Gebrookerbos: begin klein en gok niet op één einduitkomst

Je hoort het de mensen in de filmzaal van SCHUNCK* bijna denken: hoe kan een Gronings ontwerpbureau plannen en ideeën ontwikkelen voor het gebied tussen Kasteel Hoensbroek en de Brunssummerheide? Juist dat gaat Jeroen de Willigen, stedenbouwkundige en algemeen directeur van ontwerpbureau de Zwarte Hond deze avond proberen uit te leggen. Hij neemt de Ruby Tuesday lezing van dinsdag 3 juli in SCHUNK* voor zijn rekening.

Want de werkwijze van de Zwarte Hond kan overal ter wereld worden toegepast, legt de Willigen uit. “Dat er krimp is, interesseert met niet zo,” begint hij de lezing, “als stedenbouwkundige moet je leren anders te denken, ga uit van het plaatselijke beleid en de activiteiten die er al zijn.” Met heel veel woorden en beeldmateriaal zet de Willigen zijn lezing kracht bij. Zo’n veertig toehoorders laten de vele woorden en beelden over zich heen komen. Een enkeling schrijft vlijtig mee.

Leidraad in het verhaal is het gebied tussen Kasteel Hoensbroek en de Brunssummerheide. De Gemeente Heerlen is met verschillende partijen, waaronder de Provincie Limburg en Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Landelijk Gebied en het Waterschap bezig om een nieuwe invulling te geven aan het gebied. Gemeente Heerlen heeft de stedenbouwkundigen van de Zwarte Hond de opdracht gegeven te bedenken hoe men het gebied een sociale en economische impuls zou kunnen geven.

De Willigen: “Dat leidde tot gesprekken met bewoners en gebruikers van het gebied. We hebben onder andere mensen gesproken die er werken, die er regelmatig passeren, mijn collega is veel op de fiets door het gebied getrokken. Vandaag hebben we koffie gedronken in het restaurant van Kasteel Hoensbroek. Dan kom je er achter dat het kasteel op zich heel mooi is en dat het er ook best druk is. Maar het staat op zichzelf, er zijn geen verbindingen met wat er zo allemaal gebeurt in de omgeving.”

Het advies, begin vooral klein, ontwikkel iets, waarvan je zeker weet dat het kan groeien, zorg dat er verschillende paden zijn om tot je doel te komen en gok niet op één einduitkomst. Als voorbeeld noemt de Willigen een project in Leipzig. Daar ligt de Wilhelm-Leuschner-Platz, één van de weinige open plekken van het centrum en één van de laatste toplocaties van de stad. Ondanks alle pogingen, heeft het gebied zich niet succesvol ontwikkeld. “Met de bouw van een tijdelijke kas, een markthal op de fundamenten van een historische markthal, is een nieuwe strategie gestart die uiteindelijk succesvol bleek te zijn. De plek breidde zich uit en er werden nieuwe initiatieven toegevoegd. Meer mensen gingen de plek gebruiken.”

Het vooruitzicht en de verwachting is dat door vergrijzing en krimp in de toekomst in Parkstad vele woningen leeg komen te staan. Het plan laat zien, dat die ruimte kan worden opgevuld door bijvoorbeeld nieuwe landbouw, denk aan bosbouw, maar ook aan stadslandbouw en de teelt van streekeigen producten. Dat kan volgens bureau de Zwarte Hond ook de toekomst zijn voor het gebied tussen het kasteel en de heide. En daar ligt volgens de toehoorders nu ook net het knelpunt. Want wie gaat deze initiatieven faciliteren? De gemeente? De eigen beurs? De Willigen geeft aan dat de gemeente het een en ander moet faciliteren. “Maar een groot deel van de verantwoordelijkheid ligt ook bij de gebruikers.”

Een van de aanwezigen heeft daar een goed voorbeeld van. “Als boer werk ik veel in het gebied bij de Koumen in Hoensbroek. Bij het hooien kom ik heel veel afval tegen en dat ruim ik op. Niet omdat iemand me dat gevraagd heeft of omdat ik er voor betaald word, maar gewoon omdat ik wil dat die wandelpaden er netjes uit zien. Soms denk ik, ik roep alle wandelaars op, die gebruik maken van deze wandelpaden om mij een dag te helpen. Gewoon een dag in het jaar samen opruimen.” Het plan oogst bijval in de vorm van applaus. Een mooie afsluiting van een lezing die merkbaar meer vragen opriep dan beantwoordde. Om over de kritiek op de naam Gebrookerbos nog maar te zwijgen.

