
(foto: Bonnefantenmuseum/Ernst van Loon)
In de duo-tentoonstelling van Jeroen van Bergen (1979) en Rik Meijers (1963) in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, worden we door twee zeer verschillende kunstenaars meegenomen naar de uithoeken van de menselijke geest. Van Bergen toont strakke architectonische sculpturen en Meijers morsige schilderijen van mensfiguren. In de contrasten tussen het werk van de beide in Maastricht werkende kunstenaars schuilt een verhaal over de overeenkomsten en verschillen tussen hen en daarmee ook een verhaal over de thema’s vernieuwing en concept uit moderne kunst van dit moment.
Als je de tentoonstelling binnenloopt zie je als eerste Jeroen van Bergens meest recente werk ‘toren compositie 003′. Het is een maquette van wit karton (de schaalverhouding 1:100) van een constellatie van vier organisch gevormde wolkenkrabbers. Het model doet denken aan de megalomane wolkenkrabbers die op dit moment verrijzen in rijke oliestaatjes als Dubai en Abu Dhabi. Naast dit model staan de houten kisten waar het model in opgeslagen kan worden. Bij andere werken worden de kisten als sokkel gebruikt. Door de kisten erbij te zetten en ze onderdeel te laten van de installatie lijkt het alsof de maquette net is uitgepakt of dadelijk meteen weer ingepakt wordt. Ook wordt er zo een spel gespeeld met het idee van gebouwen als beschermend omhulsel. De gebouwen waar de maquettes naar verwijzen beschermen de mensen, de kisten die naast de maquettes staan beschermen de maquettes tijdens opslag en transport en het geheel staat weer in een gebouw dat de installatie van maquettes en kisten beschermt.
In de zaal ernaast hangen werken van Rik Meijers. Ze houden het midden tussen schilderijen en collages. Naast verf en potlood gebruikt hij onder andere kurken van wijnflessen, dopjes van bierflesjes, veren, haren, vogelvoer en glasscherven. Met deze materialen ‘schildert’ hij veelal mensfiguren. Veel van die mensfiguren lijken een soort masker te dragen: medicijnmannen van oorspronkelijke natuurstammen. Flessendoppen en kurken worden gebruikt als versieringen op een manier waarop primitieve volken dat ook zouden doen. Het afval van alcoholconsumptie wordt gedragen als sieraad in de modderige, morsige portretten.

De tentoonstelling beslaat een hele vleugel van het museum. In de verschillende zalen zien we afwisselend werken van Van Bergen en Meijers. Ze tonen twee uitersten van het menselijk bestaan: de orde van de architectuur van Van Bergen en de chaos van de menselijke natuur in het werk van Meijers. De duo-tentoonstelling dreigt daarom uiteen te vallen in twee solo-tentoonstellingen die door elkaar gevlochten zijn. Maar naast de overduidelijke verschillen zijn er ook raakvlakken te vinden. Van Bergens vroege recht-hoekige koele werken worden in de loop van de tijd organische krottenwijken en stalagmieten. De chaotische figuren in het werk van Meijers worden veelal omgeven door een monochrome achtergrond die zorgt voor de nodige rust en organisatie. Er is nog iets van het iconische van zijn logo-schilderijen uit zijn academietijd te herkennen. In de orde van Van Bergen komt langzaam wat chaos en in de chaos van Meijers kun je orde en rust zien.

(foto: Bonnefantenmuseum/Ernst van Loon)
In moderne architectuur zit vaak een spanning tussen het esthetische, rationele ontwerp van de tekentafel en het echte, onberekenbare leven van de bewoners. In de menselijke natuur zit een spanning tussen de primitieve oerinstincten en de rationele ordening. Het mooie van de tentoonstelling in het Bonnefanten is dat de spanningen die in de kern van de werken van beide kunstenaars zitten, goed op elkaar aansluiten. Door de gemeenschappelijke kern van orde en chaos, ratio en intuïtie, natuur en cultuur leveren de werken samen een interessant beeld op. De mooiste momenten in de tentoonstelling zijn die waarin je werken van beide kunstenaars in je blikveld hebt. De architectuur en materiaalgebruik van de museumzalen speelt op die momenten ook mooi mee. De kunst van Meijers contrasteert sterk met de strakke witte museumzalen; de werken van Van Bergen zetten de kleuren en vormentaal van de museumzalen voort in allerlei variaties. Wanneer die verhoudingen bij elkaar komen ontstaat er binding in de tentoonstelling.

