‘sekspositie’ jongerensoos Berchmans Maastricht
door Michel Lemaire
Ruimte voor vrijheid is wat de ouderen van nú als jongeren wilden. Dat is precies wat ze kregen, ook in Limburg. “Het is er nooit van gekomen door werk, gezin, hobby’s etc. Kortom, druk druk druk”, zo opent de website met herinneringen aan een roemrucht tijdperk uit het rustige dorpsleven van Elsloo.
In 1969 startte hier op aandringen van enkele jonge gasten de jongerensociëteit Utopia. Zij vonden dat er meer voor de jeugd moest zijn dan plaatjes draaien in zelfgeïmproviseerde “beatkelders”. Er werd onderhandeld met de gemeente, en het ‘langharig tuig’ kreeg, na een tijdelijk onderkomen in een voormalig zusterklooster, in 1972 eindelijk een vaste plek. Veertig leden stroopten de mouwen omhoog en richtten een niet misstaande ruimte in, met een grote zaal met podium en bars, een bestuurskamer, een televisieruimte en een bibliotheek onder het podium.
Op een half jaar tijd trok de soos twintigduizend bezoekers, met gemiddeld zo’n 280 gasten op een dans- of bandavond. Zeven dagen per week was de soos open, er speelden bands, er werden lezingen en filmavonden georganiseerd, de eerste joints werden gedraaid en stiekem gevreeën op de zolder. In 1973 werd zelfs Thin Lizzy voor een concert naar het dorp gehaald. Een herinnering die nog bij enkelen leeft in het inmiddels weer rustige Elsloo. Kortom, er is veel veranderd.
Het is de tijd van de Flower Power als de psychedelische rock en beatmuziek vanuit schuren en keldertjes door Limburg begint te resoneren. Een grote groep jongeren, de naoorlogse ‘babyboom-generatie’, begint zich steeds meer tegen de manieren van hun ouders en de gevestigde orde af te zetten. In Amerika verzamelen zich tienduizenden hippies in wijken als Haight-Ashbury en beginnen er complete communes waar iedereen vrij moet zijn om te doen wat hij of zij wil. Er is geen plaats voor hiërarchie en nog minder voor materialisme.
Een bekende reportage van Time magazine in 1967 onderstreept de “swelling sense of utopianism” die gloeit in de filosofie van de hippiejeugd. Iconische beelden van mega demonstraties en festivals tijdens de Summer Of Love en bijbehorende idealen sijpelen via hightech media als televisietoestellen en grammofoonplaten voorzichtig de provinciale huiskamer binnen. Geïnspireerd door al dit nieuws trekken zich steeds meer groepjes jongeren samen terug en wisselen muziek en ideeën uit.
De ‘Telegraaf van de supkultuur’ Aloha, beschrijft de ontwikkelingen op haar manier: “wat gebeurde er nu; er kwamen steeds meer mensen die met elkaar aan een nieuwe, betere en mooiere wereld wilden gaan werken en toen werden hun kamertjes veel te klein om iedereen te kunnen ontmoeten. Wat was nu de oplossing; heel grote kamers waar bijna iedereen uit een bepaalde stad of dorp elkaar kon ontmoeten om samen er een heel fijne kamer van te maken waarin je met z’n alle de meest gekke dingen kon doen waar je maar zin in had”. Die grote kamers waren de jongerensosen, van waaruit volgens Nico Torenstra, Amsterdams jeugdwerker en medeoprichter van Paradiso, niets minder dan een “guerrilla tegen bestaande normen” moest plaatsvinden.
De jongerensociëteit Utopia is slechts een voorbeeld van de vele Paradiso’s van het Zuiden, zoals oud-soosbezoekers hun eigen honk graag typeren. Eind jaren zestig had nagenoeg elk dorp en elke wijk in Limburg wel een of soms meerdere sosen. Zoals de ZOPO in Horst, Walhalla in Sevenum, S61 in Roemond, Don Kiesjot in Sittard of de Berchmanssociëteit in Maastricht. De jongerenhonken zijn maar al te populair, wat in veel plaatsen begint als een klein omgebouwd schuurtje of een door de parochie beschikbaar gestelde ruimte voldoet al gauw niet meer.
