
Langs het voorportaal hoor je hem duidelijk fluiten. Een oorverdovend hoog piepgeluid. Vrolijke en trieste uithalen wisselen elkaar af en vormen hun eigen melodie. De koude, voorbij snellende lucht is zelfs voelbaar. Hij heeft alles meegenomen. De wind. Er zijn geen bewoners meer. Een flat zonder meubels. Kale muren en koude kamers. Hier en daar galmt een verdwaalde stem. Maar waar alles verdwijnt, is plek voor nieuwe dingen. Kunst. En kleur. Beelden die de ziel van het voorheen saaie flatgebouw blootleggen. Creatievelingen die het bouwwerk aanvoelen en tegelijkertijd hun eigen verbeelding vrije hand geven.

Een paspop in trouwjurk verwelkomt de bezoekers beneden in de hal. Haar verschijning siert de metalen platen op de achtergrond, terwijl twee vierkante lampen de randen van haar jurk zachtjes oplichten. De ijsprinses met haar wijd uitwaaiende jurk lijkt aangedaan door de wind en dekt zich toe met een doorzichtig gekrulde doek. Haar mengelmoes van glitter en natuur wijst de weg naar een rammelende oude lift richting tiende verdieping.

Na een ritje door de schacht openen de deuren helemaal bovenin het flatgebouw waar een grote spin de wacht houdt. Haar vrouwelijke gezicht en hakkenschoenen laten zien dat ze een pittige tante is. Voorzichtig langslopen dus naar nummer 249. Daar tekenen een drietal mannen in zilveren pakken met zwarte stiften op de kale muren van een verlaten woning. Van heel precies, tot dikke strepen. En met een snelheid waar je U tegen zegt. In een hoekje is stiekem een kleine, oude poster van ex-bewoners blijven hangen met een Arabische tekst.

Op de wand in de voorkamer trekt een grapje over krimp de aandacht. De tekening laat zien hoe een kabouter langer wordt gemaakt door hem eens flink uit te rekken. Krimp. Het gebouw wordt niet gesloopt vanwege dit fenomeen, maar valt er wel mooi mee samen. Komend jaar raast er namelijk geen wind meer langs deze flat, want dan heeft hij de vrije loop over een braakliggend stuk grond. Zonder instrument zal de lucht ook weinig muziek meer maken. Echter niet zonder een laatste tocht door het hart van dit gebouw. Althans, dat is de planning. Voordat het tijd is om te slopen wordt er een gat in het gebouw gemaakt dat schuin van boven naar beneden loopt door alle verdiepingen. Een nieuw instrument voor de wind om mee te spelen en een ander perspectief door het gebouw.

Een flat vol kunst. Op elke etage wacht een nieuwe verrassing. Soms verstopt aan de uiteinden van de galerij bij de noodtrap. Subtiel aanwezig met zachte kleuren in het trappenhuis of juist pontificaal in beeld langs de hele muur. Op enkele plekken zijn er zelfs beelden aangebracht rond deuren en ramen. Van abstract tot getekend, fantasie vermengd met denkbeelden over de moderne wereld. De veelzijdigheid van de kunstwerken in dit gebouw is onmiskenbaar. Het geeft creatieve energie, zin om zelf te doen. En het mooie is dat bezoekers hier ook de gelegenheid toe krijgen op de vierde verdieping. Met een doos permanente markers komt de lege, witte muur als vanzelf tot leven.

Dat een huis vol stift ook heel anders kan bewijst een appartement enkele verdiepingen lager. Tot in de keuken is de woning beklad en beschreven. Een nagel aan de muur zegt ‘sleutel no. 71’, met een eind verderop een sleutel getekend. Op de vloer een briefje geschreven voor een medebewoner: “ik ben in 191 geweest.” De telefoon zegt ‘Rrrr’ en in de woonkamer prijkt de weekkalender op de wand. Loes moet naar de tandarts. Het voelt alsof je een inkijk hebt in andermans leven. Iemand die sporen heeft achtergelaten van degenen die al lang uit de flat vertrokken zijn. Muren die fluisteren. Kunstenaars die dat kunnen horen. En dan zomaar dat geluid op de wanden achterlaten.
Op 14 januari gaat de kunstflat in de Kerkraadse wijk Bleijerheide open voor publiek.
Tekst: Irene van Wesel
Foto’s: Anita Hondong



