Kunstenaar Gregor Wintgens: “Een enkele keer schrok ik van mijn eigen werk”

Het is voortdurend hard werken om als kunstenaar herkend en erkend te worden, weet Gregor Wintgens (42) uit Maastricht. Begin van het jaar heeft de kunstenaar de hectische Randstad verruild voor het “gezapige Zuid-Limburg”. “Dat vond ik vroeger, dat Limburg te rustig was, toen wilde ik er weg. Nu vind ik die rust heerlijk.”

Als kunstenaar Gregor Wintgens binnenwandelt, is het vooral zijn T-shirt dat om aandacht vraagt. ‘New York, fuckin’ city’, zegt de opdruk. Waarom Heerlen en Maastricht dit soort shirts niet hebben? Een vraag die deze middag onbeantwoord blijft. Wat Heerlen, Maastricht en omstreken wél hebben is een hardwerkende kunstenaar die binnenkort weer tijdens verschillende exposities te bewonderen is. Gregor Wintgens werkt in een scala aan disciplines zoals schilderen, fotografie, typografie, art direction, grafische kunst en design. Wintgens: “In mijn vrij werk gebruik ik veel graffiti- en typografische elementen. Teksten die voor de toeschouwer veelal onleesbaar zijn. Het gaat dan ook niet meer om de tekst, maar om de vorm. Verder is mijn kunst ruw en rauw en ben ik, ondanks het snelle werktempo, geobsedeerd door details.”

Wintgens groeide op in Zuid-Limburg in een kunstminnend gezin. “Mijn vader, moeder en zus gingen naar de kunstacademie. Vader studeerde fotografie, moeder mode en mijn zus keramiek aan de Rietveld Academie. Zij maakten de academie af, ik niet. Maar ik ben dan weer de enige die nog als kunstenaar actief is.” Al op jonge leeftijd tekende Wintgens veel. “Een belangrijk wapenfeit: op achtjarige leeftijd won ik een tekenwedstrijd van Kasteel Hoensbroek. Het was een wedstrijd met verschillende categorieën en ik won vijftig gulden met de tekening van een motor. Onbewust heb ik toen al geweten: dit is het! Mijn verdere leven ben ik veel blijven tekenen en creatief bezig geweest. Toch is mijn leven tot nu toe een soort zoektocht geweest naar steeds weer nieuwe uitdagingen. Vooral in mijn laatste werk is te zien wie ik als kunstenaar ben. En toch ontwikkelt mijn werk zich ook nu nog steeds meer en meer.”

Omdat zijn vader drumde, wilde de jonge Gregor ook wel iets doen met muziek. “Popster worden leek me wel heel stoer. Dus op mijn twaalfde ging ik naar de muziekschool om saxofoon te leren spelen. Maar de solfège die bij de muziekopleiding hoorde, vond ik helemaal niets. Rond mijn vijftiende begon ik serieus te fotograferen. Ik schafte met hulp van mijn ouders goede apparatuur aan en ging na twee jaar fotografiecursus naar de foto-opleiding aan de kunstacademie in Genk.” Na een tijd maakte Wintgens de switch naar de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag. “Maar ik was erg onrustig, wilde meteen aan de slag, misschien was ik nog te jong voor deze opleiding.” De studie werd vervolgd aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. “Ik maakte documentaire-achtige dingen met name audiovisueel. Ook werd er veel getekend en geschilderd, iets wat ik al die tijd was blijven doen. Toch bleek ik in al die studiejaren helaas niet op mijn plek te zijn. Ik had een te druk sociaal leven en werd te weinig gegrepen door de opleiding en de docenten. Ik denk nu dat er in Nederland te veel kunstacademies zijn met te weinig echt goede docenten. In Duitsland bijvoorbeeld was en is dat heel anders; daar hebben ze een beperkt aantal academies, waar docenten lesgeven die het zelf als kunstenaar echt hebben gemaakt.”

Uiteindelijk stopte Wintgens met de studies. “Maar alles wat ik in die vier jaar geleerd had, nam ik als bagage mee en mijn ontwikkeling ging door. Ik was altijd al geïnteresseerd in graffiti en popart. Erg veel indruk maakte het werk van Ashley Bickerton op mij; door zijn werk leerde ik nieuwe mogelijkheden kennen en leerde ik vanuit een concept denken. Ik beschikte op een gegeven moment over een portfolio waar alles in zat, want ik deed altijd alles door elkaar. Tekenen, fotografie, schilderen, ruimtelijk werk. Wel vind ik dat je je als veelzijdig kunstenaar moet focussen. Je herkenbaarheid als kunstenaar is namelijk heel belangrijk. Picasso deed ook van alles, toch kennen we hem vooral van zijn schilderijen. Mijn stijl wordt tegenwoordig steeds meer herkend. Al die jaren is mijn vaak rauwe, maar ook humoristische kijk op dingen de rode draad geweest in al mijn werk.”

