
Hij draait een sjekkie, drinkt genietend van zijn biertje en kijkt met een enigszins verbaasde blik de wereld in. Begroet de mensen op zijn route met een schor “hey, hallo”. Stadsdichter Harrie Sevriens (1957) is net begonnen aan zijn portie binnenstad Heerlen. Op het terras van brasserie De Passie vertelt hij zijn verhaal. Want zo bedaard als hij tegenwoordig overkomt, zo kalm heeft hij zich niet altijd gevoeld. En nog zijn er momenten dat hij de ontmoeting met mensen als een bedreiging voelt. “Ik ben het slachtoffer van kindermishandeling. Dat verleden brak me op tijdens mijn studie natuurkunde en biologie aan de lerarenopleiding. Ik kreeg last van angsten en moest met mijn studie stoppen.”

Angst beheerste een tijdlang zijn leven. Bracht hem bij psychologen, psychiaters en zorgde zelfs voor opname in Nijmegen en in Welterhof (Heerlen). Dertien lange jaren van depressie en behandelingen. Een periode waar Sevriens liever niet te veel woorden aan vuil maakt. Die woorden stopt hij met veel plezier in zijn dichtkunst. Een primeur:
Sjtub
Gij kwam met dromen
van een beter bestaan
maar ook gij zijt
uit stof voortgekomen
en hier door het stof
tot stof vergaan.
Studie en werk brachten Sevriens onder andere in Nijmegen, Venlo en Den Bosch. Hij werkte in de informatica, maar vond uiteindelijk beter zijn weg als journalist. “Als journalist ben ik autodidact. Heb onder andere voor Licom een bedrijfskrant opgezet. Ik schreef allang, als tiener al. Toen tekende ik voornamelijk cartoons. Laatst zei iemand, ‘dat doe je nu eigenlijk nog, maar dan met woorden’.”De geboorte van zijn dochter was het moment, waarop Sevriens ontdekte dat hij zo heel veel meer kon zeggen in korte gedichten. “Dat beviel me heel goed, dat opschrijven van woorden en zinnen. Na de vervelende periode van opname en de scheiding van mijn vrouw zorgde het ook voor meer zelfvertrouwen. Mensen vonden mijn schrijfsels leuk en mooi en daar genoot ik van”, geeft Sevriens toe. Dan buigt hij zich naar voren. “Schrijf op! De beste remedie voor het realiseren van je dromen is ‘wakker zijn’.” Kijkt dan vergenoegd lachend op en neemt een trek van zijn alweer bijna opgebrande sigaret.

Sevriens groeide op in het Eikenderveld. Vader was mijnwerker en moeder huisvrouw. “Ze moesten sjravelen om het huishouden draaiende te houden. Genieten? Wisten we niet wat dat was. Heb lange tijd niet geweten hoe dat moest. Nu geniet ik wel van de dingen om me heen.” Hij amuseert zich met het maken van korte gedichtjes. ‘Light verse’ (lichten verzen) met een soms zware ondertoon, kort maar krachtig. Verzen die tegenwoordig een positievere lading hebben.
“Want ik voel me goed. Mijn werk zit hoofdzakelijk tussen poëzie en cabaret in en schiet soms de ene kant op en soms de andere kant. Ik bewonder niemand, maar ik kan wel erg genieten van Piet Paaltjens, Lévi Weemoedt, Drs. P, Ivo de Wijs en Nico Dijkshoorn. Aforismen worden wel eens onderschat. Het klinkt heel eenvoudig, maar dat wat gemakkelijk leest of in het gehoor ligt, heeft vaak de meeste moeite gekost. Hoe het bij mij begon? Lag ik met mijn vriendin in bed, aforismen te bedenken. We bescheurden ons van het lachen”, vertelt Sevriens met pretoogjes. “Schrijf op! ‘Voel je je klote, ben je bang, een kroeg heeft meer dan één nooduitgang’. Diezelfde vriendin kocht een schrift voor me, om alles in op te schrijven. En dat heb ik vanaf dat moment trouw iedere dag gedaan. Nog iets te drinken?” Sevriens gaat de brasserie binnen, doet zijn bestelling, die binnen de kortste keren op de terrastafel staat.

