
Zomers uitzicht over de Keulse Baan, Heerlen
“Hoe lang ga je dat nog volhouden?”, vroeg een collega geamuseerd toen ik begin oktober voor de vierde keer in een week de trein van drieëntwintig minuten over vijf van Heerlen naar Amsterdam had genomen. Ik schonk hem mijn mooiste glimlach. Het antwoord op die, eigenlijk retorisch bedoelde, vraag is niet veranderd: nog jaren.
Ach, laat ik het maar toegeven: vier maal per week op en neer naar Amsterdam is te veel. Twee keer, soms drie – mijn huidige ritme – is goed te doen. Het probleem zit ‘m ook niet in het reizen zelf. Lastiger is het om de mentale knop om te zetten. Ik wil veel, misschien wel té veel, in Parkstad, maar mijn netwerk en dus werk bevinden zich in de Randstad. Dat botst. Soms. Tijdens een bestuursvergadering van Stichting Social Beta werd me dat nog subtiel ingepeperd. Een bestuurslid sloeg me quasi-nonchalant op de schouders. “En wat heb jij eigenlijk gedaan het afgelopen jaar?”, lachte hij. Hij had gelijk.
Maar toch. Sinds een half jaar woon ik in Heerlen. De stad – ik bivakkeerde er begin jaren negentig korte tijd op kamers – die ik ooit verliet voor het beloofde land, een op papier interessantere omgeving, een plek waar wel gesproken werd over uitdagingen in plaats van bedreigingen. In dat half jaar is Heerlen mijn stad geworden. Tenminste, zo voelt het. Ik ben er een relatieve buitenstaander. Misschien zal ik dat altijd blijven, ben ik meer ‘verrandstad’ dan ik denk. Dat is niet erg. Heerlen heeft potentie. Niet alleen cultureel, maar ook op andere vlakken. De ligging is uniek, zo in Europa. Daarin schuilt de kracht van de stad en de regio.
Als relatieve buitenstaander zie ik juist dát eerder, is mijn ervaring tot nu toe. Er hoeft niet gekeken te worden naar Amsterdam. Daar zijn de dingen niet beter. Ook niet slechter. Wel anders. Parkstad moet op zoek naar een eigen identiteit en die kan alleen gevonden worden in de regio zelf. Daarom moet 2011 – en ja, dat is eigenlijk een vooruitblik – hét jaar van Zwart Goud worden. Mensen ontdekken immers alleen de eigen identiteit door ze een spiegel voor te houden. Dat is precies waar Zwart Goud voorzichtig mee is begonnen.
‘Maar zelf zit je wel elke week in de trein naar Amsterdam’, zal de oplettende lezer daar tegenin brengen. Klopt. Een deel van me leeft nog in de Randstad. Een groter deel ook dan ik een half jaar geleden dacht en hoopte. Twintig jaar ‘Holland’ heeft me gevormd tot wie ik nu ben. Erg? Nee hoor. Randstad én Parkstad zijn prima te combineren. Al vraagt dat om een strakke structuur. Weer terug is in ieder geval geen optie. Daarvoor voel ik me te zeer thuis in Heerlen. Elke ochtend kijk ik van twaalf hoog, met een kop dampende koffie in de hand, uit over de stad. En denk: “hier ga ik nooit meer weg.”
Theo Ploeg




da’s mooi kort èn krachtig…
ook ik voel me, wellicht te, maar zeker zeer thuis hier.
tot vlug.
Ben blij jou afgelopen jaar ontmoet te hebben hier in Parkstad Heerlen: een van de centra van eutropolis.
De stad met de grootse toekomst die nooit kwam…
Een stad waar je gemakkelijk boeiende mensen ontmoet…
Ik hoop dat Zwart Goud in 2011 doorgaat met het blootleggen, ontdekken en ontwikkelen van de verborgen schatten en pijn van Parkstad e.o.