
Christie Arends uit Rotterdam is de nieuwe artistiek directeur van cultuurpaleis Schunck* in Heerlen. Een verrassende keuze. Niet in minst voor haarzelf. “Ik las de vacature en dacht yésss, daar ga ik op solliciteren, maar heel even dacht ik nog dat ik weinig kans zou maken omdat ik vermoedde dat men iemand uit Limburg zou kiezen”. Christie Arends woonde tot haar twintigste op het platteland van het stadje Huissen in Gelderland, kind uit een ondernemersgezin.
“Ik kom niet uit een kunstzinnig gezin. Mijn ouders hadden een kwekerij. Toch gingen we vaak naar culturele plekken, naar musea en de schouwburg. Als kind was ik altijd ontzettend nieuwsgierig naar wat zich achter de coulissen afspeelde. Op de middelbare school kwam ik tot de ontdekking dat ik geschiedenis een fantastisch vak vond: waarom is iets nù zoals het is, gezien vanuit het verleden. Daar zit altijd een reden achter. Niets is zomaar geworden wat het is. Dat is ook mijn manier van hoe ik kijk naar de samenleving. De fascinatie over wat is nou de maatschappelijke context van iets en waarom gebeurt iets zoals het gebeurt.”

De vele tussenstops die Arends (1970) maakte tussen Huissen en Heerlen is een aaneenrijging van haar voorliefde voor kunst. Ze werkte bij Museum Boijmans van Beuningen en het Museum voor Moderne Kunst Arnhem. “Voor mij is kunst iets dat, los van het plezier wat ik er aan beleef, aanleiding is om dingen opnieuw te herzien. Er zijn weinig zaken in het leven die me zo raken als kunst en cultuur. In positieve maar ook in negatieve zin, door erover na te denken, omdat het shockeert, omdat kunst me telkens weer bij de les houdt. Het geeft me inspiratie.” Een leven zonder kunst kan de voormalige studente kunstgeschiedenis zich dan ook niet voorstellen. “Van de zomer was ik op de dOCUMENTA in Kassel. Ik heb daar een aantal werken gezien die me tot tranen toe roerden en me tegelijkertijd in lachen deden uitbarsten.”
Een van de belangrijkste haltes in het kunstleven van Christie Arends was het Zeeuws Museum in Middelburg. Hier kreeg ze de mogelijkheid beeldende kunst, vormgeving, mode en cultureel erfgoed te laten samenvloeien. De ervaring om met meerdere kunstuitingen te werken komt goed van pas bij Schunck*. Arends zegt gefascineerd te zijn door het meerlagige karakter van het gebouw dat door Stijn Huijts ooit tot ‘newseum’ werd omgedoopt. In het pand zijn een tentoonstellingsruimte, bibliotheek, muziekschool en filmhuis gevestigd.
“Die interdisciplinariteit sluit goed aan bij mij eigen manier van programmeren in het verleden. Er zijn ook kunstenaars die werken vanuit de samengevoegde optiek die Schunck* heeft. In het Zeeuws Museum heb ik bijvoorbeeld gewerkt met Henrik Vibskov. Zo iemand zou je ook hier kunnen uitnodigen. Hij is niet alleen beeldend kunstenaar, maar ook een van de meest booming modeontwerpers en drummer bij Trentemøller. Je moet het ook niet te letterlijk nemen, zo van ga eens iets met Heerlen doen, maar het is wel logisch dat het op deze plek plaatsvindt, omdat hij zo goed past bij de interdisciplinaire organisatie. Wat dacht je van Trentemøller op Pinkpop als afsluitende act? Hij sluit al vier jaar het Roskildefestival af!”

Heerlen beleeft niet alleen een Culture Lente. Op de middag van het interview is de stad in de greep van een heuse hittegolf. Veel tijd om te genieten van het uitzicht op de terrassen van het Pancratiusplein en het mooie weer is er niet bij. Al was het maar omdat de ramen van Arends’ kantoor op de vierde verdieping geblindeerd zijn tegen de warmte van de felle zon. Terwijl ze de afgelopen weken kennismakingsgesprekken voerde met diverse collega’s, besteedde ze de tijd om de identiteit van de stad, de geschiedenis en huidige ontwikkelingen te bestuderen. “Dat is voor mij ook een van de redenen geweest om te solliciteren. Omdat het in sociologisch, maatschappelijk en historisch opzicht zo’n buitengewoon bijzondere plek is. Heerlen was een van de rijkste steden van Nederland, vervolgens kwam de neergang en binnen no time werd het een van de meest desastreuze steden van Nederland met een megadrugsprobleem en enorme sociale vraagstukken. Ik denk dat Heerlen sociaal gezien uitdagend is. Schunck kan daarin een grote rol spelen. Niet zozeer dat we de sociale problemen van Heerlen willen oplossen maar we willen ze wel onderzoeken en ze ook laten zien. Maar we willen ook de trots laten zien, de kracht en de pracht van de historie, het heden en de toekomst.”