Zijn schrijfwerk resulteerde in 79 bundels, waarvan Dit sowieso de dikste is. In het najaar komt 1001 spreukjes uit 1 nacht uit. Ook is hij bezig met een boekje voor ambtenaren Zus en Zo, waarin 152 aforistische gedichten gebundeld worden. Verder schrijft Sevriens onder andere voor het Limburgs Dagblad en beplakte hij jaren geleden het Glaspaleis met zijn aforismen en schreef het café De Bijsluiter helemaal vol. Om maar eens een paar van zijn literaire activiteiten te noemen. Sinds anderhalf jaar is Sevriens de stadsdichter van Heerlen. Gevraagd en ongevraagd levert hij literaire bijdragen in de vorm van gedichten en artikelen. “Voor de Royal, (eigenlijk met lange ij en niet met y, wist je dat?), die nu gerenoveerd wordt schreef ik ongevraagd dit gedicht, dat na de renovatie in de hal van de bioscoop komt te hangen:
De tempel van illusie
een van Heerlens
markantste gebouwen
hult zich hartstochtelijk
in een nieuwe mantel
de mantel van Heerlens
hervonden trots
en zelfvertrouwen.

Voor de SP schreef hij:
Misschien heb je
wel een helder rood verstand
maar nergens anders
is rood zo helder
als in de blauwe ogen
van Agnes Kant.
Hoe de dag van de schrijver en dichter er uit ziet? “Ik sta vroeg op. Van zes tot tien uur schrijf ik. Dan trek ik de stad in voor thee, de krant en een praatje. Om 12 uur ben ik weer thuis. In de namiddag ga ik weer op weg naar de stad en ga aan het bier”, wijst Sevriens naar het glas met schuim voor zich. “Als me iets te binnen schiet, schrijf ik het op een bierviltje, dat is mijn geheugen. En ’s avonds op tijd naar bed, want ik heb mijn slaap nodig.”
Tegenwoordig woont Sevriens weer in het Eikenderveld. “Ik ben er drie keer naar teruggekeerd en drie keer ook weer vertrokken, maar nu blijf ik. Ik kom uit Heerlen, maar voel me niet echt een Limburger. Dat Limburgse wij-gevoel ken ik niet. ‘Limburgers zijn makke schapen, met een vreemd soort wei-gevoel’”, declameert Sevriens. “Ik ben een wereldburger, houd van delen, maar ik houd ook van mijn stad Heerlen. Als je niet van je woonplaats houdt, houd je niet van jezelf, vind ik. Ook de mensen die ik ontmoet ben ik zelf, want ik maak uiteindelijk zelf uit wie ik ontmoet en met wie ik praat?”

Wie er na zijn periode van twee jaar de nieuwe stadsdichter zou moeten worden, valt moeilijk te zeggen. Duidelijk is dat Sevriens nog genoeg schrijfstof heeft. “Een writersblock ken ik niet. Ook nooit gehad. Ik heb wel één streven. In 2013 wil ik 100 titels op mijn naam hebben staan. Dat valt dan samen met het 100-jarig jubileum van het Bernadinuscollege, de school waar ik mijn middelbare schooltijd doorbracht. Dat vind ik een leuk gegeven. O, ik heb nog veel dromen, nog heel veel te schrijven en te doen. Laat ik het zo zeggen: tot mijn dertigste was ik dood, van mijn dertigste tot veertigste maakte het me allemaal niet uit. En nu? In deze fase wil ik nog wel even blijven.”
Tekst: Sandra Israel
Foto’s: Anita Hondong
Harrie Sevriens is een van de vaste gasten bij het debatpodium van Heerlen, de Cultuurbrouwerij in De Nieuwe Nor. Daar leest hij voor uit eigen werk. De eerste editie van het nieuwe seizoen is op 3 oktober.
Dit Sowieso is verkrijgbaar in de boekhandel (uitgeverij Lemmens).
Tags: Dit Sowieso, Harrie Sevriens, Heerlen, stadsdichter




Schitterend!
Ik kijk erg uit naar volgende week maandag. Dan draagt hij, aan het einde van de cultuurbrouwerij, nieuwe werken voor. Hij heeft mij verteld enorm productief te zijn geweest deze zomer.