Tekst: Sandra Israel
Foto (boven): Ziggy Beckers

    Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Geef dit als tip aan je Hyves-vrienden Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je MySpace-vrienden Deel met je LinkedIn-contacten

    Tags: , , ,

    One comment

    1. De aanpak voor het gebied tussen kasteel Hoensbroek en de Brunssemmerheide behelst veel meer dan in dit artikel beschreven. Gebrookerbos is een methode om met name lege plekken en gebouwen die al dan niet door krimp zijn ontstaan een nieuwe functie te geven. Deze nieuwe functie moet zich zelf kunnen financieren al dan niet met een duwtje van de overheid, de functie mag echter geen hypotheek op de toekomst leggen. Door het toevoegen van deze nieuwe functies zal de leefbaarheid van het gebied toenemen en wordt verpaupering voorkomen. De nieuwe functies kunnen ook gebruik maken van social return on investment en zodoende ook bijdragen aan de verbetering van de participatie in het gebied.
      Deze methode om ruimte met creatief ondernemerschap duurzaam en economisch in te richten, passen we voor het eerst toe in Heerlen-Noord. Samen met ondernemers en bewoners gaan we het afwisselende landschap in dit deel van de stad opnieuw vormgeven en bewerken. Met creatieve en innovatieve ideeën, verrassende concepten en nieuwe perspectieven voor zowel bestaande als nieuwe ruimte die vrijkomt door bijvoorbeeld sloop van woningen. Het hele gebied als één groot ‘ruimtelab’: het ‘ruimtelab Gebrookerbos’. Uiteenlopende manieren van creatief ondernemen moeten hierin leiden tot bedrijvigheid, werkgelegenheid én een aantrekkelijke, leefbare ruimte tussen de buurten en wijken.
      De methode ‘Gebrookerbos’ combineert ruimte met creatief ondernemerschap, duurzame ontwikkeling en economische groei. Toch krijgt het hele gebied tussen de Geleenbeek en Kasteel Hoensbroek tot aan de Brunssummerheide een groen karakter. Niet als één groot bos of park, maar als een gevarieerd stadslandschap waarin een veelheid aan functies voor levendigheid, bedrijvigheid en een kostenneutrale exploitatie gaat zorgen.
      De vernieuwende en creatieve inzichten zijn straks terug te vinden in innovatieve landbouwtechnieken en de ontwikkeling van duurzame -selfsupporting- energie vrijwel midden in de stad, maar ook bijvoorbeeld in experimentele woonvormen aan het water in een voormalige zandgroeve, moderne recreatiegebieden en een nieuwe, verrassende manier om cultuur en historie weer te geven in de openbare ruimte. Een nieuw landschap dat er niet alleen mooi bij ligt maar gebruikt, beleefd en als zodanig gewaardeerd wordt.
      Rijst de vraag wat er moet gebeuren om dit stadslandschap in Heerlen-Noord te realiseren? Eigenlijk helemaal niet zo veel, omdat de belangrijkste bouwstenen voor de transformatie in het huidige landschap opgesloten liggen: het vele groen, de heide en groeven, de sporen uit het mijnverleden zoals het Mijnspoor en de beschermde mijnkolonieën, en publiekstrekkers zoals Kasteel Hoensbroek, zijn er al. Niet het vormen van iets nieuws op een lege plek maar het omvormen van een bestaande plek tot iets nieuws is dan ook de belangrijkste basisregel waarmee we in het ‘ruimtelab Gebrookerbos’ aan de slag gaan. Hiervoor zijn naast enkele precieze ingrepen om van het huidige versnipperde landschap één geheel te maken, vooral creativiteit, ondernemerschap én lef nodig om de ruimte met alternatieve methoden en functies in te vullen.
      Dit is de zoektocht die nu gestart gaat worden. Op kleine schaal wordt al geexperimenteerd, zoals op het Aldenhofpark: In het hart van de LTS-buurt in De Dem wordt in 2014 het Aldenhofpark met een Brede Maatschappelijke Voorziening gerealiseerd. De combinatie van het park en de BMV zorgt ervoor dat er midden in een toch drukke woonwijk een mooie, groene plek komt waar veel aandacht is voor natuur, gezondheid, ontmoeting en duurzaamheid. Maar ja, 2014 is nog ver weg! Samen met ondernemers en bewoners is daarom ‘Tussen’land in het leven geroepen dat in ‘De Tussentijd 2012-2014’ ruimte biedt voor een kleurige bloemenpluktuin, een open ontmoetingsplek, een kruidenkweektuin en nog veel meer. Het groen krijgt zo alvast een plek in de wijk, terwijl de locatie beetje bij beetje uitgroeit tot de ontmoetingsplek die het straks wil zijn.

    Leave a comment