Sinds enkele weken woont de Rotterdamse in Heerlen. Tussen het op en neer pendelen om “nog wat spulletjes op te halen” maakte ze langzaam maar zeker kennis met de stad en haar inwoners. “Ik vind de mentaliteit van de Heerlenaren leuk. Ik merk dat ik welkom wordt ontvangen door mensen die open en vriendelijk zijn. Maar ik vind het niet allemaal even mooi hier. Volgens mij zijn er wel wat hiccups geweest met de stadsplanologie de afgelopen twintig jaar. Er is veel lelijks in de plaats gekomen voor wat er is afgebroken. Wat ik jammer vind is dat er zo weinig gebeurt met leegstand, terwijl je er zoveel interessante dingen mee kunt doen, vooral vanuit de kunst gedacht: atelierruimtes, artists-in-residence (gastateliers). Omdat je hier een gebrek hebt aan een grote kunstenaarsgemeenschap die zich van onderaf kan ontwikkelen, mits het wordt gefaciliteerd door de gemeente, mis ik ook de slagkracht om dat gewoon te gaan doen. Ik denk dat Schunck* daarin een rol kan spelen. Ik zou het geweldig vinden om kunstenaars uit te nodigen om hier een aantal maanden te wonen en te werken waarvan de resultaten te zien zijn in Schunck* of op andere plekken in de stad. Dat je mensen laat werken met de mijngeschiedenis. Dat is toch waar jullie met ZwartGoud ook aan refereren neem ik aan.”

Stijn Huijts, tegenwoordig artistiek directeur van het Bonnefantenmuseum in Maastricht, zette Schunck* nationaal en internationaal op de kaart met spraakmakende tentoonstellingen. Urban art werd in Heerlen een van de peilers waaromheen veel kunstuitingen werden gemaakt. Arends beseft dat er een enorme uitdaging op haar pad ligt. Toch is ze van plan de lijn van haar voorganger voort te zetten. Zelfverzekerd: “Er zullen wel wat nuanceringen zijn. Street art wordt bij mij meer een onderdeel van de programmering en iets minder een focuspunt. Wat voor mij belangrijk is, is dat deze plek een weergave moet zijn van de identiteit van Heerlen. Zo heb ik in het verleden ook geprogrammeerd. Schunck* is een onderzoeksinstituut wat dat betreft: wat maakt deze plek nou wat het is, hoe verhoudt zich dat tot Schunck*, tot onze collectie en de dingen die we doen? Het gerelateerd zijn aan het Heerlense wil niet zeggen dat ik alleen maar met Heerlense kunstenaars ga werken. Je kunt het ook vanuit een nationale en internationale optiek bekijken.”
Wanneer de interviewer haar betoog probeert samen te vatten met de term onderzoekskunst, reageert Arends resoluut. “Mij gaat het erom om te ontdekken of de vraag naar identiteit nog relevant is, of er nog een weg terug is naar ‘mijn lokale identiteit’ en of die identiteit überhaupt bestaat in relatie tot de huidige politieke ontwikkelingen. Ik geloof niet in kunst waar niemand iets mee kan omdat het introvert is.” Arends merkt dat haar gesprekspartner niet helemaal overtuigd is. “Het is belangrijk om mensen te zoeken die dit aankunnen, omdat het niet zozeer een concept is dat ik wil maar een vraag die ik stel aan kunstenaars om daar iets mee te gaan doen. Het is een van mijn wensen om te werken met Hadassah Emmerich. Zij is iemand die deze vraag mede kan onderzoeken, omdat haar werk relevant is binnen die context. De kwaliteit van de kunst staat bij mij heel hoog in het vaandel”.