In tegenstelling tot de werken van Meijers is er bij Van Bergen een duidelijke ontwikkelingslijn te herkennen. Aan het werk van Meijers kun je niet goed zien of het vroeg of laat werk is. Hij is niet zo gebrand op het avant-garde ideaal van constante vernieuwing. Het werk van Van Bergen laat wel een duidelijke ontwikkeling zien. Hij is begonnen met een basiselement uit het Nederlands bouwbesluit (de minimum afmetingen van een toilet) waar hij op grote schaal (1:1, 1:2, 1:10) variaties op maakte. Door de grote schaalverhouding ogen veel van deze werken hoekig en abstract. Het zijn, plat gezegd, grote dozen met weinig geledingen. In zijn latere werken wordt de schaalverhouding steeds kleiner (1:50, 1:100, 1:1000) en ontstaan er meer mogelijkheden voor organische composities met veel geledingen. De schaal bepaalt dus in sterke mate het beeld en is dus een creatief middel voor Van Bergen geworden. Met zijn laatste werk zijn de bouwmodules een soort legoblokken geworden waar hij van alles mee kan bouwen. De vraag is dan ook wat hij nu van zijn bouwmodules gaat bouwen. Zijn werk is erg conceptueel. Hij creëert mooie poëtische beelden vanuit zijn concept, maar het idee van de bouwmodules die op verschillende schalen ingezet kunnen worden om allerlei architectonische ideeën te becommentariëren, dreigt soms de overhand op de uiteindelijke beelden te krijgen.

(foto: Bonnefantenmuseum/Ernst van Loon)
De toekomstige ontwikkeling van het werk van Meijers lijkt minder vragen op te werpen. Hij werkt minder conceptueel, meer vanuit de onderbuik. Hij put inspiratie uit kunst van outsiders, kunstenaars die zich niks aan trekken van de gewoonten in de kunstwereld. Omdat hij zelf academisch geschoold is en ook veel exposeert is hij zelf geen outsider te noemen, maar hij heeft wel bewondering voor hun manier van werken. Zijn ontwikkeling zit in zijn ervaring met zijn materiaal die tot meer verdieping moet leiden. Ook hier raken de beide kunstenaars elkaar. Want ook in het werk van Van Bergen kun je ontwikkeling door de ervaring met zijn materiaal herkennen. Je ziet de ontwikkeling in de materiaalbeheersing. Zijn werken worden steeds perfecter. Het proces van het maken wordt steeds onzichtbaarder en daarmee komt het conceptuele aspect van het werk meer op de voorgrond.

Barrio de Chabolas 001 (2009) - Jeroen van Bergen
Het werk van beide kunstenaars ligt ver uit elkaar, maar ze houden zich ook met hetzelfde klassieke thema van orde en chaos bezig. Beiden weten ze dat teveel orde saai en teveel chaos onleesbaar wordt. Ook functioneren ze beiden in dezelfde kunstwereld. Door de verschillende visies op de verschillende thema’s uit de kunst met elkaar te confronteren, krijgen we niet alleen een helder beeld van deze twee kunstenaars maar worden ook deze thema’s zelf op scherp gezet. Beide kunstenaars komen uit de verf door de confrontatie.
Jeroen van Bergen en Rik Meijers (Bonnefantenmuseum, Maastricht, t/m 3 juli 2011)
Bonnefantenmuseum met Rik Meijers en Jeroen van Bergen
Dennis Hambeukers
Tags: Bonnefantenmuseum, Jeroen van Bergen, kunst, Rik Meijers