Zopo Horst
Zoals bij ZOPO in Horst: de ouders van Jo Gielen hebben een ongebruikt kippenhok op het erf, Jo en zijn vrienden besluiten het hok in te richten, met visnetten aan het plafond, wat rariteiten tegen de muur en oude bankstellen om op te zitten. Het spreekt zich rond als een lopend vuurtje en binnen no-time ligt het erf wekelijks vol met fietsen en Puchs en wurmen zich zo’n tachtig jongeren in de schuur.
Naast deze alternatieve of “ongeorganiseerde jeugd”, zijn er ook nog vormen van katholiek jeugdwerk die langzaam uit hun voegen barsten. De Instuif Sittard is zo’n initiatief dat met negenhonderd leden onder leiding van Fons Wijnhoven uitgroeide tot de grootste instuif van Nederland. De instuif had echter geen vaste plek en kon met zijn wat stijve dansavonden niet meer voldoen aan de eisen van een steeds eigenzinniger wordende jeugd. Ook de ouders van Jo Gielen in het Noorden van Limburg, vinden het wel welletjes geweest nadat de als urinoir dienende haag bezwijkt. Bovendien hadden zij de ogen van het dorp lang genoeg op zich gericht gevoeld.
Op veel plaatsen weten de gemeenten dat het tijd is om de jongeren een passend onderkomen te bieden. Er wordt flink onderhandeld tussen jeugd, lokale overheden en jongerenwerkers, en dat werpt zijn vruchten af. Niet alleen de Utopia krijgt een indrukwekkend gebouw tot zijn beschikking, om bij wat van onze voorbeelden te blijven: de jongeren uit Horst krijgen een voormalig pand van het Landbouwbelang tot hun beschikking; in Sevenum worden verschillende groepen jongeren bijeengebracht in een voormalige meubelzaak; en ook in Sittard slaat men meerdere vliegen in een klap zoals een krant uit 1968 verraad: “Uniek Jeugdcentrum bindt strijd aan met illegale jeugdkeldertjes”. Niet alleen is hier de Instuif Sittard voorzien van een vaste plek, Fons Wijnhoven weet met het creëren van “kosmisch jongerencentrum Don Kiesjot” een plek te voorzien waar ook de alternatieve jeugd zich thuis voelt.
De jongeren krijgen de vrije hand en timmeren aan hun eigen rocktempel, met bestuursruimten, theetuin voor een rustig blowtje en een concertzaal. Er worden werkgroepen gevormd onder de bezoekers, die allemaal verschillende activiteiten organiseren zoals filmavonden, lezingen, cabaret, sportdagen en vooral veel muziekavonden. De bands die de jeugdcentra weten te boeken zijn niet mis. Zo spelen de Kinks bij Don Kiesjot en Yes in de Maastrichtse Berchmanssociëteit om maar wat te noemen. Die laatste twee mogen zich in die tijd trouwens terecht identificeren met het Amsterdamse Paradiso. Samen met maar vijf andere jeugdcentra in Nederland, waaronder de Paradiso, kregen zij landelijke erkenning en ontvingen subsidie van het Ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk werk. Het CRM omschrijft de Instuif Sittard (Don Kiesjot) als “een der weinige werkelijke prototypen van open jongerenwerk”.
De vijftigplussers van nu leken het toen goed voor mekaar te hebben. Er werd gehoor gegeven aan je wensen: “als je een idee had, kwam je er gewoon mee naar het bestuur en werd er een werkgroep voor gevormd” vertelt Hay Joosten die in de jaren zeventig manager was van het OOC in Venlo. Op menig vrijplaats was er al weinig te merken van de ‘bekrompen’ oudevandagen en kerkelijke zedelijkheid. Rien van Leeuwen, die nu een mooi appartementje heeft in het voormalige Utopiagebouw, vertelt over een oude kennis die bij een bezoek trots mededeelt op díe vloer zijn dochter te hebben ‘gemaakt’.
