
De blauwe lucht steekt af tegen haar witgrijze haar. Een vlaagje wind probeert het ouderwets opgestoken kapsel op te waaien en peutert enkele plukken los. Geroutineerd, maar precies en liefdevol, opent het vrouwtje de ijzeren deurtjes van het kapelletje. Terwijl de Heiligenbeeldjes haar gadeslaan controleert ze of de kaarsjes nog branden. Twee keer per dag verzorgt het vrome vrouwtje dit huisje van Maria. Een taak die ze, haar moeder opvolgend, al 33 jaar volhoudt. Op steenworp afstand ligt de watertoren van Rimburg. “Menig Duitser en Amerikaan hebben zich hier schuilgehouden,” vertelt ze over de Maria kapel. Vervolgens wijst ze richting bosstrook. “En de watertoren, daar hadden ze hun barakken.”
Plek van geschiedenis, rijksmonument. Een gebouw dat echter ook wordt aangepast aan de huidige tijd. Naar toeristisch uitkijkpunt, met terras en educatiecentrum. Die nieuwe functie leverde het gebouw een metalen aanhangsel op. Want bezoekers hebben een trap nodig en een balkon om op uit te kijken. Het driehoekig bouwsel transformeert de watertoren bijna tot theepot, met een beetje fantasie. Met de driehoek als handvat en het balkon als tuit. In de verte staan de stofzuigers aan. Enkele wolken laten zich als het ware meezuigen door het rijtje windmolens dat de grens met Duitsland markeert. De wieken van deze moderne energieopwekkers staan samen met de watertoren in schril contrast met hun landelijke omgeving. De windmolens vanwege hun afwijkende vorm en kleur en de watertoren door zijn vreemdsoortige uitsteeksel. Het veroorzaakt een soort disharmonie en tegelijkertijd zijn het interessante elementen tussen bos- en landbouwgrond.

De watertoren als stukje verleden, verzamelaar van water, aangevuld met nieuwerwetse elementen. De moderne windmolens gebruikmakend van een oerkracht, de wind. Beide functioneel en in essentie gebruik makend van de natuur, al krijgt die eerste een nieuwe missie toebedeeld.
Als een commandant staat de watertoren fier tussen het omringende bos, waar de bomen soldaatje spelen. Voor het gebouw ligt een flinke lap landbouwgrond met een breed stoffig pad ertussen. Door kiezels en langs prikkeldraad kan de wandelaar zich richting toren bewegen. Het gebouw staat omheind door hekken en puin, net niet meer in de steigers, terwijl het transformeert van monument tot ontmoetingsplek en uitkijktoren. Het ding heeft een interessante geometrische vorm die afsteekt tegen de groene omgeving. Witte lijnen wijzen de lucht in, vergezeld door kleine donkere ramen. De oude watertoren is voorzien van een moderne ijzeren trap, waarvan het ijzer terugherkend wordt in het kruis langs het zwarte bassin onderaan de toren. Een afgebrokkeld bouwsel dat zich verloren lijkt te voelen tussen al die opgeknapte elementen.
Origineel herbergt het gebouw, dat stamt uit 1923, een waterreservoir van tweehonderd vierkante meter, dat bedoeld was voor de naburige steenkolenmijn Laura en Vereeniging. Maar binnen afzienbare tijd zal de watertoren van reservoir en landschapselement verworden tot verzamelpunt voor wandelaars. Waar ze dan een kop koffie kunnen drinken en over de omgeving uitkijken. Verscholen in het bos met hun verrekijkers. Waar ze in de gaten kunnen houden of er nergens soldaten naderen. Of de natuur bewonderen in al zijn schoonheid, dat kan uiteraard ook.
Irene van Wesel
Tags: Rimburg, watertoren