Na een aantal jaren allerlei baantjes te hebben gehad, trok Wintgens eind jaren negentig voor het eerst met zijn tekeningen naar galeries, tijdschriften en reclamebureaus. “Een van mijn tekeningen werd voor 750 gulden in een tijdschrift geplaatst. Er ging een wereld voor me open dat dit kon met mijn werk. Het was ook mijn eerste kennismaking met de commerciële wereld. In 2000-2001 ben ik een fulltime opleiding van een jaar gaan volgen aan de Hallo©academie voor toegepaste creativiteit in Amsterdam die is opgezet door een aantal grote reclamebureaus. Mijn stage tijdens die opleiding heb ik gelopen bij het bureau KesselsKramer met Erik Kessels himself als mentor. Later heb ik ook nog freelance gewerkt voor KesselsKramer. Zo rolde ik dus de reclamewereld in, waar ik al mijn ervaring met fotografie, tekenen en conceptueel denken kon inzetten.”

Nu, ruim tien jaar verder, volgt Wintgens twee sporen: zijn autonome werk en het commerciële werk. “Ik heb in de afgelopen jaren heel veel leuk werk gedaan op commercieel gebied. Ik heb als freelance art director onder de naam BIRDcreatives gewerkt voor uiteenlopende opdrachtgevers: van reclamebureau tot kledingmerk. Bij Laboratorium in Amsterdam heb ik samengewerkt met creatief directeur Krijn van Noordwijk, inmiddels ook een bekend fotograaf, op een heel spannende plek in Amsterdam, een oude graansilo. We deden hele leuke klussen voor onder andere Roosvicee en Dommelsch.”

Uiteindelijk werkte Wintgens als creatief directeur art bij TMP Worldwide Nederland, een groot bureau voor arbeidsmarktcommunicatie. “Een hele uitdaging, ook de meest leerzame tijd. Ik zat met de beslissers om de tafel, maar ik moest ook leiding geven en daar had ik geen enkele ervaring mee. Veel politiek, grote ego’s, weken van zestig tot zeventig uur. Het verdiende heel goed, maar ik kwam niet meer toe aan mijn vrije werk. In al die jaren heb ik daarnaast ook nog een aantal malen workshops en trainingen conceptontwikkeling en co-creatie mogen verzorgen bij Meneer de Leeuw, een bureau vlak boven Amsterdam dat zich in netwerkachtige constructies focust op onder meer duurzame ontwikkeling. Dat vond ik heel bijzonder en ook echt anders dan het reclamewerk. Maar zoals gezegd, ik kwam niet meer toe aan mijn eigen werk. En daar had ik last van. Ik moet mijn eigen autonome werk kunnen blijven doen.”

Eind 2009 stopte Wintgens als artdirector en creatief directeur. “Opnieuw maakte ik de keuze meer tijd te gaan besteden aan mijn eigen autonome werk. Twee jaar lang had ik geen baan nodig, ik leefde van het geld dat ik in de reclamewereld had verdiend. Ik organiseerde mijn eigen exposities en de respons was goed. Deze periode was een constant leerproces, waarin ik vooral heb geleerd dat er niets gaat boven persoonlijk contact. Je kunt nog zo veel uitnodigingen versturen voor een expositie, het beste is om actief aan je netwerk te bouwen.”

Corruption (Gregor Wintgens)

In maart van dit jaar verliet Wintgens de Randstad en kwam terug naar Maastricht. “Amsterdam is in de loop van de jaren veranderd, de sfeer is er heel erg veranderd, de stad is niet meer zo rauw als voorheen. En dat is juist waar ik van houd, dat gevaarlijke, iets wat niet af is, dat nog heel veel mogelijkheden biedt. Maastricht daarentegen vind ik nog steeds truttig, maar ik geniet nu van de rust, de ruimte en de natuur. In Amsterdam woonde ik bij het Vondelpark. Heel mooi, maar bij de eerste zomerse dag veranderde het park in een festivalterrein. Nee, dan deze omgeving. Wandel bijvoorbeeld maar eens van Geleen naar Sittard, dan zie je heel veel Bob Ross taferelen. Door die rust kan ik me meer focussen op mijn werk.”

