
Spinvis
Troubadour van het kleine, de onthechting en de twijfel. Zo typeerde ik Spinvis een tijd geleden in muziektijdschrift OOR. Op een zonnige zomerdag van 2007 zocht ik hem op in zijn oude huis in Nieuwegein. Aan het einde van de middag slenterden we naar de nieuwe woning, een paar straten verder. Net zo vinex als zijn huidige. In de ochtend zette Erik de Jong – want zo heet ie echt – koffie in een half leeg thuis. Eerst maalt hij een handjevol bonen. Daarna giet hij water in het koffiezetapparaat. Vijftien minuten duurt het voor de koffie klaar is. Het genot begint nu al. Natuurlijk, het is te gemakkelijk om de gang van zake in huize Spinvis te vergelijken met zijn muziek. Toch liggen de parallellen voor het oprapen. Haast bestaat niet. Lawaai evenmin.
De gemoedelijke sfeer in het rijtjeshuis op een steenworp afstand van halte Nieuwegein-Zuid – het eindpunt van de tramlijn – zorgt ervoor dat de tijd even stil staat. Precies ja, óók dat is typerend voor de liedjes die de veertiger maakt. “We gaan verhuizen”, zegt De Jong dromerig, “niet ver hoor. Naar een paar straten verderop. Het is een groter huis. Ik krijg er een eigen studio. Nou ja, studiootje. Groot is het niet.” Geen geknutsel meer op de zolder. Daar heeft De Jong het afgelopen jaar sowieso weinig tijd voor gehad. Hij stond meerdere keren per week op de planken en werkte in de tussentijd aan projecten voor opdrachtgevers van divers pluimage. Een heel ander proces dan dat knutselen. Daar ligt immers geen druk op. Dan staat de tijd even stil.

Spinvis als weerman
In alle rust slurpen we koffie. “Ach, er zijn honderdduizenden mannen en vrouwen bezig op zolderkamers in vinexwijken. Die hebben minder geluk gehad dan ik.” Zegt hij al vijf jaar. Na het malen van bonen voor een tweede kop: “Ik ben in mijn liedjes gewoon mezelf. Dat spreekt mensen aan. ik maak het kleine, het onzekere, de twijfel zichtbaar. Dat is eigenlijk het tegenovergestelde van veel andere popmuziek. Daarin wordt juist heel hard geschreeuwd en heel veel lawaai gemaakt om elke millimeter twijfel op te vullen. Dat is een act, een pose. Daar is niets mis mee, maar het puur entertainment.” Misschien is het dat wat hem van die honderdduizenden andere zolderkamermuzikanten onderscheidt, mijmert De Jong. Al wil hij daar absoluut niet mee suggereren dat hij beter is dan die anderen. Integendeel. Het is eigenlijk meer een kwestie van geluk. We slurpen koffie.

De cassettebandjes
Op weg naar zijn nieuwe huis haalt De Jong herinneringen op. “Hier fietste ik toen ik een kleine jongen was altijd”, zegt De Jong lijzig terwijl we door een zonovergoten en stil Nieuwegein-Zuid slenteren. “Toen wist ik nog niet dat ik hier ooit zou gaan wonen.” Onwillekeurig denk ik terug aan mijn eigen jeugd, aan de lange fietstochten door naburige dorpen, steden. Heeft De Jong daar op die zonnige zomermiddag in Nieuwegein vier jaar geleden onbewust mijn terugkeer naar mijn geboortestreek, naar Parkstad, in gang gezet? Ik weet het niet. Woensdag 16 maart is hij met zijn nieuwe theatervoorstelling De Weerman in Heerlen. Een voorstelling over alles wat ons boven het hoofd hangt. De Jong bedient een oude cassetterecorder. De bandjes dragen titels als regen, storm, wind, zee, alcohol en oorlog. Ik ben er bij, komende woensdag. Onwillekeurig zal ik denken aan de koffie die De Jong voor ons maalde. Ik herinner me het als de dag van gisteren. De Jong vast niet.
De Weerman van Spinvis (theaterconcert, 16 april, Parkstad Limburg Theaters, Heerlen)
Theo Ploeg
Tags: De Weerman, Heerlen, Parkstad Limburg Theaters, Spinvis



