
“Misschien zitten we over een jaar of tien in Afrika of Australië”, grapt Robin Brands. “Zolang het maar goed voelt wat we doen”, voegt ze er serieus aan toe. Voorlopig is Brands (24) samen met Hjordis Orbons (ook 24) neergestreken in Heerlen. Daar heeft het duo sinds een week een tijdelijke (‘pop-up store’ in hip Engels) modewinkel annex atelier. Midden in het winkelhart. “We moeten het hier een kans geven. Er zijn ontzettend veel mensen creatief bezig in de regio, óók op het gebied van mode. Daarom is zo’n plek als deze zo belangrijk”, legt Orbons uit. Die plek is de bovenverdieping van het pand aan de Schinkelstraat 2. Beneden is de winkel van ‘flower composer’ Rob Orbons, de vader van Hjordis. In die benedenverdieping wisten Brands en Orbons de jury van de Design For Emptiness Award succesvol te verleiden. Tijdens het in de zomer gehouden i_beta/festival sleepten de dames de prijs, die de gemeente Heerlen in samenwerking met de community van Zachte G voor het eerst uitreikte aan het beste idee om leegstand en krimp tegen te gaan in de stad, in de wacht.
Een enorme stimulans beamen Brands en Orbons. Met het geldbedrag dat met de prijs is gemoeid, krijgt hun modelabel HJORDISROBIN vorm. Paspoppen, het opknappen van de bovenverdieping, de inrichting. “Een perfecte start”, vat Robin samen. In 2009 studeerden ze af van de Academie voor Beeldende Kunst in Maastricht, afstudeerrichting Mode en Textiel. Oud-klasgenoten bleven hangen in de stad, die met Fashionclash behoorlijk aan de weg timmert, of trokken naar Amsterdam of Arnhem, dé modesteden van ons land. Brands en Orbons kozen voor Heerlen. Niet bepaald praktisch, legt Brands uit: “stoffen kopen is bijvoorbeeld lastig. Dat doen we in Arnhem of Amsterdam. Nee, niet in de buurt. Daar hebben we onze adressen, hier niet.” Orbons vult aan: “Het is wat je gewend bent. Docenten in Maastricht zijn erg gericht op Nederland en niet op bijvoorbeeld Hasselt of Antwerpen. Dat is voor ons dus onbekend terrein.”

Robin Brands
Ook mode-inspiratie is in Heerlen lastiger. Maar er is wel veel creativiteit, benadrukt Brands. De schoenenruil die de dames tijdens de opening van hun winkel organiseerden werd ontvangen als iets nieuws. Brands: “In een grote stad is de wauw-factor minder. Dat is hier juist leuk.” De afstand met het brandpunt van de mode in Nederland kan juist een voordeel zijn. Zeker omdat België om de hoek ligt. Daar zitten ontwerpers die internationaal meer opvallen, weet Orbons. Toch halen de modeontwerpsters de inspiratie vooral bij de Britse ontwerper Alexander McQueen (die eerder dit jaar op veertigjarige leeftijd zelfmoord pleegde) – “kleurgebruik en materiaal” – Victor & Rolf – “de sfeer eromheen” – en modemerk Balenciaga – “de vernieuwende technologie”. Kopiëren? Daar doen Brands en Orbons niet aan. “In een show wordt een statement of trend neergezet. Wij pikken daar iets uit”, legt Brands uit, “alles is al gedaan, we hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden.”
In Zweden leerde Orbons bij H&M hoe een modegigant de mode van de catwalk naar het gewone publiek vertaalt. “Ik was bang dat ik de hele dag achter de computer zou zitten en niet creatief bezig zou zijn”, lacht ze. Dat viel enorm mee. Orbons leerde er inspiratie op doen in tweedehands winkels, onderhandelen met aannemers en communiceren met fabrieken aan de andere kant van de wereld. Ontwerpers kijken vaak neer op grote, commerciële bedrijven als H&M, weten de dames. Onterecht. Er gaan miljarden in om en je ontwerpt er wat de meeste mensen aanhebben. “Daar hoef je helemaal niet op neer te kijken”, zegt Brands fel. Mode maken voor de massa spreekt haar aan. “Mijn handschrift is niet zo showachtig en sensationeel, maar meer ingetogen. Ik vind het mooi als iemand iets gewoon kan dragen en het toch apart is.”

Hjordis Orbons
Een visie die past bij de nuchterheid die zo kenmerkend is voor Heerlen. Er is veel mogelijk in de stad, weten de dames zeker. “De prijs heeft ons goed geholpen. De gemeente besteedt veel aandacht aan creativiteit en hoe die gestimuleerd moet worden. Maar voor deze ruimte hebben we zelf moeten zorgen”, nuanceert Brands. Beschikken over een fysieke ruimte is essentieel, benadrukt Orbons, “anders ben je in je eentje bezig en weet je niet wat anderen aan het doen zijn. Dat inspireert niet.” Geef een kunstenaar een maand lang een pand en laat hem of haar ermee aan de slag gaan, oppert ze. “In Berlijn zijn plekken waar kunstenaars bij elkaar zijn gaan zitten toeristische trekpleisters geworden. Daar gaan reisjes naartoe. Op die manier kan Heerlen zich ook positief onderscheiden”, geeft Orbons nog een tip. “Weet je”, denkt Brands hardop na, “als creatieveling ga je ook niet zo snel achter leegstaande panden aan. Dat zijn voor mijn gevoel toch ‘grotemensenzaken’. Lege panden aanbieden maakt de drempel toch echt veel lager. Naast ons staan in de hele straat kantoren leeg. Het zou toch prachtig zijn wanneer daar ateliers in zouden komen?”
Komt goed met Heerlen, geloven de dames. “Het klinkt misschien naïef, maar we willen nu nog geen andere toekomstplannen maken. We willen doen waar ons hart ligt en wat goed voelt. Dan zien mensen dat je ergens passie voor hebt en gaan ze zelf ook aan de slag”, legt Brands nog maar eens uit. De culturele lente in Heerlen is uiteindelijk goed voor iedereen. “Daar kunnen veel meer mensen dan nu van profiteren. Er zijn nu mensen die zich buitengesloten voelen, maar dat is niet nodig. Iedereen kan met iets aan de slag. We moeten elkaar inspireren. Daardoor wordt het hier stukken leuker. Dat er vijf mensen profiteren en de rest thuiszit? Hoeft helemaal niet!”
De winkel (‘pop-up store’) van Hjordis Orbons en Robin Brands aan de Schinkelstraat 2 te Heerlen is open van donderdag tot en met zaterdag.
Links:
www.hjordisrobin.com
Tekst: Theo Ploeg
Foto’s: Anita Hondong
Tags: Design for Emptiness Award, Heerlen, Hjordis Orbons, Krimp, Robin Brands