Dat Arends’ voorganger Stijn Huijts een moeizame relatie onderhield met de gemeente Heerlen, de voornaamste subsidieverstrekker, is een publiek geheim. In een gesprek met ZwartGoud valt tussen de regels door te lezen dat hij aan de beleidsmedewerkers telkens tekst en uitleg moest geven over het hoe en waarom van een tentoonstelling. Wanneer de interviewer haar hiermee confronteert draait ze niet lang om de hete brij heen: “Ik heb geen artistieke opdracht van de gemeente. Misschien moet ik me ook wel ooit artistiek verantwoorden aan de gemeente, maar dat ben ik eigenlijk niet van plan. Ik zit hier bovendien niet om mijn eigen visitekaartje af te geven. Mijn visitekaartje is voor een deel die maatschappelijk gerelateerde problematiek. Ik programmeer vanuit de gedachte, en dat klinkt misschien stichtelijk, dat je een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebt. Schunck* is immers een maatschappelijke instelling, het is van het volk.”
Tekst: Harry Prenger
Foto’s: Jeff Jaspar
Tags: Christie Arends, SCHUNCK*, Stijn Huijts, urban art




Een paar dagen geleden heb ik in kleinere kring mijn commentaar verspreid op een fragment uit dit interview met Christie Arends. Ik heb haar uitspraak daarin een valse start genoemd.
Christie Arends: Niet van plan om zich artistiek te verantwoorden aan de gemeente, UIT INTERVIEW met Christie Arends (Zwart Goud): “Misschien moet ik me ook wel ooit artistiek verantwoorden aan de gemeente, maar dat ben ik eigenlijk niet van plan. Ik zit hier bovendien niet om mijn eigen visitekaartje af te geven. Mijn visitekaartje is voor een deel die maatschappelijk gerelateerde problematiek. Ik programmeer vanuit de gedachte, en dat klinkt misschien stichtelijk, dat je een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebt. Schunck* is immers een maatschappelijke instelling, het is van het volk.”
Richting gemeente is dit een behoorlijk valse start. De suggestie dat Schunck* een maatschappelijke verantwoordelijkheid zou kennen die, nog los van de subsidierelatie met de gemeente, een andere zou zijn dan de gemeentelijke verantwoordelijkheid, is een forse ontkenning van die laatste. Vanuit die houding zal het een klus worden om bestuur en raad te overtuigen om Schunck* als gemeentelijke “dienst” om te bouwen tot een onafhankelijke instelling.
Wat ik daar mee bedoelde was: kijk, dat artistiek verantwoorden, m.a.w. ieder zijn eigen vak, dat begrijp ik, maar je afsluiten, stellen dat je verbindingen niet nodig hebt, dat je niet hoeft samen te werken omdat je eigen vak zo verheven is, dat is vragen om problemen. Je blijft bij je vak, je spreekt heldere taal en je doet dat met je omgeving. Artsen die in je aanwezigheid Latijn spreken, prelaten die de heer in diezelfde taal verheerlijken, die tijd is voorbij.
Toen ik zondagmiddag 26/08 in Wijlre bij de opening was van de eerste Bonnefanten Hedge House foundation van “A Battle For Narrative” (naar het werk Composing A Battle For Narrative (2011) van Jesse Ash – London 1977) werd ik verder gesterkt in mijn eerste reactie. De kracht van de tentoonstelling zit op de eerste plaats in het verbinden van verschillende collecties en op de tweede plaats in de thematiek, het gevecht, de “Battle”, om de aansluiting tussen kunst en de samenleving.
Voor Christie Arends, veel succes, met je vak, met de mensen van Heerlen, met de stad, met het bestuur, met de raad en met de organisaties in buiten- en binnenland en … met de verzelfstandiging.
Lex Smeets
Heerlen, 27 augustus 2012
Lekkere collegiaal van dhr. Smeets. Kun je haar dat niet face to face zeggen i.p.v. via deze website? Zegt ook het een en ander over hem zelf niet?
Die valse start die heeft ze nu alleen te danken aan hem. Misschien omdat hij haar niet eens een goede start gunt.
zuurpruim.nl
Hallo zuurpruim, wat je mij adviseert geldt blijkbaar niet voor jou, of is dat misschien de bedoeling van deze rubriek?
Ik wens ook jou oprecht het allerbeste toe.