Zoals op zijn autonoom werk, waarvoor Wintgens put uit verschillende inspiratiebronnen. “De Amerikaanse popcultuur is altijd al een belangrijke inspiratiebron geweest. De invloed van tv, muziek, films en andere elementen uit de populaire cultuur verwerk ik met soms expliciete, soms verborgen boodschappen in mijn werk. Mijn werk gaat over mijn persoonlijke ervaringen, gevoelens, meningen, opvattingen, politiek, zaken die in de wereld gebeuren. Soms is dat heel herkenbaar, soms minder. Soms provoceer ik heel bewust zoals met mijn Chainsaw Massacre Trauma Indicator. Deze met zacht teddystof omkleedde kettingzaagvorm op ware grootte heb ik destijds gemaakt als een reactie op de ontvoering en moord in Engeland van een tweejarige peuter door twee jongens van tien jaar. Met de Chainsaw zouden kinderen als het ware hun trauma’s hierover kunnen verwerken. Ik heb die kettingzaag enkele malen kunnen verkopen. Erik Kessels is een van die kopers. Een enkele keer schrok ik van mijn eigen werk. De SM-kinderstoel die ik ooit heb gemaakt als commentaar op kindermisbruik, vond ik zo heftig dat ik het werk zelf weer vernietigd heb. Het staat gelukkig wel nog op dia. Zo reageer ik met mijn onlangs gemaakte serie Cult Celebrities op de idiote massale verering van cultfiguren zoals de tv-babes. Cult Celebrities is op een bepaalde manier dus ook een statement. In mijn werk zit bijna altijd tekst, typografie, vaak bijna graffiti-achtig. De laatste tijd wordt dat steeds abstracter, niet meer tekst maar vorm. Een zoektocht op mijn manier, ook naar esthetiek.”

Een enkele keer kon Wintgens zijn kritische en autonome beeldtaal goed koppelen met een reclameboodschap. “Voor Cordaid/Mensen in Nood heb ik een keer een makelaarsadvertentie gemaakt waarbij kapotgeschoten of onder water gelopen huizen in makelaarstaal werden aangeprezen. Trouw heeft die advertentie een keer gratis op de achterpagina van de zaterdageditie geplaatst. Het Concertgebouw heeft die advertentie toen ook gratis in hun jaarprogrammaboek geplaatst. Voor mij heeft dat in 2005 een nominatie opgeleverd voor een Lamp, de jaarlijkse prijs van de Art Directors Club Nederland. Dat zijn dan weer heel bijzondere ervaringen.”

Naast zijn autonoom werk blijft toch ook de commerciële wereld aan hem trekken. In zijn nieuwe plan om creatieve trainingen te gaan geven, komen beide werelden bij elkaar. “Vanaf september ga ik trainingen en workshops aanbieden voor bedrijven, instellingen, organisaties om hen in korte tijd aan de hand van beelden zelf te laten ontdekken hoe ze bepaalde vraagstukken kunnen oppakken, hoe ze daar richting aan kunnen geven. Het beeld is immers vaak sterker dan het woord. Beklijft ook meer. Maar ook wil ik graag ondersteunen bij het ontwikkelen van creatieve concepten en beeldcommunicatie.”

Zijn autonome werk heeft Wintgens na zijn terugkeer in Limburg al meerdere keren kunnen exposeren. Stijn Huijts nodigde hem uit voor de groepsexpositie in het SCHUNCK* museumpaviljoen ‘Newseum’ tijdens Pinkpop op het festivalterrein in Landgraaf. In datzelfde weekend was het werk van Wintgens te zien bij Peer Gallery in Maastricht en in de Timmerfabriek tijdens Kunsttour Maastricht. Eind augustus en begin september staan er ook weer twee exposities op het programma.

Gregor Wintgens (recent werk, Galerie Artego, Valkenburg aan de Geul, 26 augustus t/m 16 september 2012)

Meer: The Art of Gregor Wintgens

tekst: Sandra Israel  / foto’s: Ziggy Beckers

    Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Geef dit als tip aan je Hyves-vrienden Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je MySpace-vrienden Deel met je LinkedIn-contacten

    Tags:

    3 comments

    1. Stijn Huijts

      Sinds 2006 bestaat er al een T-shirt “Heerlen F*cking City”. Een initiatief van de Stichting Ongevraagd Advies

    2. Dan is die vraag met bovenstaand bericht toch nog snel beantwoord. Bedankt!

    3. Waar kan ik dat shirt krijgen?

    Leave a comment