Recensie: Mariken mirakelspel voor zesjarige kinderen

mariken_4

door Janneke Prins

Hoe bewerk je een zwaar religieus mirakelspel uit de zestiende eeuw tot behapbare kost voor zesjarige kinderen in het jaar des heren 2016? Het was de grote vraag die uw recensent had voorafgaand aan de theateropvoering van Mariken, afgelopen zaterdag in Parkstad Theater Limburg. Theatergroep Kwatta slaagt wonderwel in deze missie.
Het oorspronkelijke verhaal van Mariken van Nimwegen is eng en angstaanjagend. Het draait om de klassiek middeleeuwse simplistische tegenstelling tussen de vrouw als hoer en heilige – en Mariken is beide.

Als jong meisje wordt Mariken door haar oom Gijsbreght naar Nijmegen gestuurd voor wat boodschappen. Na een ontmoeting met een vervelende tante aldaar en een serie feestjes waar suggestief op fluiten wordt gespeeld, gaat Mariken ’s nachts terug naar huis. Maar de duivel komt op haar pad en belooft haar de zeven vrije kunsten te leren. Dat lukt ook heel rap – onder het genot van een “pint wijn” in een Antwerpse kroeg.

Gedurende zes jaar woont Mariken met de duivel samen. Al die tijd laat ze zich Emmeken noemen omdat de duivel haar eigen naam teveel op Maria vindt lijken. Die variant op haar naam (de letter M blijft bewaard) wordt uiteindelijk haar redding, want de duivel laat steeds grovere dingen gebeuren en Emmeken wil eigenlijk weg. Tijdens het zien van een wagenspel voelt ze berouw over haar levenswandel. De duivel wordt boos, pakt haar op en wil haar van kerktorenhoogte naar beneden smijten. Maar dan komt god tussenbeide. Oom Gijsbreght is ook in de buurt, Mariken krijgt zelfs genade van de paus in Keulen. Ze trekt zich daarna terug in het klooster van de bekeerde zondaressen in Maastricht (waar nu Theater aan het Vrijthof staat).

mariken_5

Prachtige theatrale trucs
Dat Theatergroep Kwatta voor dit mirakelspel koos, is ergens logisch. Kwatta is zelf een Nijmeegs theatergezelschap. Hun bewerking wijkt behoorlijk af van het origineel, maar de thema’s god, duivel, dood en gezinshereniging komen wel degelijk aan bod. Af en toe lijken deze thema’s te zwaar te worden voor de jonge doelgroep, maar door prachtige theatrale trucs – de duivel is eigenlijk een rol van een wagenspeler, die later in de voorstelling ook Maria en god speelt – houdt Kwatta het toch luchtig. De moderne Mariken wordt een queeste naar haar familie.

Want Mariken (Sarah Bannier) wordt als baby gevonden in het Waanwoud door kluizenaar Archibald (Klokhuisacteur Laus Steenbeeke), of eigenlijk door zijn geit Sophie. Dit “gezin dat geen gezin was maar het toch was” voedt zich op pap van geitenmelk. Archibald geeft het kind zijn levensvisie mee: god noch de duivel bestaan en de mensheid is een klucht. Als geit Sophie doodgaat en Mariken een aangrijpend lied zingt waarom er geen lucht meer uit haar mond komt en waarom haar hartklop is gestopt, besluit ze een nieuwe geit te gaan halen.

Mariken volgt de beek (een meterslange blauwe satijnen doek die door andere acteurs wordt uitgespannen over het podium) richting Nijmegen. Onderweg ontmoet ze de Zwarte Weeuw die Rattenjan gevangen houdt omdat hij geen navel heeft. “Mensen zonder navel zijn duivelskinderen,” aldus de Zwarte Weeuw. Mariken belooft Rattenjan te bevrijden, maar eerst moet ze aan florijnen komen voor een nieuwe geit. Die florijnen worden haar aangeboden door de duivel – die dus een wagenspeler blijkt te zijn. Ze blijft een poosje plakken bij de wagenspelers totdat deze worden ontboden op het hof.

mariken_7

Mariken raakt vervolgens verzeild in een tweestrijd tussen Isabella (Ilse Warringa), de vrouw van de duivelacteur, en de gravin (een dubbelrol van Marike van Weelden, ze speelt ook de Zwarte Weeuw). Beide dames vechten over het moederschap over Mariken. De gravin die de mensheid maar een treurspel vindt, probeert Mariken om te kopen met een luxe leven. Ze wordt bijgestaan door een geestelijke (op zijn beurt een dubbelrol van Laus Steenbeeke), die de meest vermakelijke verhaspelingen heeft op adellijke aanspreekvormen zoals de “kasteelbetokkelde vrouwe”.

Mariken kiest toch voor de wagenspelmoeder en met dat bonte gezelschap doet ze eerst de Zwarte Weeuw aan. Die verschrikken ze met een spel van duiveltjes, Rattenjan wordt bevrijd en de geit van de Zwarte Weeuw gaat met de wagenspelers mee. Zo keert Mariken met haar nieuwe familie terug naar Archibald in het Waanwoud. Als slotlied klinkt het beginlied met de stokregel: “Waar begint een begin, wat is de openingszin, waar stappen we in, waar begint een kind?” en daarmee is het verhaal rond. Mariken heeft haar familie gevonden.

Mariken (Parkstad Theater, Heerlen, 16 april 2016)

Tags: ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *