
Renate Dorrestein
Het is mijn heilig voornemen; iedere keer als ik Renate Dorrestein in levende lijve tegenkom, ga ik proberen haar aan het lachen te maken. Dat is me twee keer eerder gelukt. Zonder zinnige woorden, maar met een domme oneliner, omdat in het bijzijn van m’n favoriete Nederlandse schrijfster, mijn tanden zich spontaan lijken te vermeerderen in mijn mond.
Het is ook mijn missie als ik richting Amsterdam trek. Renate Dorrestein zal daar tijdens Manuscripta, het feestelijke begin van het boekenseizoen, vertellen over haar nieuwe boek De stiefmoeder. Ik verheug me op onze ontmoeting. Die zal weliswaar op afstand plaatsvinden, maar toch. Met het programmaboekje stevig in mijn hand geklemd, struin ik over het terrein van de Westergasfabriek. De ene na de andere schrijver kom ik tegen. Arthur Japin die met statige pas van de ene naar de andere zaal wandelt. Jan Siebelink die een bedaard gesprek aanknoopt met enkele collega’s. Youp van ’t Hek die langs de kramen van de uitgevers struint.
Renate heb ik nog niet gezien. Ze zal om kwart voor twee optreden in de MC2 Grote Studio en ik houd de tijd angstvallig in de gaten. Rond kwart over één begin ik richting Grote Studio te lopen. Daar waar ik denk dat de studio is. Hoewel alle gebouwen een naambord hebben, kan ik de plek waar Renate over pak ‘m beet een half uur gaat vertellen en voorlezen niet ontdekken. Ik ben nog rustig, heb tenslotte zeeën van tijd. Maar als ik een paar keer heen en weer ben gelopen, beginnen de zenuwen een beetje op te spelen.
Dan maar eens een rondje om het gebouwencomplex. Misschien bevindt zich de ingang aan de achterkant? Na zeven ronden, die de muren van Jericho met gemak tegen de vlakte hadden gemaaid, heb ik de Grote Studio nog steeds niet gevonden. Ik krijg het warm, erger nog, het zweet breekt me uit. Het zal toch niet waar zijn, dat ik het optreden van Renate Dorrestein ga mislopen?
Ja dus. Geen Grote Studio, geen Renate en ik baal.
Later in de trein schiet me opeens iets te binnen: waarom had ik die middag niet gewoon aan iemand de weg gevraagd? Een lach borrelt vanuit mijn binnenste omhoog. Ik probeer de gierende uithaal te onderdrukken, maar dat lukt maar ten dele. Een krassend “ha!” klinkt door de coupé, die gelukkig bijna leeg is, op een jongen met oordopjes na. Hij kijkt me wazig aan en trekt even met z’n lip. Heb ik toch nog iemand aan het lachen gemaakt vandaag.
Sandra Israel
Tags: Renate Dorrestein



