gaan. Inderdaad iets dat veel voormalige industriegebieden overeenkomstig hebben. Gebieden als Genk, maar ook niet te vergeten Essen, hebben dit erg goed opgepakt en er juist hun identiteit mee versterkt.
Enfin: alleen een kaartje voor dag II dus !