OPUS boerderij Geleen
In Geleen heerste er destijds ook een aardige anarchie in de horeca en onder de jeugd. Rien, die oorspronkelijk uit Geleen komt, herinnert zich een sleep-in midden op de rijksweg, LSD-gebruik werd oogluikend toegestaan in menig kroegje, er waren lezingen in jongerencentrum de Boerderij over dienstweigering, er was een volgens Amsterdams concept ‘Provadya’-bar, zelfs een travestietenbar en natuurlijk niet te vergeten de eerste edities van Pinkpop, dat mede door gebundelde krachten van de jongerencentra tot stand kwam.
Het is moeilijk voor te stellen dat een groep jongeren op eigen kracht de verzuilde maatschappij weet open te breken. Als doorslaggevende factor wordt er in de bestaande literatuur veelvuldig gewezen op het feit dat zij de ‘na-oorlogse’ generatie vormden. Hans Righart (1951-2001) is een vaak geciteerd auteur op dit gebied, met als belangrijkste werk De Eindeloze Jaren Zestig; De Geschiedenis Van Een Generatieconflict.
Er rammelt iets aan het geschetste beeld. Op de eerste plaats was het natuurlijk niet zo dat in elke gemeente een dergelijke vrolijke anarchie heerste als in Geleen; deze gemeente was een hutspot van culturen met ondermeer veel arbeidersgezinnen uit de Randstad, aangetrokken door werk in de lokale industrie. Ook tussen de verschillende sosen en soosbezoekers valt er het nodige te nuanceren. Maar wat vooral niet over het hoofd moet worden gezien, is dat de ruimtes die dienden als experimentele laboratoria voor de jeugd in de eerste plaats beschikbaar werden gesteld door ouders, de kerk en gemeenten.
In een artikel uit 1971 doen kroegbazen hun beklag over de progressieve kerkvaders die hen in de soos van het brood beroven, de “Kapelaans zijn thans parttime-kasteleins”, roepen ze. Een tekenend voorbeeld hiervan is de succesvolle Berchmanssociëteit in Maastricht, deze werd gerund door Pater van de Ven. Achthonderd bezoekers op een gewone bandavond was geen uitzondering. Een collega pater en jongerenwerker, Pater van Tulder, bracht de Berchmans zelfs in het landelijk nieuws met het organiseren van een ‘sekspositie’: een weekend lang expositie, voorlichting, films en open gesprekken over seks.
In Meerssen was er een oudere dame genaamd mevrouw Jansen, die aanvankelijk een dansschooltje begon in haar woonkamer en later via gemeente een ruimte wist te regelen waar jongeren aan cabaret deden, plaatjes konden draaien op instuifavonden en zonder ouders in de volkswagenbus naar Frankrijk toerde. De ZOPO in Horst had haar uitbreiding weer onder meer te danken aan wethouder Claessens die wel heil zag in een zichzelf ontplooiende jeugd. Het formele bestuur dat contracten moest ondertekenen (je was pas volwassen van af je 21e) werd onder andere gevormd door een huisarts en een langharige docent in de leeftijd van plus minus vijftig jaar.
Het is duidelijk dat de jeugd er niet alleen voor stond in hun guerrilla tegen de bestaande normen. Pater Hogema die jeugdwerker was bij de Sittardse Instuif doet er in een kranteninterview zelfs een schepje bovenop: “De jeugd is - laten we elkaar niks wijsmaken - hier in Limburg vaak nog conservatiever dan de ouderen” (1969). Al met al is er flink wat getouwtrek geweest tussen twee generaties, waarbij de kersverse jeugdcultuur de hakken stevig in de grond zette, maar alleen doordat er ook een oudere generatie toekomst zag in een zichzelf ontplooiende en vrije jeugd kon er in die Nederlandse uithoek een ondenkbaar cultureel en bruisend uitgaansleven ontstaan. Nu is het weer rustig in Limburg.
