David van Reybrouck in Schunck: vertelkunst en woordspelingen

DvR1

(foto: Schunck)

door Janneke Prins

Afgelopen jaren mocht Schunck in Heerlen telkens de boekenweekgeschenk-schrijver ontvangen, dit jaar was het de auteur van het boekenweekessay – David van Reybrouck. De Belgische auteur is bekend van het boek Congo. Een Geschiedenis en wie hem in 2014 al in Zomergasten zag, weet dat Van Reybrouck zijn inhoudelijke bevlogenheid met een bedachtzame spreekstijl combineert. De Vlaming wordt geïnterviewd door George Vogelaar, die een aangename, bescheiden rol inneemt in het gesprek.

Van Reybrouck strooit met vermakelijke anekdotes die gedurende de avond steeds politieker van aard worden. Zo staat aan het begin van de avond zijn essay voor de boekenweek centraal. Zink gaat over Neutraal Moresnet – het stadstaatje dat tussen 1816 en 1919 onder Vaals lag en de wandelaars onder het publiek in de filmzaal in Schunck bekend voorkomt. Tijdens het onderzoek dat Van Reybrouck deed in Kelmis november vorig jaar, ging hij naar Café des Arts om uit te vinden wat de lokale “toogkastfilosofen” zich herinneren. Hij legt uit aan het filmzaalpubliek dat hij zich bediende van de techniek van zich dommer voordoen. Interviewer Vogelaar interrumpeert met de uitleg dat dat “minoreren” heet. Het minoreren en majeureren wordt vervolgens een running gag tussen beide heren.

DvR

De stamgasten van Café des Arts in Kelmis weten bar weinig, zo blijkt. Dat het wapen dat op hun gemeentelijke vlag wappert voorheen dat van de voormalige vrijstaat was, is hen onbekend. Toch zijn er in de negentiende eeuw enkele verwoede pogingen gedaan om de inwoners eensgezindheid bij te brengen. Het Esperanto was daarvan een van de meer succesvolle pogingen. Op een gegeven moment beheerste zeven procent van de Moresnetters – waaronder tientallen mijnwerkers – deze kunstmatige wereldtaal.

Van Reybrouck verrast vervolgens door enkele regels voor te zingen van een poging tot volkslied. “Oh Altenberg, oh Altenberg, was söll sie mir gefallen“ – op de wijze van ‘oh denneboom’ (Altenberg is de voormalige Duitse naam voor Kelmis, JP).

Geleidelijk krijgt de avond een steeds politiekere invulling, waarbij Donald Trump, Aristoteles en Maurice de Hond de revue passeren. De interviewer en de geïnterviewde vallen daarbij steeds terug op Tegenverkiezingen – Van Reybrouck’s pleidooi voor invoer van een lotingssysteem. Verkiezingen zijn volgens hem een verouderd systeem om een nieuwe aristocratische elite aan de macht te helpen. Daarnaast zou Europa’s democratie volgens hem aan de intensive care liggen. Helaas maakt Van Reybrouck verder niet expliciet wat het einde van die democratie is. Hij hint wel richting Frankrijk en noemt Wilders en AfD in Duitsland. De Vlaming legt uit dat hij opiniepeilingen ook een gevaarlijk instrument vindt, want “dan zeggen mensen wat ze denken als ze niet denken.” Een lotingssyteem stimuleert een selecte groep burgers evenwel om zich te informeren over een bepaald onderwerp en vanuit die basis politieke invloed uit te oefenen.

Zink-Reybroeck

Dat verkiezingen niet werken, wil Van Reybrouck ook aantonen met zijn ervaringen in Congo. Hij meent dat de export van Westerse vorm van democratie leidt tot meer kindersterfte en meer etnische spanningen. Hij gebruikt daarbij de metafoor van “electoraal evangelisme” dat wordt aangeboden in de vorm van “een soort IKEA bouwpakket”. Van Reybrouck stelt dat als de verkiezingen niet blijken te werken, “lokale sukkelaars” de schuld krijgen van het verkeerd lezen van de gebruiksaanwijzing van dat bouwpakket.

Ook al zal niet elke bezoeker het eens zijn met het pacifistische betoog van Van Reybrouck, zijn weldoordachte uiteenzettingen en woordspelingen maken dit Boekenweekmoment in Schunck zeker tot een majeure avond.

David van Reybrouck (Schunck, Heerlen, 18 maart 2016)

Tags: ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *