
Het is niet eens het eind vorig jaar verschenen debuutalbum van Dewolff dat indruk maakte. Eenmaal op het podium gaat een van de beste bands van Nederland (die andere is De Staat) pas echt helemaal los. Ik was erbij, ik voelde de opwinding, het ongeloof, de sensatie van het losgaan. Niet kunnen geloven wat je ziet en wat je hoort. Dat geweldige concert van Dewolff, januari 2009 in De Nieuwe Nor in Heerlen. Dat het goed zat. Dat het gedurfd was. Brutaal en op een bepaalde manier vernieuwend toch ook. Psychedelische muziek, zoals die aan het einde van de jaren zestig gemaakt werd door Pink Floyd en Hawkwind, durven mengen met het Amerikaanse Westcoastgeluid van Quicksilver Messenger Service en The Doors.
Dit alles samenvatten in meedogenloos harde gitaarrock en instrumentale kalmte. Aldus nam Dewolff bezit van zaal, tijd, en van het publiek dat aan de grond stond genageld met die ene vraag. Is dit echt? Is Dewolff echt zo goed? Gitarist Pablo van de Poel perste de solo’s uit zijn slanke lijf, drummer Luka van de Poel roffelde de boel keurig in het gareel, Robin Piso liet zijn Hammondorgel melodieus piepen, knarsen en stomen. Instrumenten werden niet gespeeld maar ter plekke uit de muziek gekneed, alsof de drie Dewolffs ermee volgroeid waren. Komende vrijdag dus in Fenix, Sittard. Drie knapen nog maar, in strakke colbertjes, witte hemden, brede kragen. Zien, horen, voelen. Afblijven.
Dewolff (concert, 26 november 2010, Fenix, Sittard)
Meer info: Fenix
Harry Prenger