Michel Lemaire (29) heeft een bachelor cultuurwetenschappen afgerond, was werkzaam bij het Sociaal Historisch Centrum Limburg en volgt momenteel een Master Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Bronnen:
- Hanssen, W. (onbekend). Jongerencentrum Utopia Elsloo. Retrieved, 13-04-2012, from http://www.elsloo.info/cms/index.php/utopia
- Krantenartikel. Na geslaagde verbouwing Soos Utopia 7 jan. open. (07-01-1972) Onbekend. Retrieved, 13-04-2012, from http://www.elsloo.info/cms/index.php/utopia
– Interview door Lemaire, M. met R. van Leeuwen. (03-11-2011) Beek-Elsloo.
Beeld. Utopia – Elsloo 1973: concert Thin Lizzy. Retrieved, 13-04-2012, from http://www.youtube.com/watch?v=fJ2HPqGiarU
- Hippies, (1967). Time, p. 18-22.
- Nu is het..genoeg, (onbekend) Aloha, no. 10, p.6
- Krantenartikel. Jeugdwerk: een guerilla tegen bestaande normen. (03-03-1969). Limburgs Dagblad.
– Interview door Lemaire, M. met J. Gielen (02-03-2012) Venlo.
– Interview door Lemaire, M. met J. Duijf, J. Hanssen, H. Hoebers & W. Manders (07-11-2011) Horst.
- Krantenartikel. Sittards instuif bouwt sociëteit Voor negenhonderd leden (11-09-..) Onbekend. Collectie Museum het Domein Sittard.
Essen, P. Van, Houwen A., Houwen, P., Janssen, j. & Janssen l. (1995). OJC Walhalla ’70-’95. Sevenum.
- Krantenartikel. Dijks, A. H. Uniek jeugdcentrum bindt strijd aan met illegale jeugdkeldertjes. (19-12-1967) Limburgs Dagblad.
- Brief. Wijnhoven, F. namens Instuif Sittard – Don Kiesjot. Nieuws van “Don Kiesjot”. (december, 1968) Collectie Museum het Domein Sittard, tevens collectie Jan Smeets
- Krantenartikel. Engelse Kinks naar beatfestival van Instuif Sittard, Primeurtje voor Limburg. (03-05-..) Onbekend. Collectie Museum het Domein Sittard.
- Krantenartikel. Engelse topgroep bij Berchmannen. (20-08-1969) De Nieuwe Limburger.
- Krantenartikel. Instuif Sittard krijgt subsidie van CRM. Nieuwe koer mogelijk. (sept/okt.-1968) Onbekend. Collectie Irene Gijzen.
– Interview door Lemaire, M. met H. Joosten (06-03-2012) Venlo. Opnames, Limburgs Museum Venlo.
- Pinkpop Historisch Document. Retrieved, 03-10-2011, from http://www.pinkpop.org/begin.htm.
- Krantenartikel. Pinkpop wordt nog grootser! (29-04-1970) De Nieuwe Limburger.
- Righart, H. (1995). De eindeloze jaren zestig. Geschiedenis van een generatieconflict. Amsterdam: Amsterdam Academic Archive.
- Krantenartikel. “Kapelaans zijn thans part-timekasteleins”, HOCRES contra het para-commercialisme (parochiehuizen, instuiven) in horeca sector:. (02-11-..) Gelderlander. Collectie Museum het Domein Sittard.
- Krantenartikel. Ruimte voor de jeugd. Laat me met rust. (20-07-1968). De Volkskrant.
- Krantenartikel. Directeur van der Ven van de Berchmanssociëteit: “We hebben veel ongemotiveerde keutelkritiek gehad, dat wel”. (08-01-1969) Eindhovens Dagblad.
- Krantenartikel. Mulder, H. De pater geeft kijkje op seks. (26-04-1969) Het Parool.
– Interview door Lemaire, M. met M. Lemaire, & R. Lemaire-Vandewall, (20-10-2011) Schimmert.
– Interview door Lemaire, M. Met J. Duijf & J. Verboeket, (09-03-2012) Venlo. Opnames, Limburgs Museum Venlo.
- Krantenartikel. Wennekes, W. “ Men wil wel meedenken maar niet meeleven”. Groot gedeelte van de jeugd is erg conservatief. (01-03-1969) p. 33. De Nieuwe Limburger.
Tags: Don Kiesjot, Elsloo, Pinkpop, Sittard, Zopo
